**1..** Voorafgaand aan elke reorganisatie formuleert het diensthoofd een voornemen tot reorganisatie.
**2..** Het voornemen geeft ten minste inzicht in:
a. de aanleiding en het doel van de reorganisatie,
b. het organisatorische en personele bereik van de reorganisatie,
c. de contouren van de nieuwe organisatie,
d. de verwachting of de reorganisatie zal leiden tot boventalligheid als er geen voorzieningen worden getroffen,
e. de toepassing van paragraaf 3 (tijdelijke organisatievormen), paragraaf 5 (vrijwillige VWNW-trajecten) en artikel 7.1, tweede lid (plaatsingsprocedure) en
f. de verwachte datum reorganisatie en planning van de reorganisatie.
**3..** Het diensthoofd stelt het reorganisatiebesluit vast nadat het betrokken medezeggenschapsorgaan met toepassing van artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden in de gelegenheid is gesteld om advies uit te brengen over het voorgenomen besluit.
**4..** De betrokken ambtenaren, het betrokken medezeggenschapsorgaan en de commissie voor georganiseerd overleg worden schriftelijk geïnformeerd over het vastgestelde voornemen tot reorganisatie.
Toelichting
De verantwoordelijkheid voor een (voorgenomen) reorganisatie ligt bij het diensthoofd namens het college van burgemeester en wethouders.Mede uit de WOR vloeit voort dat, voordat wordt besloten tot een reorganisatie, er een voornemen geformuleerd wordt. Dit is overgenomen in deze regeling. De formulering van het voornemen kondigt de start aan van de reorganisatie. Helder moet zijn dát en op welke datum het voornemen definitief is vastgesteld, om zodoende de besluitvorming transparant te houden. Daarom schrijft het artikel voor dat over de uiteindelijke vaststelling gecommuniceerd wordt. De melding van reorganisaties aan het georganiseerd overleg is al geregeld in artikel 12:1:5 van de ARG en is hier volledigheidshalve herhaald.Om de commissie voor georganiseerd overleg, het betrokken medezeggenschapsorgaan en het personeel goed te informeren moet - voor zover mogelijk - bij het voornemen worden aangegeven of boventalligheid wordt verwacht.
Over de betrokkenheid van medezeggenschapsorganen bij de uitvoering van deze regeling wordt het volgende opgemerkt. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) is onverkort van toepassing. Uit de artikelen 23, 24 en 25 WOR vloeit voort dat de bestuurder op eigen initiatief en tijdig het betrokken medezeggenschapsorgaan informeert over organisatieontwikkelingen, dat het medezeggenschapsorgaan overleg over een reorganisatie(voornemen) kan agenderen, en dat een voorgenomen reorganisatiebesluit adviesplichtig is voor zover door de wet is voorgeschreven. In aanvulling op het wettelijke systeem bepaalt deze regeling dat aan het betrokken medezeggenschapsorgaan altijd adviesrecht (artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden) toekomt ten aanzien van reorganisatiebesluiten in de zin van deze regeling. Het artikel vermeldt de onderwerpen waarover het voornemen informatie moet geven. Het medezeggenschapsorgaan kan desgewenst nadere informatie vragen zoals actuele gegevens over externe inhuur (percentage, werkzaamheden), om deze te kunnen afzetten tegenover eventueel verwachte boventalligheid.
Paragraaf 4
Artikel 4.1
Voornemen tot reorganisatie
Onderdeel van Sociaal Beleidskader Den Haag 2015 -2018