Lid 1
De medewerker die valt onder de standaardregeling voor de werktijden en die door het college is aangewezen om arbeid te verrichten buiten het dagvenster zoals bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, van de GAR, heeft recht op een buitendagvenstervergoeding overeenkomstig artikel 3:8 van de GAR.
Lid 2
De buitendagvenstervergoeding bedraagt:
· 50% van het uurloon van de medewerker over de gewerkte uren buiten het dagvenster tussen maandag 00:00 uur en vrijdag 24:00 uur;
· 75% van het uurloon van de medewerker over de uren gewerkt op zaterdag;
· 100% van het uurloon van de medewerker over de uren gewerkt op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5, derde lid, van de GAR.
Lid 3
De gewerkte uren buiten het dagvenster worden enkel in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt afspraken met de leidinggevende met betrekking tot het opnemen van deze te compenseren uren.
Lid 4
De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is heeft overeenkomstig artikel 3:8, derde lid, van de GAR, geen recht op een buitendagvenstervergoeding.