Naar hoofdinhoud
De belanghebbende hoeft geen taaltoets af te leggen indien: bij de behandeling van de aanvraag blijkt dat hij geen recht heeft op algemene bijstand; hij op grond van artikel 5 van de Wet inburgering of de artikelen 2.3, 2.4 en 2.5 van het Besluit inburgering niet inburgeringsplichtig is, of indien hij op grond van deze artikelen van de inburgeringsplicht is vrijgesteld; hem op grond van artikel 6 van de Wet inburgering of de artikelen 2.8, 2.8a en 2.8b van het Besluit inburgering ontheffing van zijn inburgeringsplicht is verleend; hij een taaltraject volgt in het kader van de Wet inburgering; hij een gediagnosticeerd leerprobleem heeft; hij door in de persoon gelegen factoren niet in staat wordt geacht aan de taaleis te kunnen voldoen, waarbij dit al dan niet blijkt uit een eerder gevolgde taalcursus; hem op grond van psychische, fysieke of sociale problematiek ontheffing is verleend van zijn arbeidsverplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet; hem de algemene bijstand voor een kortdurende periode wordt verleend; of hij gebruik maakt van een door het Dagelijks Bestuur aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel