Naar hoofdinhoud

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en gedenkpark “De Leeuwerenk”2019

61 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1.Begripsbepalingen
  2. Art. 2.Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf
  3. Art. 3.Openstelling begraafplaats
  4. Art. 4.Ordemaatregelen
  5. Art. 5.Plechtigheden
  6. Art. 6.Opgravingen en ruimen
  7. Art. 7.Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
  8. Art. 8.Gebouwen en muziekinstallatie en webagenda
  9. Art. 9.Over te leggen stukken
  10. Art. 10.Kisten, urnen en lijkhoezen
  11. Art. 11.Tijden van begraven en asbezorging
  12. Art. 12.Indeling graven en asbezorging
  13. Art. 13.Grafkelder
  14. Art. 14.Categorieën
  15. Art. 15.Termijnen particuliere graven
  16. Art. 16.Overschrijving van verleende rechten
  17. Art. 17.Afstand doen van graven
  18. Art. 18.Vergunning grafbedekking
  19. Art. 19.Onderhoud door de gemeente
  20. Art. 20.Onderhoud door rechthebbende
  21. Art. 21.Niet-blijvende grafbeplanting
  22. Art. 22.Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
  23. Art. 23.Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
  24. Art. 24.Lijst
  25. Art. 25.Intrekking oude regeling
  26. Art. 26.Overgangsbepaling
  27. Art. 27.Inwerkingtreding
  28. Art. 28.Citeertitel
  29. Art. 16Wlb: ‘Begraving of verbranding geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden.’
  30. Art. 23,tweede lid, Wlb: ‘Begraving geschiedt in een algemeen graf, waarbij de houder van de begraafplaats bepaalt wie daarin wordt begraven, dan wel in een particulier graf, zijnde een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd, waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven.’
  31. Art. 28Wlb. Het eerste lid van dit artikel is gewijzigd in die zin, dat de minimumtermijn voor verlening van het uitsluitend recht op een graf van twintig jaar is teruggebracht tot tien jaar.
  32. Art. 32Wlb. Dit artikel gaf de minister de mogelijkheid bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen omtrent de wijze van begraven, de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. Dit is uitgebreid met de mogelijkheid regels te stellen omtrent het ruimen van de graven, het verwijderen van de grafmonumenten en de teraardebestelling van de overblijfselen der lijken. Deze wijziging kwam tot stand nadat was gebleken dat de samenleving behoefte had aan bepaalde richtlijnen voor met name het ruimen en de teraardebestelling van de overblijfselen.
  33. Art. 32aWlb. In dit artikel wordt bepaald dat gedurende de periode dat een graf niet geruimd mag worden het artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op het graf is geplaatst. Dit artikel van het Burgerlijk Wetboek betreft de natrekking. In 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (van graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de lijkbezorging) middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. De consequentie van deze uitspraak was dat de begraafplaats als eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk was voor de schade die het grafmonument aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid). Het nieuwe wetsartikel legt de eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van de graftekens bij de eigenaar van het monument, die niet altijd dezelfde persoon is als de rechthebbende. Daarom is in de verordening op enkele plaatsen onderscheid gemaakt.
  34. Art. 1
  35. Art. 2
  36. Art. 3
  37. Art. 4
  38. Art. 5
  39. Art. 6
  40. Art. 7.
  41. Art. 8
  42. Art. 9
  43. Art. 10
  44. Art. 11
  45. Art. 12
  46. Art. 13
  47. Art. 14
  48. Art. 15
  49. Art. 16
  50. Art. 17
  51. Art. 18
  52. Art. 19
  53. Art. 20
  54. Art. 21
  55. Art. 22
  56. Art. 23
  57. Art. 24
  58. Art. 25
  59. Art. 26
  60. Art. 27
  61. Art. 28