Het college merkt het vermogen voor zover dat meer bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet aan als 100% draagkracht.
Indien binnen een reeds vastgestelde draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend, stelt het college de nog te verrekenen draagkracht uit vermogen vast op basis van de draagkrachtruimte uit vermogen die eerder nog niet met het recht op bijzondere bijstand kon worden verrekend.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Draagkracht en vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Krimpenerwaard 2019