Naar hoofdinhoud
7.1 Inleiding In de BBV zijn voorschriften opgenomen voor het opstellen van de gemeentelijke financiële producten (programmabegroting, meerjarenraming, programmarekening, taakveldenraming en taakveldenverantwoording). Hierin komt het beheer van activa in administratief opzicht ook naar voren. Deze voorschriften zijn voor deze nota van belang. Als centraal artikel is in de BBV opgenomen: De begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening en de toelichtingen geven volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten (artikel 3, eerste lid BBV). Daarnaast wordt gesteld dat: Voor de begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening wordt het stelsel van baten en lastengehanteerd (artikel 2, eerste lid BBV). Het activabeleid moet voldoen aan deze voorschriften. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op de betekenis van kapitaallasten in de begroting, de meerjarenbegroting en de jaarrekening. 7.2 Begroten van kapitaallasten Op begrotingsbasis wordt een raming gemaakt van de verwachte kapitaallasten in het begrotingsjaar. Deze raming bestaat uit een deel waarover zekerheid bestaat en een deel waarover geen zekerheid bestaat. Het deel van de kapitaallasten waarover zekerheid bestaat betreft activa die al in bezit zijn en waarover afgeschreven wordt (opgenomen op de balans tegen werkelijke boekwaarden). Aangezien bij de gemeente Opmeer sinds de begroting 2017 een renteomslag van 0% geldt (zie hoofdstuk 6 van deze nota), leidt de afschrijving tot een raming van de kapitaallasten. Het deel van de kapitaallasten waarover geen zekerheid bestaat heeft betrekking op nieuwe in gebruik te nemen activa gedurende het begrotingsjaar. Voor het bepalen van het moment waarop in de begroting rekening wordt gehouden met de kapitaallasten zijn er drie keuzes mogelijk als het gaat om het moment van starten met afschrijvingen: afschrijven (en eventuele rente) vanaf het begin van het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een volledig jaar afschrijving) of; medio het begrotingsjaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een half jaar afschrijving en eventuele rente) of; vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een volledig jaar afschrijving en eventuele rente). De BBV laat de gemeente vrij in haar keuze, maar de gekozen methode van het moment van beginnen met afschrijven moet wel worden toegepast op alle (sub)categorieën van de kapitaalgoederen. De gemeente Opmeer hanteert sinds 2012 de 3e methode. Dus afschrijven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een volledig jaar afschrijving). Er is geen aanleiding om hier verandering in aan te brengen. Het voordeel van deze werkwijze is dat de beheersbaarheid en de voorspellende waarde van de kapitaallasten beter tot uiting komen met de kleinste administratieve last. Gebruik is bepalend In praktijk kan de situatie zich voordoen dat een investering technisch gezien in gebruik is genomen, maar waarvan de werkelijke (financiële) afwikkeling afhangt van een juridisch of procedureel geschil. Ook kan sprake zijn van het in gebruik nemen van een actief (bv. gebouw) waarvan de eindafrekening nog wordt opgesteld. In die gevallen vindt de eerste afschrijving plaats in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname. Gebruik is dan bepalend. Een argument hiervoor is dat anders de balans en de waardevermindering van het actief geen betrouwbaar beeld geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel