Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Soort voorzieningen

Deze bijlage betreft de volgende voorzieningen:

  • - tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten;
  • - zij-instromers;
  • - Sterke Schoolleider.
  • - Overige voorzieningen Lerarenagenda 2023-2027.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019

Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan in een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Begripsomschrijvingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • - Amsterdamse onderwijsregio: Amsterdams samenwerkingsverband bestaande uit schoolbesturen met deelnemende vestigingen voor basisonderwijs en speciaal (basis) onderwijs, mbo-instellingen. hbo - en universitaire lerarenopleidingen, vertegenwoordigers van leraren en de gemeente, die gezamenlijk uitvoering geven aan de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027;
  • - deelnemer: deelnemende organisatie aan de Amsterdamse onderwijsregio;
  • - hbo: instelling voor hoger beroepsonderwijs;
  • - mbo: instelling voor middelbaar beroepsonderwijs;
  • - penvoerder: een schoolbestuur, een bestuur van een beroepsopleiding of bestuur van een universiteit die een aanvraag indient voor een samenwerkingsverband binnen de Amsterdamse onderwijsregio en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verlening;
  • - subsidietijdvak: periode waarin de gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd.

Artikel 1.4 Algemeen doel

Met deze voorzieningen en subsidies wordt beoogd om de in de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 opgenomen activiteiten te realiseren met als doel het lerarentekort in Amsterdam gezamenlijk met de andere partners in de Amsterdamse onderwijsregio te verminderen.

Hoofdstuk 2 Voorziening Amsterdamse Teambeurzen

[vervallen]

Hoofdstuk 3 Voorziening Tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten

Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - cao po: cao primair onderwijs die tevens van toepassing is op het (v)so;
  • - OOP: onderwijsondersteunend personeel;
  • - personeelsleden: leraren, onderwijsondersteunend personeel (OOP) en directieleden volgens de Wvo , de Wpo of de Wec , werkzaam op een Amsterdamse school of in een vervangingspool van een schoolbestuur of in dienst van samenwerkende schoolbesturen;
  • - po: primair onderwijs;
  • - so: speciaal onderwijs
  • - vo: voortgezet onderwijs;
  • - vso: voortgezet speciaal onderwijs

Artikel 3.2 Doel voorziening

  • - Het doel van de voorziening is om in het kader van het lerarentekort in Amsterdam schoolbesturen te ondersteunen bij het werven van nieuwe en het behouden personeelsleden.
  • - Dit doel wordt bereikt door Amsterdamse schoolbesturen in staat te stellen om aan de in het eerste lid genoemde personeelsleden een hogere tegemoetkoming te verstrekken in de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer dan op basis van de cao’s po en vo gebruikelijk is.

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • - Het college kan per schooljaar een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten die een bestuur maakt, in aanvulling op de vergoedingen die de cao’s po en vo voorschrijven voor woon-werkverkeer van personeelsleden die verder weg wonen van hun werklocatie dan 25 km.
  • - De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de uitkomst van de volgende som: aantal fte per afstandscategorie genoemd in de in lid 3 opgenomen tabel, vermenigvuldigd met het van toepassing zijnde bedrag per schooljaar.
  • - Voor de berekening van de subsidie worden de volgende afstandscategorieën en bedragen gehanteerd:
    Afstand woon-werk enkele reisMaximale vergoeding gemeente per fte personeelslid per schooljaar (uitgaande van 10 maanden)
    25 - 30 km€ 100
    30-40 km€ 200
    Meer dan 40 km€ 300

Artikel 3.4 Subsidieplafond en verdeelsystematiek

  • - Het college stelt per schooljaar een subsidieplafond vast.
  • - Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, vermindert het college de te verlenen subsidies met eenzelfde percentage, zodat het subsidieplafond wel toereikend is.

Artikel 3.5 – Aanvraag

[vervallen]

Artikel 3.6 – Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

  • - In aanvulling op artikel 5, derde lid van de VloA 2019 wordt bij de aanvraag een begroting verstrekt op basis van het aantal personeelsleden omgerekend naar fte’s dat verder woont van de werklocatie dan de afstanden genoemd in artikel 3, eerste lid en dat op het moment van de aanvraag bij het schoolbestuur werkzaam is.
  • - In deze begroting geeft een schoolbestuur aan:
    • - de extra kosten die hij moet maken voor een tegemoetkoming in de reiskosten van het personeel bovenop de cao-vergoeding, uitgesplitst naar de afstandscategoriën zoals opgenomen in artikel 3.3, derde lid;
    • - over welk deel van deze kosten subsidie wordt aangevraagd en welk deel hij zelf bekostigt.

Artikel 3.7 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de verplichting verbonden dat:

  • - Het schoolbestuur eenzelfde bedrag als het verleende subsidiebedrag bijdraagt aan de vergoeding van reiskosten aan zijn personeel in aanvulling op de cao;
  • - Met het oog op de Agenda Autoluw van de gemeente Amsterdam gaat het schoolbestuur met zijn personeelsleden in gesprek, over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen.

Artikel 3.8 Verantwoording

In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie informatie waaruit blijkt:

  • - hoeveel fte personeelsleden op meer dan 25 km van de werklocatie woonachtig waren gedurende de 10 maanden van het schooljaar waarop de verantwoording betrekking heeft, waarbij het schoolbestuur een onderverdeling maakt naar de afstandscategorieën genoemd in de tabel van artikel 3, derde lid en de daarbij behorende bedragen aan uitgekeerde reiskostenvergoeding;
  • - het bedrag dat het schoolbestuur zelf heeft bijgedragen aan de reiskosten;
  • - welke inspanningen het schoolbestuur heeft gedaan om met zijn personeelsleden in gesprek te gaan over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen, en welke resultaten dit heeft opgeleverd.

Hoofdstuk 4 Voorziening zij-instromers

Artikel 4.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - lerarenopleiding: een opleiding tot leraar basisonderwijs of leraar voortgezet onderwijs in een van de tekortvakken;
  • - po: primair onderwijs om vattende basisonderwijs en speciaal basisonderwijs;
  • - potentiële zij-instromer: persoon die via www.lievervoordeklas.nl is aangemeld bij 1Loket, voldoet aan de voorwaarden om zij-instromer te worden (zoals afgeronde hbo/wo opleiding), en de eerste selectiefase met goed gevolg heeft doorlopen (waaronder een startgesprek en geschiktheidstest);
  • - scholingsovereenkomst: een overeenkomst afgesloten tussen het schoolbestuur of de schooldirecteur van de school waar de zij-instromer wordt aangesteld, de leraren opleiding en de zij-instromer, waaruit blijkt dat de zij-instromer een aanstelling heeft voor maximaal twee jaar en ingeschreven staat bij een lerarenopleiding voor zij-instromers;
  • - so: speciaal onderwijs;
  • - tekortvakken vo: de vakken Informatica, Wiskunde, Scheikunde, Natuurkunde, Duits, Klassieke talen en Frans;
  • - vo: voortgezet onderwijs;
  • - voortraject: intensieve cursus ter kennismaking met het vak van leraar in het primair- of voortgezet onderwijs voor potentiële zij-instromers, waarbij de participant ervaart welke vaardigheden nodig zijn en praktijkervaring opdoet op een school;
  • - vso: voortgezet speciaal onderwijs;
  • - zij-instromer: persoon met een afgeronde hbo- of wo-opleiding die wordt aangesteld als leraar in het po, v(s)o zonder dat hij voldoet aan de voor de functie geldende bevoegdheidseisen met een benoeming van maximaal twee jaar waarbinnen hij het voor de functie vereiste diploma dient te behalen.

Artikel 4.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is het tegengaan van het Amsterdamse lerarentekort door de instroom van zij-instromers in het po, so, vo en vso te bevorderen, en de uitval gedurende de opleiding tot leraar te verlagen.

Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten

  • - Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan:
    • - een voortraject voor een potentiële zij-instromer;
    • - de begeleiding van een zij-instromer;
  • - De subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers bedraagt maximaal € 1.944 per potentiële zij-instromer.
  • - De subsidie voor de begeleiding van zij-instromers bedraagt:
    • - voor een school in het po, so of vso maximaal € 8.500 per zij-instromer;
    • - voor een school in het vo maximaal € 2.500 per zij-instromer in een van de tekortvakken;
  • - De in het eerste lid bedoelde subsidies kunnen worden ingezet voor de bekostiging van een externe deskundige die het voortraject vormgeeft of de begeleiding biedt, onder voorwaarde dat de kosten maximaal €125,- per uur bedragen.

Artikel 4.4 Subsidieplafond, subsidietijdvak en verdeelsystematiek

  • - Het college stelt per schooljaar een subsidieplafond vast voor de uitvoering van voortrajecten voor de uitvoering van voortrajecten voor potentiële zij-instromers als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, onderdeel a.
  • - Het college stelt voor de begeleiding van zij-instromers in de sectoren po, so en vso en voor de sector vo twee afzonderlijke subsidieplafonds vast, telkens voor een van de volgende subsidietijdvakken:
    • - 1 september 2024 tot 1 februari 2027;
    • - 1 september 2025 tot 1 februari 2028;
    • - 1 september 2026 tot 1 februari 2029;
    • - 1 september 2027 tot 1 februari 2030;
  • - Aanvragen voor alle in artikel 4.3, eerste lid, genoemde subsidiabele activiteiten worden in behandeling genomen als zij compleet zijn en in volgorde van binnenkomst afgehandeld.

Artikel 4.5 Aanvraag

  • - In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 kan de subsidieaanvraag voor een voortraject voor potentiële zij-instromers worden ingediend gedurende het gehele schooljaar waarin de activiteit wordt uitgevoerd.
  • - In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 wordt de subsidieaanvraag voor de begeleiding van zij-instromers ingediend:
    • - voor het subsidietijdvak 1 september 2024 tot 1 februari 2027 van 1 mei tot 30 juni 2024 of 1 december 2024 tot 1 februari 2025;
    • - voor het subsidietijdvak 1 september 2025 tot 1 februari 2028 van 1 mei tot 30 juni 2025 of 1 december 2025 tot 1 februari 2026;
    • - voor het subsidietijdvak 1 september 2026 tot 1 februari 2029 van 1 mei tot 30 juni 2026 of 1 december 2026 tot 1 februari 2027.

Artikel 4.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, derde lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor subsidie:

  • - voor een voortraject voor potentiële zij-instromers de volgende gegevens verstrekt:
    • - de gegevens van de organisatie die het voortraject organiseert;
    • - een korte motivatie van de keuze voor de betreffende organisatie;
    • - het aantal potentiële zij-instromers waarvoor het voortraject georganiseerd wordt;
    • - een beschrijving van het programma van het voortraject, waaruit in ieder geval blijkt uit hoeveel kandidaten de groep maximaal bestaat, hoeveel uur het traject duurt, en wat de inhoud van het curriculum is;
    • - een onderbouwing van de kosten per participant;
    • - een verklaring dat medewerkers en participanten in het bezit zijn van een recente Verklaring Omtrent Gedrag;
    • - een verklaring dat medewerkers aantoonbaar minimaal hbo werk- en denkniveau hebben.
  • - voor de begeleiding van zij-instromers de volgende gegevens verstrekt:
    • - een beschrijving van de begeleidingsactiviteiten;
    • - een bewijs van aanstelling van de zij-instromer.

Artikel 4.7 Weigeringsgronden

  • - In aanvulling op artikel 7, eerste lid, van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen voor:
    • - een voortraject voor potentiële zij-instromers als:
      • - het voortraject korter duurt dan 30 uur of deze uren niet gelijkmatig zijn verdeeld over ten minste 5 dagen;
      • - het voortraject niet ten minste bestaat uit een praktijkcursus en een praktijkplek;
      • - potentiële zij-instromers tijdens het voortraject niet de gelegenheid krijgen om te oefenen met het als leraar voor de klas staan op een Amsterdamse school;
      • - potentiële zij-instromers meer dan € 300,- moeten betalen voor deelname aan het voortraject.
    • - voor de begeleiding van zij-instromers als het schoolbestuur voor een zij-instromer geen bewijs van aanstelling kan overleggen.
  • - In aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de VloA 2019 kan het college weigeren een subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers te verlenen als naar het oordeel van het college de onderstaande onderdelen onvoldoende aan bod komen:
    • - een theoretische voorbereiding op de lespraktijk;
    • - klassenmanagement;
    • - een introductie in didactische en pedagogische vaardigheden;
    • - inzicht in het werken in het onderwijs;
    • - interactie met leerlingen en ouders;
    • - diversiteit en grootstedelijke context.

Artikel 4.8 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 worden aan de subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers de volgende verplichtingen verbonden:

  • - het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de aanbieder van het voortraject de opdracht uitvoert in lijn met het integrale zij-instroomplan, specifiek het gezamenlijk opleiden van zij-instromers voor de stad;
  • - het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de aanbieder constructief samenwerkt met 1Loket;
  • - het schoolbestuur communiceert het aanbod vooraf via de stedelijke website www.lievervoordeklas.nl, zodat iedereen met de juiste vooropleiding zich kan aanmelden.

Artikel 4.9 Verantwoording

  • - In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie voor een voortraject voor potentiële zij-instromers een rapportage met geanonimiseerde informatie over de participanten, waaronder opleidingsniveau, man/vrouw verhouding, en de vervolgstap na het doorlopen van het traject.
  • - In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie voor de begeleiding van zij-instromers een scholingsovereenkomst.

Hoofdstuk 5 Voorziening Sterke Schoolleider

Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - bo: basisonderwijs;
  • - percentage doelgroepleerlingen: het percentage doelgroepleerlingen dat op een school staat ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar voorafgaande aan het schooljaar of de schooljaren, waarvoor een aanvraag wordt ingediend;
  • - schoolleider: de persoon die leiding geeft aan een school, de leeromgeving optimaliseert en het team aanstuurt en motiveert;
  • - so: speciaal onderwijs;
  • - sbo: speciaal basis onderwijs;
  • - vso: voortgezet speciaal onderwijs

Artikel 5.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is om schoolleiders in het bo, sbo, so, en vso te ondersteunen waardoor zij (meer) tijd beschikbaar hebben voor onderwijskwaliteit, schoolontwikkeling en de cruciale verbindende rol tussen leerlingen, leraren, (onderwijs-)ondersteunend personeel, schoolbestuurders en de omgeving van de school.

Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten

  • - Het college kan voor een of twee schooljaren een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan de uitvoering van een of meerdere directietaken betreffende het primaire onderwijsproces voor een bedrag van:
    • - maximaal € 15.000 voor een periode van een schooljaar; of
    • - maximaal € 30.000 voor een periode van twee schooljaren.
  • - De subsidie kan tevens worden ingezet voor de kosten verbonden aan de inzet van een externe deskundige, onder voorwaarde dat de kosten maximaal €125,- per uur bedragen.

Artikel 5.4 Subsidieplafond en verdeelsystematiek

  • - Het college stelt voor de activiteiten die volgens dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen voor de volgende subsidietijdvakken een subsidieplafond vast:
    • - voor de periode lopende van 01-08-2024 tot 01-08-2026;
    • - voor de periode lopende van 01-08-2025 tot 01-08-2027;
    • - voor de periode lopende van 01-08-2026 tot 01-08-2027.
  • - Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die niet geweigerd worden op grond van artikel 5.6, te honoreren, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst.
  • - Bij de vaststelling van de volgorde in de rangschikking worden de volgende categorieën scholen onderscheiden, waarbij geldt dat voor de subsidie het eerst in aanmerking komen de scholen genoemd onder a. en vervolgens b. en daarna c.:
    • - de scholen voor sbo, so en vso;
    • - basisscholen met een percentage doelgroepleerlingen van 27% of meer op 1 oktober van het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren subsidietijdvak
    • - overige basisscholen.
  • - Indien het subsidieplafond onvoldoende toereikend is om alle aanvragen binnen een categorie bedoeld onder het derde lid te honoreren, brengt het college de aanvragen onder in de twee deelcategorieën:
    • - scholen die voorafgaand aan het subsidietijdvak waarop de subsidieaanvraag ziet geen of voor een jaar subsidie voor de voorziening sterke schoolleider hebben ontvangen;
    • - scholen die voorafgaand aan het subsidietijdvak waarop de subsidieaanvraag ziet voor twee jaar subsidie voor de voorziening sterke schoolleider hebben ontvangen.
  • - Indien de aanvragen worden ondergebracht in de twee deelcategorieën als bedoeld in het vierde lid geldt de volgende verdeelsleutel:
    • - het eerst in aanmerking komen de scholen in deelcategorie a. en vervolgens de scholen in deelcategorie b;
    • - indien het subsidieplafond ontoereikend is om alle onder een deelcategorie vallende aanvragen te honoreren, worden deze aanvragen gehonoreerd in volgorde van percentage doelgroepleerlingen op de school, waarvoor de aanvraag is ingediend van hoog naar laag.

Artikel 5.5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, derde lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor subsidie de volgende informatie ingediend:

  • - een beschrijving van de activiteiten als bedoeld in artikel 5.2 waar de directeur nu niet aan toe komt;
  • - een beschrijving van de wijze van evaluatie en kennisdeling.

Artikel 5.6 Weigeringsgronden

  • - In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als:
    • - de aanvraag betrekking heeft op het aanschaffen van roerende zaken, leermiddelen en aanpassingen aan de onderwijshuisvesting;
    • - het schoolbestuur voor de school voor basisonderwijs vanaf het schooljaar 2024-2025 niet deelneemt aan de jaarlijkse tekortmeting van OCW betreffende het lerarentekort.
    • - het een nieuwe school betreft, die op het moment van de subsidieaanvraag nog geen twee schooljaren geopend is.
  • - [vervallen]

Artikel 5.7 Weigeringsgronden

[vervallen]

Hoofdstuk 6 Overige voorzieningen Lerarenagenda 2023-2027

Artikel 6.1 Van overeenkomstige toepassing van VloA 2019

De voorschriften zoals opgenomen in de VloA 2019 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvragen, verlening en vaststelling van de subsidies zoals opgenomen in dit hoofdstuk.

Artikel 6.2 Subsidiabele activiteiten

Het college kan een subsidie verlenen voor de uitvoering van een of meer activiteiten passend binnen de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027.

Artikel 6.3 Subsidieplafond en subsidietijdvak

Het college stelt voor de activiteiten die volgens dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen voor het subsidietijdvak lopende van 01-08-2025 tot 01-08-2027 een subsidieplafond vast.

Artikel 6.4 Aanvrager

Subsidie kan in afwijking van artikel 5, eerste lid van de VloA 2019 alleen worden aangevraagd door een schoolbestuur, een bestuur van een mbo, hbo, of van een universiteit dat door de Amsterdamse onderwijsregio vooraf is aangewezen als uitvoerende deelnemer dan wel als penvoerder namens een groep uitvoerende deelnemers van een activiteit als bedoeld in artikel 6.2.

Artikel 6.5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5 van de VloA 2019 wordt in geval van een aanvraag door een penvoerder een verklaring overgelegd van de andere uitvoerende deelnemers van de te subsidiëren activiteit, waaruit blijkt dat zij instemmen met de aanvraag en de inhoudelijke en financiële (tussentijdse) verantwoording door de penvoerder en waarin de penvoerder wordt gemachtigd om namens hen betalingen in ontvangst te nemen en (terug)betalingen te verrichten bij eventuele terugvordering van subsidie(voorschotten).

Toelichting bij Bijlage 4: Voorzieningen behorende bij de Amsterdamse Lerarenagenda 2023 -2027

In de Lerarenagenda 2023-2027 laten de schoolbesturen, lerarenopleidingen, de beroepsgroep en de gemeente Amsterdam zien wat zij doen, blijven doen en geïntensiveerd gaan doen om samen het lerarentekort in de stad aan te pakken. Voor dit doel hebben zij zich verenigd in de Amsterdamse Onderwijsregio die voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 7 van de Subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s. De uitvoering van de Lerarenagenda 2023-2027 wordt deels bekostigd vanuit deze Rijkssubsidieregeling.

De deelnemers aan de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 zien het lerarentekort als de grootste bedreiging van de kwaliteit van het onderwijs en een motor van kansenongelijkheid. Daarom doen zij er samen alles aan om de trend te keren en te zorgen voor een goede leraar voor iedereen. De deelnemers werken samen in 7 coalities met de volgende thema's: instroom, communicatie, ontwikkelmogelijkheden ervaren docenten, omgaan met langdurige tekorten, extra voorzieningen, zij-instroom en sterke schoolleider. De uit te voeren activiteiten worden binnen een thematisch coalitie door daaraan deelnemende partners gezamenlijk goedgekeurd.

De volledig inhoud en toelichting op de Lerarenagenda 2023-2027 kan via deze link worden geraadpleegd: Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 - openresearch.amsterdam. In bijlage 4 van de VloA 2019 zijn de voorzieningen opgenomen die in de vorm van subsidie door de gemeente aan scholen, schoolbesturen en andere onderwijsinstellingen worden verstrekt gericht op het werven en het behoud van leraren.

Toelichting per artikel

Artikel 1.1 Soort voorzieningen

Geen toelichting nodig.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019

Geen toelichting nodig.

Hoofdstuk 2 de Voorziening Teambeurzen Lerarenagenda

[vervallen]

Hoofdstuk 3 de Voorziening Tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten

Algemeen

De lage reiskostenvergoeding is voor veel leraren, het onderwijs ondersteunend personeel (OOP) en directieleden een belemmering om in Amsterdam les te (blijven) geven. Met deze regeling maken de schoolbesturen en de gemeente sinds 2019 het aantrekkelijker om ook van buiten de gemeente in de stad les te komen of blijven geven. Met de Voorziening tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten worden via de besturen de leraren, OOP en directieleden die verder weg wonen dan de cao-grens gedeeltelijk tegemoet gekomen in deze reiskosten. Het totaal aan aanvullend op cao vergoede reiskosten wordt voor de helft gefinancierd door de gemeente en voor de andere helft door de schoolbesturen. Van het deel van de aanvullend op cao vergoede reiskosten dat door het schoolbestuur zelf wordt gefinancierd (de 50% cofinanciering), bepaalt het schoolbestuur aan welke personeelsleden zij een op de cao aanvullende tegemoetkoming toekent.

Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen

Geen toelichting nodig.

Artikel 3.2 Doel voorziening

De subsidieregeling is een uitwerking van de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023 ‘Liever voor de klas’ die onder andere tot doel heeft om bij te dragen aan voldoende en goed opgeleide leraren in Amsterdam.

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

De gemeente heeft in kaart gebracht hoe de CAO’s voor het primair en voortgezet onderwijs over de jaren 2023-2024 eruit zouden zien als deze zou doorlopen tot een reiskostenvergoeding bij een woonwerkafstand van 40 km. Deze CAO’s voorzien in een vergoeding tot 25 km. Met ingang van 1 januari 2024 wordt bij beide CAO’s uitgegaan van een vergoeding van € 0.17 per kilometer. De CAO’s, hanteren daarbij verschillende rekenmethodes, waardoor op jaarbasis de vergoeding voor een fulltimer in het voortgezet onderwijs die op 25 km afstand woont van een school, uitkomt op een bedrag van € 1842 op jaarbasis. Voor een fulltimer in het primair onderwijs betreft het een iets lager bedrag, namelijk € 1768 per jaar. De vergoedingen die gelden vanaf 25 km woon-werkafstand zijn gebaseerd op de vergoedingen die op basis van de CAO’s tot 25 km worden betaald.

Artikel 3.4 Subsidieplafond

Geen toelichting nodig.

Artikel 3.5 – Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

De begroting geeft inzicht in de verdeling van de middelen voor de aanvullende tegemoetkoming, uitgesplitst naar de in de voorziening gehanteerde afstandscategorie en uitgesplitst naar subsidiemiddelen en eigen middelen van het schoolbestuur.

Artikel 3.6 – Aanvullende verplichtingen

De tegemoetkoming in aanvulling op cao vergoede reiskosten is een voorziening waarbij sprake is van cofinanciering. De gemeente en het schoolbestuur dragen beide 50% van de kosten van de aanvullende reiskostenvergoeding (kosten bovenop de vergoeding die voortvloeit uit de cao). De subsidie van de gemeente kan enkel worden aangevraagd voor personeelsleden die binnen de afstandscategorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid woont. De cofinanciering van het schoolbestuur kan het schoolbestuur aan alle personeelsleden, ongeacht de afstandscategorie toekennen, zolang het een tegemoetkoming bovenop de cao betreft.

Om de stad ook in de toekomst toegankelijk en leefbaar te houden, moeten we toewerken naar het gebruik van toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen. Schoolbesturen worden daarom verplicht om met hun personeelsleden in gesprek te gaan over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen.

Artikel 3.7 Verantwoording

Scholen dienen bij de verantwoording aan te kunnen tonen dat het bedrag waarover subsidie is ontvangen is uitgekeerd voor personeelsleden die verder weg woonden dan 25 km en dat deze kosten zijn uitgekeerd als aanvullende tegemoetkoming in de reiskosten aan personeelsleden. Ook dienen scholen aan te kunnen tonen dat ze in gesprek zijn gegaan met personeelsleden over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen, met het oog op de Agenda Autoluw van de gemeente Amsterdam.

Artikel 3.8 Verantwoording

Scholen dienen bij de verantwoording aan te kunnen tonen dat het bedrag waarover subsidie is ontvangen is uitgekeerd aan personeelsleden die verder weg woonden dan 21,5 km po en 25 km vo en dat deze kosten zijn uitgekeerd als aanvullende tegemoetkoming in de reiskosten. Ook dienen scholen aan te kunnen tonen dat ze in gesprek zijn gegaan met personeelsleden over hun mobiliteitsbehoeften en over alternatieve en toekomstbestendige mobiliteitsvormen, met het oog op de Agenda Autoluw van de gemeente Amsterdam.

Hoofdstuk 3 de Voorziening zij-instromers en ‘statushouders voor de klas’

[vervallen]

Toelichting Hoofdstuk 4 de Voorziening zij-instromers

Algemeen

Om het nijpende lerarentekort terug te dringen, wordt onder andere ingezet op het stimuleren van meer zij-instromers.

Voortraject potentiële zij-instromers

Om de instroom te verhogen en uitval gedurende de opleiding te voorkomen, kunnen deze middelen worden ingezet om een intensieve cursus ter kennismaking met het vak van leraar te bekostigen. De cursus is voor potentiële zij-instromers in het po, so en v(s)o, waarbij de participant ervaart welke vaardigheden nodig zijn en praktijkervaring opdoet op een school.

Begeleiding van zij-instromers

De begeleiding van de zij-instromers vraagt veel van de capaciteit van de scholen en schoolbesturen, zeker in tijden van een lerarentekort. Gelet op het belang van goede begeleiding van zij-instromers kunnen schoolbesturen met de voorziening begeleiding zij-instromers hiervoor een financiële tegemoetkoming ontvangen. Deze middelen kunnen worden ingezet om capaciteit binnen het personeelsbestand van de school vrij te maken voor begeleiding van de zij-instromer(s) of om externe begeleiding van zij-instromer(s) aan te trekken.

Artikel 4.2 Doel voorziening

De subsidieregeling is een uitwerking van de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 ‘Omdat iedereen een goede leraar verdient’ die onder andere tot doel heeft om bij te dragen aan voldoende en goed opgeleide leraren in Amsterdam.

Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten

In november 2017 is uit onderzoek van Regioplan gebleken dat de kosten gemaakt door een bestuur per zij-instromer niet volledig kunnen worden gedekt vanuit de bijdrage van € 25.000 die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Vooral bij het po en (v)so blijkt de begeleiding van een zij-instromer veel meer kosten met zich mee te brengen. Dit onderzoek is gebruikt als algemene indicatie voor het bepalen van de hoogte van de subsidie op grond van deze voorziening voor de verschillende onderwijssectoren. In overleg met de schoolbesturen is in 2018 besloten om een subsidie van € 8.500 beschikbaar te stellen voor het po en (v)so en € 2.500 voor het vo waardoor per sector de Rijkssubsidie kostendekkend wordt aangevuld. Met de Onderwijsregio Amsterdam is besloten deze bedragen te continueren voor de komende vier schooljaren.

Artikel 4.4 Subsidieplafond, subsidietijdvak en verdeelsystematiek

De subsidieplafonds voor de begeleiding van zij-instromers worden vastgesteld voor subsidietijdvakken van twee en half schooljaren. Dit heeft te maken met het feit dat een zij-instromerstraject maximaal twee schooljaren duurt en dat een zij-instromer twee keer per jaar, te weten op 1 september en op 1 februari kan beginnen met een lerarenopleiding. Er worden door het college per subsidietijdvak twee subsidieplafonds vastgesteld. Een voor de sectoren po en so en een voor de sectoren vo en vso.

Het subsidieplafond voor een voortraject voor potentiële zij-instromers wordt per jaar vastgesteld.

Artikel 4.5 Aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend via portaal onderwijssubsidies via het vastgestelde aanvraagformulier.

Artikel 4.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

De beschrijving van de begeleidingsactiviteiten geeft op hoofdlijnen de beoogde activiteiten weer.

Artikel 4.8 Aanvullende verplichtingen

Sinds augustus 2020 is een stedelijke aanpak integraal zij-instroomplan van start gegaan, waarbij alle zij-instromers zich via www.lievervoordeklas.nl aanmelden bij 1Loket. Vervolgens worden ze door een intermediair gekoppeld aan een schoolbestuur. Onderdeel van de aanpak is ook dat zij-instromers worden opgeleid op een school waar voldoende en goede begeleiding is georganiseerd – en waar niet noodzakelijkerwijs een vacature is. De organisatie die het voortraject uitvoert is onderdeel van deze keten en werkt mee om het opleiden van zij-instromers op scholen zonder vacatures, voor scholen met vacatures te versterken en mogelijk te maken.

Voor de begeleiding van zij-instromers geldt dat er sprake moet zijn van een tripartiete overeenkomst tussen de opleiding, het schoolbestuur en de zij-instromers (de scholingsovereenkomst). Deze overeenkomst dient bij de verantwoording aangeleverd te worden.

Artikel 4.9 Verantwoording

Voorbeeld van een vervolgstap: geplaatst op school als zij-instromer, doet verdere ervaring op bij vervolgpraktijkplek.

Toelichting Hoofdstuk 5 de Voorziening Sterke Schoolleider

De gemeenteraad heeft op 19 juli 2023 De Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027: Elk kind en jongere verdient een goede leraar vastgesteld.

De voorganger van de Voorziening Sterke Schoolleiders, de Voorziening ondersteuning directeuren van scholen voor basisonderwijs, werd door de scholen en hun besturen zeer gewaardeerd. Inmiddels is het lerarentekort en de druk op de schoolleiders verder toegenomen. De gemeenteraad heeft besloten tot een forse uitbreiding van het beschikbare budget van €500.000 euro naar €1.500.000 euro per jaar om schoolleiders in deze complexe en uitdagende tijd te ondersteunen en te kunnen behouden voor de stad. Een goede schoolleider met tijd en ruimte voor de leraren op school is van invloed op het behoud van leraren. De impact van de subsidie reikt daarmee verder dan alleen het ondersteunen van schoolleiders. Bij deze nieuwe voorziening ligt de focus op scholen met de meest kwetsbare leerlingenpopulaties, wat vaak samengaat met een groot lerarentekort. Scholen voor speciaal en speciaal voortgezet onderwijs lijden ook zwaar onder het lerarentekort. Wat betreft deze voorziening kunnen ook deze scholen voortaan in aanmerking komen voor de subsidie.

Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten

De subsidie is bedoeld ter ondersteuning van de schoolleider, zodat er meer tijd vrijkomt voor directietaken die er door het personeelstekort bij inschieten. Subsidie kan worden aangevraagd voor tijdvakken van één of twee schooljaren. Omdat ook tweejarig subsidie kan worden verleend, kan een school bijvoorbeeld de functie van adjunct-directeur voor een langere periode continueren.

Artikel 5.4 Subsidieplafond en verdeelsystematiek

Het college stelt voor de looptijd van de Lerarenagenda 2023-2027 drie plafonds vast, die deels overlappen. Dit heeft te maken met het feit dat er plafonds moeten worden ingesteld voor de tweejaarlijkse subsidies en voor elk schooljaar een aanvraag moet kunnen worden gedaan. Het laatste plafond ziet op het schooljaar 2026-2027, omdat dit het laatste jaar is van de looptijd van de Lerarenagenda 2023-2027.

Artikel 5.6 Weigeringsgronden

Een subsidie wordt geweigerd als een basisschool vanaf schooljaar 2024-2025 niet deelneemt aan de jaarlijkse tekortmeting van het aantal leerkrachten door OCW. Deelname is noodzakelijk om het tekort inzichtelijk te krijgen en om te beoordelen of een basisschool behoort tot categorie b. (minimaal percentage doelgroepleerlingen ) of c. (overige basisscholen) van artikel 5.4, derde lid.

Nieuwe scholen waarvan het vereiste doelgroepleerlingenpercentage nog niet kan worden vastgesteld komen eveneens niet in aanmerking.

Hoofdstuk 6 Overige voorzieningen Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027

De laatste voorziening ‘Overige voorzieningen Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027’ betreft subsidies voor activiteiten die zich niet richten op individuele scholen, maar op het verhogen van instroom en behoud van onderwijsprofessionals. Deze subsidies kunnen anders dan te doen gebruikelijk in de VloA 2019 niet alleen door schoolbesturen, maar ook door besturen van Mbo’s, Hbo’s , en universiteiten worden aangevraagd, die deelnemen aan de Amsterdamse Onderwijsregio Amsterdam. Hierbij geldt dat de deelnemers van de Amsterdamse onderwijsregio van tevoren overeenstemming dienen te hebben bereikt over wie van hen de te subsidiëren activiteit uitvoert of namens de andere uitvoerende instellingen coördineert en de subsidie als penvoerder kan aanvragen. Een aantal van deze subsidies zijn eerder in de vorm van een incidentele subsidie verleend, omdat er geen specifieke subsidieregeling voor aanwezig was. Door ze in de VloA 2019 op te nemen, wordt voorzien in een wettelijke grondslag op basis waarvan deze subsidies voortaan kunnen worden verstrekt. Ter voorkoming van extra regelgeving is ervoor gekozen om deze subsidies mee te nemen in dit hoofdstuk, vooral omdat het een en hetzelfde beleidskader betreft. Een aparte subsidieregeling behorende bij de ASA 2023 is derhalve niet nodig.

Artikel 6.1 Van overeenkomstige toepassing van VloA 2019 bepalingen

De VloA 2019 is een verordening die speciaal is opgesteld voor schoolbesturen in het primair -, voortgezet - en speciaal (voortgezet) onderwijs. Met deze verordening kan de gemeente in aanvulling op de rijksbekostiging uitgaven doen voor scholen in het kader van haar eigen onderwijsbeleid. Hoofdstuk 6 vormt daarop een uitzondering nu ook Mbo- en Hbo-instellingen en universiteiten voor deze subsidies in aanmerking komen. De terminologie die in de VloA 2019 wordt gehanteerd is echter niet een op een op deze subsidies toepasbaar. Daarom zijn de voorschriften zoals opgenomen in VloA 2019 van overeenkomstige toepassing op de aanvragen, verlening en vaststelling van de subsidies zoals opgenomen in dit hoofdstuk. Hiermee wordt bedoeld dat hoewel een bepaling uit de VloA 2019 niet geheel letterlijk kan worden toegepast, misverstand over de toe te passen tekst uitgesloten is.

Artikel 6.2 Subsidiabele activiteiten

De subsidies die op basis van dit hoofdstuk kunnen worden verleend moeten passen in de zeven thema's van de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027. Het betreffen vaak projecten die door meerdere schoolbesturen worden uitgevoerd. Ook kunnen leraren van verschillende Amsterdamse scholen hieraan deelnemen.

Voorbeelden van dit soort activiteiten zijn:

Werkplaats onderwijsonderzoek PO (WOA-PO)

De WOA-PO richt zich op de instroom en het behoud van onderwijsprofessionals, sterke schoolleiders, omgaan met langdurige tekorten en werken in het Amsterdamse onderwijs. De WOA-PO levert een belangrijke bijdrage aan deze ambitie. Ook draagt de WOA-PO door samenwerking tussen leraren, scholen, besturen en onderwijsonderzoekers bij aan de kwaliteit van onderwijs. De Universiteit van Amsterdam voert de WOA-PO in het kader van de Lerarenagenda 2023-2027 uit.

Werkplaats onderwijsonderzoek VO/MBO

In de WOA vo/mbo voeren scholen, opleidings- en kennisinstellingen sinds 2017 samen onderzoek uit dat moet bijdragen aan de professionalisering van docenten en aan de kwaliteit van het Amsterdamse onderwijs. De partners in de werkplaats zijn vo-scholen, de HvA, de UvA en het ROC van Amsterdam en Flevoland. De afgelopen drie jaar is de WOA vo/mbo bezig geweest met het gezamenlijk ontwikkelen en verspreiden van praktijkrelevante kennis ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs op Amsterdamse scholen. Dit gebeurt aan de hand van onderzoek uitgevoerd door leraren en begeleid door onderzoek docenten vanuit de UvA en de HvA. De penvoerder van dit project is Stichting Montessori Scholengemeenschap Amsterdam.

Uitbreiding van het loket zij-instromers voor aanwas en begeleiding zij-instromers vo

In het voortgezet onderwijs worden al langere tijd zij-instromers opgeleid, maar deze trajecten waren nog niet coherent georganiseerd. Zij-instroomtrajecten in het voortgezet onderwijs zijn complex door de verschillende bevoegdheden, vakken en schooltypes waarvoor opgeleid wordt. Daarom is in het kader van de Lerarenagenda in 2024 gestart met het verbreden van het loket primair onderwijs naar voortgezet onderwijs. De ambitie is om jaarlijks 100 zij-instromers in het vo op te leiden. De HvA coördineert dit project en voert dit gezamenlijk uit met de vo-schoolbesturen.

Het behoud van ervaren leraren (HR en schoolleidersnetwerk)

Voldoende tijd en ruimte om te ontwikkelen en professionaliseren is van groot belang om leraren te behouden voor het vak. Amsterdamse schoolbesturen creëren daarom een gezamenlijke visie op goed werkgeverschap. De focus ligt daarbij op een dynamisch beroepsbeeld en de ontwikkelbehoeftes van ervaren leraren. In de Lerarenagenda is afgesproken om jaarlijks €80.000 beschikbaar te stellen voor het opzetten en faciliteren van een hr- en schoolleidersnetwerk voor het vo/mbo. Een van de belangrijkste opdrachten voor de oprichting van de netwerken is het verbinden van scholen en besturen die hierin als voorlopers kunnen worden gezien en besturen en scholen die hier nog grote stappen kunnen zetten. De MSA treedt namens de coalitie ‘ontwikkeling van ervaren leraren’ van de onderwijsregio op als penvoeder.

Artikel 6.4 Aanvrager

Alleen deelnemers aan de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 kunnen een aanvraag voor een subsidie indienen. Daarbij geldt dat voordat de aanvraag wordt ingediend al door de deelnemers van de Amsterdamse onderwijsregio is ingestemd met de uitvoering van een bepaald project en degene die hiervoor als uitvoerende organisatie of als penvoerder mede namens andere deelnemende organisatie een aanvraag kan indienen.