Naar hoofdinhoud

Paragraaf 6

Artikel 6.1

Plan van aanpak

Onderdeel van Sociaal Beleidskader Den Haag 2015 -2018

1.. Het diensthoofd stelt een plan van aanpak voor de reorganisatie vast als de voorgenomen reorganisatie daartoe aanleiding geeft. Hiervan is in ieder geval sprake als de plaatsingsprocedure, bedoeld in paragraaf 7, naar verwachting zal leiden tot boventalligheid. 2.. Het plan van aanpak geeft ten minste inzicht in: de aanleiding en het doel van de reorganisatie, het organisatorische en personele bereik van de reorganisatie, belangrijke beleidsmatige, financiële en rechtspositionele aspecten van de reorganisatie, de planning van informatie- en overlegmomenten met het betrokken medezeggenschapsorgaan en de betrokken ambtenaren, de organisatiestructuur en formatie van de oude en nieuwe organisatie, inclusief functieprofielen, functiewaarderingsresultaten en een overzicht van uitwisselbare respectievelijk opgeheven functies, functiegroepen waarbinnen boventalligheid wordt voorzien, het al dan niet instellen van een commissie als bedoeld in artikel 7.8, tweede lid, het al dan niet houden van een belangstellingsregistratie, de fasering van en de inrichting van de procedure met betrekking tot plaatsing van betrokken ambtenaren, met inbegrip van de toepassing van artikel 7.5 (afwijking afspiegelingsbeginsel), artikel 7.6 (plaatsing leidinggevenden), artikel 7.9 (opheffing organisatieonderdeel), artikel 7.10 (plaatsing vanuit meerdere diensten) en artikel 7.12 (tussentijds ontslag aan ambtenaren in tijdelijke dienst), de datum reorganisatie en planning van de reorganisatie, en het tijdstip van evaluatie van de reorganisatie. 3.. Als op onderdelen nog geen volledig inzicht kan worden gegeven, geeft het diensthoofd aan wanneer dat inzicht naar verwachting kan worden gegeven. 4.. Als de reorganisatie niet ingrijpend van aard is, kan het diensthoofd in overleg met het betrokken medezeggenschapsorgaan volstaan met een plan van aanpak op hoofdlijnen. Een reorganisatie is in ieder geval wel ingrijpend van aard als deze leidt tot boventalligheid. 5.. Het diensthoofd kan het plan van aanpak en het voornemen tot reorganisatie, bedoeld in artikel 4.1, laten samenvallen. 6.. Het diensthoofd stelt het plan van aanpak vast nadat het betrokken medezeggenschapsorgaan met toepassing van artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden in de gelegenheid is gesteld om advies uit te brengen over het voorgenomen plan van aanpak. 7.. De betrokken ambtenaren en het betrokken medezeggenschapsorgaan worden schriftelijk geïnformeerd over het vastgestelde plan van aanpak. Toelichting Het vaststellen van een plan van aanpak is de start van het klassieke reorganisatiemodel: voorbereiding, plan van aanpak, organisatie- en formatieplan, plaatsingsprocedure, eventuele aanwijzing van boventalligen. Zoals al is toegelicht, kan er soms aanleiding bestaan om direct hiertoe over te gaan zonder eerst een vrijwillige VWNW-fase in te lassen.De term “plan van aanpak” wordt in overkoepelende zin gebruikt. Het kan bijvoorbeeld zijn gesplitst – ook in de tijd – in een globaal plan van aanpak, een organisatieplan, een formatieplan, enzovoorts, of juist in één document en tijdstip zijn gebundeld, al dan niet samenvallend met het eerdergenoemde voornemen tot reorganisatie. Een en ander is afhankelijk van de situatie en het overleg met de medezeggenschap.Als de reorganisatie niet ingrijpend is, kan worden volstaan met een tot hoofdlijnen beperkt plan van aanpak, ook wel aangeduid als een “lichte” reorganisatie. Of een reorganisatie al dan niet ingrijpend is, is onderwerp van overleg tussen het diensthoofd en het betrokken medezeggenschapsorgaan. Van een “lichte” reorganisatie is in ieder geval geen sprake als er na de plaatsingsprocedure sprake is van boventalligheid.Het plan van aanpak is op grond van deze regeling altijd adviesplichtig (artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden). Het artikel geeft, mede gelet op de WOR-praktijk, de verplichte elementen van het plan van aanpak aan.Het medezeggenschapsorgaan kan desgewenst nadere informatie vragen zoals actuele gegevens over externe inhuur (percentage, werkzaamheden), om deze te kunnen afzetten tegenover eventueel verwachte boventalligheid. Helder moet zijn dát en op welke datum het plan van aanpak definitief is vastgesteld, om zodoende de besluitvorming transparant te houden.Het artikel regelt daarom de verplichte informatieverstrekking over de uiteindelijke besluitvorming. Het artikel schrijft niet voor óf en hóe voorafgaand aan de vaststelling over het voorgenomen plan van aanpak wordt gecommuniceerd met de medewerkers, omdat elke reorganisatie een andere aanpak kan vergen. Dit wordt aan het diensthoofd en aan het overleg tussen diensthoofd en medezeggenschapsorgaan overgalaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel