Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.1

Tijdelijke organisatie

Onderdeel van Sociaal Beleidskader Den Haag 2015 -2018

1. In dit artikel wordt onder tijdelijke organisatievorm verstaan: een binnen de gemeente Den Haag als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband van tijdelijke aard. 2. Het diensthoofd kan een tijdelijke organisatievorm inrichten, waarbij de paragrafen 5 tot en met 9 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing kunnen worden gelaten. 3.Het voornemen om toepassing te geven aan het tweede lid, maakt onderdeel uit van een voornemen tot reorganisatie als bedoeld in artikel 4.1, van een plan van aanpak als bedoeld in paragraaf 6, of van een ander besluit, waarbij het diensthoofd het betrokken medezeggenschapsorgaan met toepassing van artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden in de gelegenheid stelt om voorafgaand advies uit te brengen. Het betrokken medezeggenschapsorgaan wordt na vaststelling van het besluit schriftelijk geïnformeerd. 4. Het diensthoofd kan onder hem ressorterende ambtenaren werkzaamheden laten verrichten in en vanuit de tijdelijke organisatievorm. Deze ambtenaren worden hierdoor niet in hun rechtspositie benadeeld. 5. De tijdelijke organisatievorm wordt niet langer in stand gehouden dan noodzakelijk en wordt gevolgd door omzetting in een definitieve organisatie met toepassing van deze regeling of door opheffing. 6. In het voornemen, bedoeld in het derde lid, worden de begin- en einddatum van de tijdelijkeorganisatievorm vermeld. Toelichting Het is soms wenselijk om proef te draaien of te experimenteren met een organisatievorm “in oprichting”, al dan niet vooruitlopend op een reorganisatie in later stadium. Het kan bijvoorbeeld gaan om een “kraamkamer”-constructie of om een pilot. In andere gevallen kan er behoefte bestaan om een tijdelijke (project- of werk)organisatie in te richten die los staat van de bestaande structuur, bijvoorbeeld vanwege een politieke prioriteit. Het voert in dit soort gevallen te ver om een ingrijpendorganisatieveranderingsproces door te voeren. Om die reden bepaalt dit artikel dat in dergelijke gevallen niet de hele reguliere reorganisatieprocedure hoeft te worden doorlopen. Dit kan worden geëffectueerd als onderdeel van het voornemen tot reorganisatie (paragraaf 4), of in latere fase op basis van een plan van aanpak (paragraaf 6), al dan niet op hoofdlijnen. Ook een apart voorgenomen besluit behoort tot de mogelijkheden.In alle gevallen waarin sprake is van een tijdelijke organisatievorm zoals omschreven in het eerste lid en het voornemen om toepassing te geven aan het tweede lid, dient de medezeggenschap tijdig te worden betrokken, waarbij aan het medezeggenschapsorgaan adviesrecht toekomt. Randvoorwaarde is dat de medewerkers die werkzaamheden gaan verrichten in en vanuit de tijdelijke constellatie, daarvan geen nadelen ondervinden in hun rechtspositie. Het verrichten van dergelijke werkzaamheden kan vanuit de huidige functie plaatsvinden of bijvoorbeeld door tijdelijke plaatsing op basis van artikel 2:1B, tweede lid, van de ARG. Deze tewerkstelling is overigens geen beletsel om, als er sprake is van een voornemen tot reorganisatie, paragraaf 5 (vrijwillige VWNW-trajecten) desgewenst wel toe te passen. Als de tijdelijke organisatievorm een structureel karakter gaat krijgen, dan dient het reguliere reorganisatietraject aan de hand van deze regeling alsnog te worden doorlopen (voornemen tot reorganisatie, plan van aanpak). De medewerkers die werkzaamheden hebben verrichten in en vanuit de tijdelijke constellatie, kunnen daaraan geen aanspraken ontlenen met betrekking tot plaatsing in de structurele organisatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel