In deze bijlage zijn de relevante artikelen met betrekking tot activabeleid uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen.
- - Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd.
- - De baten en lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.
- - De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun bruto bedrag.
- - Onder de baten en lasten worden ook bedoeld de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente.
- - Onder baten en lasten wordt ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelastin. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag.
- - De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de productenraming en de productenrealisatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.
- - De begroting, de meerjarenraming, de productenraming en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie.
- - De jaarstukken, de productenrealisatie en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.
- - De uiteenzetting van de financiële positie bevat:
- - een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen;
- - een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen, en
- - het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar.
- - Afzonderlijke aandacht wordt tenminste besteed aan:
- - de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
- - de investeringen; onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut;
- - de financiering;
- - de stand en het verloop van de reserves;
- - de stand en het verloop van de voorzieningen.
Artikel 21
De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat tenminste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op de belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van de financiële positie van het vorige begrotingsjaar.
- - De meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.
- - Artikel, 20, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 23
De toelichting op de meerjarenraming bevat tenminste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorige begrotingsjaar.
Artikel 31
Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen.
Artikel 33
Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.
Artikel 34
In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
- - kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
- - kosten van onderzoek en ontwikkeling voor bepaald actief;
- - bijdragen aan activa in eigendom van derden.
- - In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
- - investeringen met een economisch nut;
- - investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
- - investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
- - Van de materiele vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.
Artikel 36
In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
- - kapitaalverstrekkingen aan:
- - deelnemingen;
- - gemeenschappelijke regelingen;
- - overige verbonden partijen;
- - leningen aan:
- - openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;
- - woningbouwcorporaties;
- - deelnemingen;
- - overige verbonden partijen;
- - overige langlopende leningen;
- - uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
- - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
- - overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Artikel 51
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.
- - In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
- - gronden en terreinen;
- - woonruimten;
- - bedrijfsgebouwen;
- - grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
- - vervoermiddelen;
- - machines, apparaten en installaties;
- - overige materiële vaste activa.
- - In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
- - de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
- - de investeringen of desinvesteringen;
- - de afschrijvingen;
- - bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
- - afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
- - de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
- - Alle investeringen worden geactiveerd.
- - In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.
Artikel 60
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
- - het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
- - de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
- - het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
- - de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 61
Bijdragen aan activa in eigendoom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:
- - er sprake is van een investering door een derde;
- - de investering bijdraagt aan de publieke taak;
- - de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;
- - de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investeringen.
- - Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
- - In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht.
- - In afwijking van het eerste lid moeten voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering worden gebracht op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
- - Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
- - De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
- - De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
- - Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
- - Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
- - In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
- - Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
- - Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en vorderingen verrekend.
- - De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
- - Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
- - Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur, waaronder begrepen de financiële vaste activa, bedoeld in artikel 36, onderdeel e, wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
- - In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
- - In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
- - Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
- - Naar verwachting duurzame waarde verminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
- - Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingprijs.
- - Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
- - In afwijking van artikel 63, eerste lid, worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
- - In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.