6.1 Inleiding
Als laatste component in het activabeleid wordt stilgestaan bij het begrip rente in geval van geactiveerde uitgaven. De commissie BBV heeft in juli 2016 een Notitie rente 2017 gepubliceerd naar aanleiding van de vernieuwing van de BBV per 1-1-2017. Dit hoofdstuk is gebaseerd op deze rentenotitie.
Rentekosten moeten aan de desbetreffende taakvelden worden toegerekend met behulp van een renteomslag. In de kern van de BBV notitie wordt vooral beoogd dat alleen werkelijke rentelasten worden begroot en verantwoord. Zonder constructies die een begroting ‘opblazen’.
In onderstaande figuur geeft de BBV een illustratie hoe de toerekening aan taakvelden dient plaats te vinden. De werkelijke rentelasten worden eerst toegerekend aan specifieke onderdelen zijnde grondexploitatie en projectfinanciering (lees Woningbedrijf in de Opmeerse situatie). Wat overblijft wordt met een renteomslag verdeeld over de afzonderlijke activa en taakvelden.
bron tabel: Commissie BBV Notitie rente 2017
6.2 Uitwerking voor Opmeer
De gemeente Opmeer heeft weinig leningen en betaalt daarom relatief weinig rente. De leningen die de gemeente nog heeft zijn direct toe te schrijven aan grondexploitaties en het Woningbedrijf waarna zo goed als geen rentelasten resteren om in de vorm van een renteomslag toe te rekenen aan de andere taakvelden. De renteomslag bedraagt daardoor feitelijk 0% en daarom bestaan de kapitaallasten bij de gemeente Opmeer met ingang van de begroting 2017 alleen uit afschrijvingslasten en geen rente(omslag) meer, uitgezonderd het Woningbedrijf en de grondexploitaties.
Ten slotte rekent de gemeente Opmeer, in lijn met de voorkeur van de BBV, geen rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen. Dit komt het verlangde inzicht, de eenvoud en de transparantie ten goede.
Hoofdstuk
Artikel 6