• - Een aanvraag om ligplaatsvergunning dient schriftelijk te worden ingediend middels een door het bevoegd gezag vastgesteld aanvraagformulier al dan niet via elektronische weg.
  • - Bij een aanvraag om ligplaatsvergunning dienen tenminste de volgende gegevens en bescheiden te worden overgelegd:
    • - de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede het elektronisch adres van de aanvrager, indien de aanvraag met een elektronisch formulier wordt ingediend;
    • - het adres en de ligging van de woonark, dan wel, bij het ontbreken van een adres, een situatietekening;
    • - indien de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn naam, adres en woonplaats, alsmede het elektronisch adres van de gemachtigde, indien de aanvraag met een elektronisch formulier wordt ingediend;
    • - een aanduiding van de locatie van de aangevraagde ligplaats. Deze aanduiding geschiedt met behulp van een situatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte middelen;
    • - alle bescheiden die aantonen dat aan de eisen zoals genoemd in artikel 8 voldaan wordt.
  • - In verleende vergunningen wordt een termijn van 26 weken opgenomen waarbinnen met de uitvoering van de vergunning gestart dient te worden.
  • - Bij verlening van een ligplaatsvergunning past het bevoegd gezag de ligplaatskaart zoals opgenomen als bijlage 1 van deze verordening aan. Bij elke verleende vergunning wordteen actuele uitsnede van de ligplaatskaart gevoegd.
  • - Het bevoegd gezag beslist binnen acht weken op een aanvraag om een ligplaatsvergunning. Deze termijn kan eenmalig met ten hoogste zestien weken verlengd worden.
  • - Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.