**1..** De belanghebbende die een taaltraject volgt, legt na een periode van 6 maanden na het gesprek als bedoeld in artikel 5, tweede lid, opnieuw een taaltoets af. Voordat de belanghebbende de tweede taaltoets aflegt, heeft het Dagelijks Bestuur hem minimaal één keer gesproken over de voortgang. Afhankelijk van de voortgang en de inspanningen die van de belanghebbende mogen worden verwacht, spreekt het Dagelijks Bestuur de belanghebbende meerdere keren.
**2..** Indien tijdens het gesprek bedoeld in het eerste lid blijkt dat de belanghebbende is gestopt met zijn taaltraject of dat hij niet voldoet aan de inspanningen die van hem verwacht mogen worden, neemt het Dagelijks Bestuur op een eerder moment een taaltoets af.
**3..** Indien uit de uitkomst van de tweede taaltoets blijkt dat de voortgang onvoldoende is, verlaagt het Dagelijks Bestuur de bijstand met 20% voor de duur van 6 maanden met ingang van de dag waarop het Dagelijks Bestuur bekend wordt met de uitkomst van de tweede taaltoets.
**4..** Indien de belanghebbende weer voldoende voortgang maakt met zijn taaltraject, beëindigt het Dagelijks Bestuur de verlaging met ingang van de eerste van de maand volgend op de datum waarop het Dagelijks Bestuur heeft geconstateerd dat de belanghebbende weer voldoet aan de inspanningen die van hem mogen worden verwacht.
**5..** Indien uit de uitkomst van de tweede taaltoets blijkt dat de belanghebbende de vaardigheden in de Nederlandse taal voldoende beheerst, wordt hem middels een besluit meegedeeld dat hij voldoet aan de taaleis.
Artikel 8