Een cliënt, al dan niet met kinderen, die slachtoffer is van huiselijk geweld komt voor opvang in aanmerking wanneer de cliënt:
a. vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten of, indien er sprake is van kindermishandeling, de opvang van kind(eren) met de beschermende ouder of verzorger noodzakelijk is;
b. geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorzien, en
c. in verband met de opvang, de door het college gestelde voorwaarden in acht neemt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.8
Artikel 3.8.3
Criteria opvang huiselijk geweld
Onderdeel van Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2018