**1..** De belanghebbende die voldoende voortgang maakt met zijn taaltraject, legt na een periode van 12 maanden na het gesprek als bedoeld in artikel 5, tweede lid, wederom een taaltoets af. Voordat de belanghebbende de derde taaltoets aflegt, heeft het Dagelijks Bestuur hem minimaal één keer gesproken over de voortgang. Afhankelijk van de voortgang en de inspanningen die van de belanghebbende mogen worden verwacht, spreekt het Dagelijks Bestuur de belanghebbende meerdere keren.
**2..** De bepalingen van artikel 8, tweede, derde, vierde en vijfde lid, worden overeenkomstig toegepast, met dien verstande dat het Dagelijks Bestuur de bijstand verlaagt met 40% indien het Dagelijks Bestuur eerder een verlaging van 20% heeft opgelegd.
**3..** Indien de belanghebbende na een periode van 18 maanden na het gesprek als bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet voldoet aan de taaleis en:
hem hiervoor een verwijt kan worden gemaakt;
het Dagelijks Bestuur de bijstand eerder heeft verlaagd met 40%; en
de belanghebbende niet bereid is zijn gedrag te verbeteren,
verlaagt het Dagelijks Bestuur de bijstand in aansluiting op de eerdere verlaging met 100% voor een periode van 2 maanden.
**4..** Indien de belanghebbende ook na de verlaging bedoeld in het derde lid niet bereid is te voldoen aan zijn inspanningsverplichting, verlaagt het Dagelijks Bestuur de bijstand nogmaals met 100% voor de duur van 2 maanden.
**5..** Voordat het Dagelijks Bestuur overgaat tot het verlagen van de bijstand als bedoeld in het derde en het vierde lid, stelt het de belanghebbende in de gelegenheid een taaltoets af te leggen.