Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Soort voorzieningen
Deze bijlage betreft de volgende voorzieningen:
- - vroegschools aanbod;
- - kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3;
- - Kansenaanpak voortgezet onderwijs;
- - Voorziening Amsterdamse Familie School 2023-2027;
- - nieuwkomers.
- - Brede Brugklas Bonus (2023-2027)
Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019
Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan voor een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Hoofdstuk 2 Voorziening Vroegschools aanbod
Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- - certificering: bewijs van afgeronde opleiding voor het werken met een Vve-programma;
- - combinatiefunctionaris: pedagogisch medewerk(st)er op MBO (3/4) of HBO niveau werkzaam op zowel de voorschool als de basisschool om de doorgaande ontwikkeling van de instromende kleuters te borgen;
- - coördinator vroegschools aanbod: medewerker die zorgdraagt voor de uitvoering van het vroegschools aanbod en toe ziet op een doelmatige afstemming van de subsidiabele activiteiten;
- - ouderbetrokkenheid: activiteiten gericht op ouders ten behoeve van het stimuleren van de ontwikkeling van het kind;
- - pilot programmaloos: pilot waarbinnen geëxperimenteerd wordt met een door een school zelf ontwikkelde werkwijze passend bij de leerlingenpopulatie als alternatief voor een VVE-programma, waarmee beoogd wordt om op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen te stimuleren op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling;
- - school: basisschool of nevenvestiging van een basisschool;
- - vroegschoolvariant: Amsterdamse variant van een Vve-programma, ontwikkeld voor scholen met weinig Amsterdamse gewichtenleerlingen;
- - vroegschools aanbod: activiteiten gericht op een goede aansluiting op de voorschoolse periode en een optimale ontwikkeling van kinderen in groep 1 en 2;
- - Voorschool: kindercentrum waaraan de gemeente subsidie heeft verstrekt voor de uitvoering van de Subsidieregeling voorschoolse educatie en ontwikkelaanbod Amsterdam 2019;
- - Vve-programma: programma voor voor- en vroegschoolse educatie waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, zoals opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands jeugdinstituut.
Artikel 2.2 Doel Voorziening
Het doel van deze voorziening is in het kader van kansengelijkheid en ter voorkoming van onderwijsachterstanden, Amsterdamse basisscholen in staat te stellen om in aansluiting op de voorschoolse periode zorg te dragen voor een optimale ontwikkeling van alle leerlingen van groep 1 en 2.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie
- - Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten voor het uitvoeren vroegschoolse aanbod op drie mogelijke niveaus:
- - Vroegschools aanbod niveau A bestaande uit de volgende activiteiten:
- - het actief ophalen van informatie over de voorschoolse periode van alle instromende leerlingen bij de kinderopvang. De warme overdracht van doelgroep- en zorgleerlingen vindt plaats na toestemming van de ouder(s) of verzorger(s);
- - op het gebied van ouderbetrokkenheid gericht op het informeren over en activeren van ouders betreffende:
- - het vve- of onderwijsprogramma;
- - de dagelijkse activiteiten van hun kind op de basisschool;
- - de ontwikkeling van hun kind;
- - ontwikkelingsstimulering van hun kind door de ouders zelf thuis.
- - Coördinator vroegschools aanbod;
- - Vroegschools aanbod Niveau B bestaande uit deactiviteiten genoemd onder vroegschools aanbod niveau A, aangevuld met:
- - scholing ten behoeve van certificering groepsleerkrachten en verdere deskundigheidsbevordering op het gebied van het jonge kind;
- - gebruiksmateriaal voor de uitvoering van het Vve-programma;
- - Vroegschools aanbod Niveau C bestaande uit de activiteiten genoemd onder vroegschools aanbod Niveau A en B, aangevuld met:
- - inzet combinatiefunctionaris voor gemiddeld een dagdeel (een aaneengesloten blok van 3 uur) per week gedurende 40 weken;
- - activiteiten gericht op de continuïteit van de zorg voor instromende kleuters.
- - Vroegschools aanbod niveau A bestaande uit de volgende activiteiten:
- - De hoogte van de subsidie wordt bepaald op grond van het niveau van activiteiten dat een school uitvoert in combinatie met het aantal ongewogen leerlingen en het percentage doelgroepleerlingen daarvan dat op 1 oktober van het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school. Het college van B&W stelt jaarlijks voor elk afzonderlijk niveau het subsidiebedrag per leerling vast alsmede het bij het niveau behorende percentage doelgroepleerlingen.
Artikel 2.4 Pilot programmaloos
Het college kan in het kader van de pilot programmaloos tevens op grond van artikel 2.3 een subsidie verlenen voor de in dat artikel bedoelde activiteitenniveaus in verband met het uitvoeren van een vroegschools aanbod door scholen die passend bij de leerlingenpopulatie kleuteronderwijs geven, zonder hierbij gebruik te maken van een VVE-programma.
Artikel 2.5 De aanvrager
- - Subsidie voor het uitvoeren van vroegschools aanbod als bedoeld in artikel 2.3 kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende basisschool of nevenvestiging van een basisschool.
- - Subsidie voor het uitvoeren van vroegschools aanbod als bedoeld in artikel 2.4 kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende basisschool of nevenvestiging van een basisschool die in het schooljaar 2024-2025 een subsidie heeft ontvangen voor de uitvoering van de Pilot programmaloos.
Artikel 2.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 5, vierde lid van de VloA 2019 wordt bij een subsidieaanvraag:
- - voor zover van toepassing aangegeven op welke termijn verwacht wordt dat de groepsleerkrachten, onderwijsassistenten of coördinator vroegschools aanbod een certificering als bedoeld in artikel 2.6 onder b., iii. en c., vi. hebben behaald;
- - in het kader van de pilot ‘programmaloos’ beschreven op welke manier ervoor wordt gezorgd dat de ontwikkelgebieden taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling voldoende aan de orde zullen komen.
Artikel 2.7 Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen als het percentage doelgroepleerlingen op de school voor basisonderwijs lager of hoger is dan het percentage behorend bij het aanbod niveau zoals bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, waarvoor de aanvraag is ingediend.
Artikel 2.8 Aanvullende verplichtingen
- - Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
- - voor Vroegschools aanbod niveau A als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid:
- - de school maakt gebruik van een kindvolgsysteem voor jonge kinderen.
- - voor Vroegschools aanbod niveau B als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid de verplichting genoemd onder a. van dit artikel aangevuld met de volgende verplichtingen:
- - in de groepen 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van een Vve-programma of van de Vroegschoolvariant;
- - de groepsleerkrachten en de onderwijsassistenten in de groepen 1 en 2 zijn gecertificeerd voor het werken met een VVE-programma;
- - de coördinator vroegschools aanbod neemt deel aan de door de gemeente georganiseerde overleggen in het stadsdeel.
- - voor Vroegschools aanbod niveau C als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid de verplichtingen genoemd onder a. en b. van dit artikel aangevuld met de volgende verplichtingen:
- - in de groepen 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van een Vve-programma;
- - de coördinator vroegschools aanbod is gecertificeerd voor de uitvoering van de functie;
- - de combinatiefunctionaris mag uitsluitend worden ingezet boven op de normale voor de kleutergroep geldende personele bezetting en niet worden ingezet ter vervanging van leerkrachten bij ziekte of lerarentekort.
- - voor Vroegschools aanbod niveau A als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid:
- - In afwijking van en aanvullend op het eerste lid geldt voor de schoolbesturen van onder hen gezag vallende scholen die deelnemen aan de pilot programmaloos het volgende:
- - de aanvullende verplichtingen zoals genoemd in artikel 2.6 onder punt b. onderdelen ii., iii. en onder punt c., onderdeel v. zijn niet van toepassing;
- - de groepsleerkrachten en de onderwijsassistenten in de groepen 1 en 2 dienen gecertificeerd zijn voor het werken met een VVE-programma of hebben de basistraining VVE 1&2 met goed gevolg afgerond;
- - pilotscholen nemen deel aan een gemeentelijk onderzoek naar de opbrengsten en resultaten van het werken zonder VVE-programma.
Artikel 2.9 Verantwoording
In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie informatie betreffende :
- - het aantal fte personeel dat over het gesubsidieerde tijdvak aangesteld is geweest in het kader van de uitvoering van het vroegschools aanbod, uitgesplitst naar de functies en de daaraan verbonden loonkosten;
- - het verschil tussen het aantal uur inzet van de combinatiefunctionaris zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst tussen het schoolbestuur en de voorschoolaanbieder en het daadwerkelijk aantal ingezette uren.
Hoofdstuk 3 Voorziening Kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3
Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- - doelgroepleerling: leerling van een school voor basisonderwijs die een risico heeft op een onderwijsachterstand en om die reden extra ondersteuning nodig heeft.
- - drempel: percentage van 10% van het totaal aantal leerlingen van een school voor basisonderwijs vanaf groep 3 dat behoort tot de categorie doelgroepleerlingen, waaronder een school niet in aanmerking komt voor deze voorziening;
- - Kansenaanpak PO: beleid met als doel onderwijsachterstanden binnen het primair onderwijs, vanaf groep 3 in aansluiting op de voor- en vroegschoolse educatie, te voorkomen en te bestrijden;
- - kopklas: klas gevestigd op een middelbare school, waarin 10 tot 15 leerlingen een extra jaar basisonderwijs krijgen gericht op het verbeteren van taal;
- - maatwerkplan: samenhangend pakket van onderwijsinterventies op het gebied van de verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid;
- - onderwijsinterventie: activiteiten gericht op het uitbreiden van effectieve leertijd voor doelgroepleerlingen en daaraan gerelateerd het versterken van de ouderbetrokkenheid;
- - ouderbetrokkenheid: gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en school waarin ouders en school vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid werken aan de (school)ontwikkeling van het kind;
- - school: school voor basisonderwijs of een nevenvestiging van een school voor basisonderwijs;
- - verlengde leertijd: uitbreiding van de effectieve leertijd voor doelgroepleerlingen uit groep 3 en hoger van een school voor basisonderwijs die tijdens de reguliere schooltijd of in aansluiting daarop individueel of in groepsverband extra ondersteuning ontvangen op het gebied van taal, rekenen, begrijpend lezen en studievaardigheden;
- - zomerschool: speciaal onderwijsprogramma gericht op taal, rekenen en studievaardigheden gedurende 3 weken van elk minimaal 24 uur in de zomervakantie voor tenminste 16 leerlingen per klas van verschillende basisscholen in een wijk die van groep 7 naar 8 gaan.
Artikel 3.2 Doel Voorziening
Het doel van deze voorziening is om Amsterdamse scholen voor basisonderwijs en nevenvestigingen daarvan in staat te stellen doelgroepleerlingen op dat taal- en rekenniveau te brengen en te houden dat past bij hun mogelijkheden en daarmee onderwijsachterstanden bij deze leerlingen te voorkomen.
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van de uitvoering van:
- - een maatwerkplan voor onderwijsinterventies op het gebied van verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid;
- - onderwijsinterventie Zomerschool;
- - onderwijsinterventie Kopklas op mavo, havo of vwo niveau;
- - onderwijsinterventie Kopklas op vmbo basis en – kader niveau.
Artikel 3.4 Hoogte en besteding subsidie
- - De hoogte van de subsidie voor de uitvoering van een maatwerkplan als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid onder a.:
- - wordt berekend aan de hand van het aantal doelgroepleerlingen dat op 1 oktober van het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school voor basisonderwijs vermenigvuldigd met het bedrag dat jaarlijks beschikbaar is per doelgroepleerling;
- - het bedrag bedoeld in het eerste lid onder a. dat per doelgroepleerling per subsidietijdvak beschikbaar is, wordt berekend op grond van de formule
A = B / (X- Y), waarbij
- - A staat voor bedrag per doelgroepleerling,
- - B voor het subsidieplafond dat door het college voor dat tijdvak voor verlengde leertijd op grond van artikel 4 is vastgesteld;
- - X voor het totaal aantal doelgroepleerlingen;
- - Y voor het totaal aantal doelgroepleerlingen dat op een school voor basisonderwijs ingeschreven staat op 1 oktober van het schooljaar bedoeld in het eerste lid onder a. waar het percentage doelgroepleerlingen minder is dan de drempel.
- - De hoogte van de subsidie voor de Zomerschool is afhankelijk van het totaal aantal uren dat extra onderwijs geboden wordt met een maximum € 20.000 per klas voor tenminste 84 uur les.
- - De hoogte van de subsidie voor de Kopklas als genoemd in artikel 3.3 onder c en d bedraagt maximaal € 75.000 per klas.
- - Indien een leraar van de school vanwege de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten werkzaamheden verricht, kan de subsidie bedoeld in het eerste lid tevens gebruikt worden voor zijn vervanging, waarbij geldt dat niet meer dan maximaal € 50 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht kan worden.
- - Indien voor de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten gebruik wordt gemaakt van een externe deskundige, dan kan niet meer dan € 125 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht worden.
Artikel 3.5 Subsidieplafond
- - Het college stelt jaarlijks vier afzonderlijke subsidieplafonds vast voor de onderwijsinterventies als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, b, c en d.
- - Indien het plafond voor de onderwijsinterventie zomerschool onvoldoende is om alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, te verlenen, honoreert het college de aanvragen op volgorde van ontvangst tot het subsidieplafond is bereikt. Als tijdstip van ontvangst geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.
Artikel 3.6 De aanvrager
- - Subsidie voor de uitvoering van het maatwerkplan voor de onderwijsinterventies op het gebied van verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur van een school die een percentage doelgroepleerlingen heeft dat gelijk aan of groter is dan de drempel.
- - Subsidie voor de onderwijsinterventie Zomerschool kan uitsluitend worden aangevraagd door het schoolbestuur dat mede namens andere schoolbesturen in een onder zijn gezag vallende school een Zomerschool voor de scholen in een wijk verzorgt.
- - Subsidie voor de onderwijsinterventies Kopklas zoals bedoeld onder artikel 3.3 onder de punten c. en d. kan uitsluitend worden aangevraagd door de schoolbesturen die deze onderwijsinterventies namens alle Amsterdamse schoolbesturen coördineren en uitvoeren.
Artikel 3.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 5, vierde lid van de VloA 2019 worden bij een subsidieaanvraag de volgende gegevens ingediend:
- - voor de onderwijsinterventies op het gebied van verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid wordt een maatwerkplan met bijbehorende begroting ingediend, waarin wordt aangegeven:
- - welke activiteiten het schoolbestuur wil uitvoeren ten behoeve van het uitbreiden van de effectieve leertijd voor doelgroepleerlingen en in samenhang daarmee welke activiteiten de school in zet om de ouderbetrokkenheid te stimuleren, met welke doelen en in samenwerking met welke andere organisaties;
- - welke doelstellingen de school beoogd met de uitvoering van de onderwijsinterventies en welke resultaten de school daarmee wil behalen in het schooljaar;
- - wat de samenhang is tussen enerzijds visie en ambitie en anderzijds de uit te voeren activiteit(en) gericht op het terugdringen van onderwijsachterstanden bij de leerlingen op de school;
- - op welke wijze de activiteiten aansluiten op bestaande activiteiten, aandachtsgebieden en prioriteiten van de school of scholen;
- - op welke wijze de school de kwaliteit van de uitgevoerde onderwijsinterventies borgt, conform de maatstaven die in de WPO als minimale wettelijke vereiste zijn opgenomen;
- - een beschrijving van hoe de school er voor zorgt dat de leerkracht die de onderwijsinterventie (mede) uitvoert, is toegerust voor het geven van intensief onderwijs en hoe dit wordt geborgd;
- - de wijze waarop de school met deze onderwijsinterventies een doorlopende leerlijn voor doelgroepleerlingen wil garanderen;
- - de criteria aan de hand waarvan de doelgroepleerlingen worden geselecteerd voor deze interventies;
- - een beschrijving van de onderlinge samenhang tussen het maatwerkplan betreffende de kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3 en het maatwerkplan betreffende het vroegschoolse aanbod.
- - Op welke wijze de school aandacht geeft aan leesgedrag en leesmotivatie van leerlingen en ouders (verbinding met leesoffensief).
- - voor de onderwijsinterventie Zomerschool een activiteitenplan met bijbehorende begroting, waarin wordt ingegaan op:
- - locatie van de Zomerschool;
- - overzicht van de deelnemende basisscholen;
- - specificatie van het aantal leerlingen en het aantal groepen;
- - beschrijving van het lesprogramma;
- - beoogde doelen en te verwachten resultaten.
- - voor de onderwijsinterventie Kopklas een activiteitenplan met bijbehorende begroting, waarin wordt ingegaan op:
- - locatie van de Kopklas;
- - specificatie van het aantal leerlingen en het aantal groepen;
- - beschrijving van het lesprogramma;
- - beoogde doelen en te verwachten resultaten.
Artikel 3.8 Aanvullende weigeringsgronden
- - In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen:
- - voor de uitvoering van een maatwerkplan voor de onderwijsinterventies op het gebied van verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid, indien het aantal doelgroepleerlingen op de school voor basisonderwijs minder bedraagt dan de drempel;
- - voor de onderwijsinterventie Zomerschool, indien het betreffende schoolbestuur deze onderwijsinterventie niet namens andere schoolbesturen in een onder zijn gezag vallende school een Zomerschool verzorgt;
- - voor de onderwijsinterventie Kopklas, indien het betreffende schoolbestuur deze onderwijsinterventie niet namens alle Amsterdamse schoolbesturen coördineert en uitvoert;
- - indien een onderwijsinterventie, als bedoeld in artikel 3.3 niet voldoet aan de minimale wettelijke vereisten zoals opgenomen in de WPO.
- - In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als naar het oordeel van het college:
- - onvoldoende blijkt uit de aanvraag dat er sprake is van een effectief en duurzaam aanbod van een onderwijsinterventie op de school zoals bedoeld in artikel 3.3, waardoor niet wordt bijgedragen aan het terugdringen van onderwijsachterstanden bij de doelgroepleerlingen;
- - als de kwaliteit van een onderwijsinterventie als bedoeld in artikel 3.3, onvoldoende is geborgd.
Artikel 3.9 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
- - Het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de leerkracht of externe partij die wordt ingezet voor de uitvoering van een interventie binnen de kansenaanpak po in staat is zijn kennis en expertise bij te houden en te actualiseren door middel van bijscholing;
- - Het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de gesubsidieerde activiteiten in het kader van het tegengaan van onderwijsachterstanden worden verzorgd door, of onder leiding van een vaste en gediplomeerde leerkracht worden gegeven;
- - Het schoolbestuur zorgt indien nodig voor een geschikte aparte ruimte om les te geven, en draagt zelf zorg voor de financiering hiervan.
- - Het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de school waarvoor hij subsidie ontvangt meewerkt aan:
- - (tussentijdse) evaluatie, monitoring en rapportering van de gesubsidieerde activiteiten;
- - het inzichtelijk maken van de vorderingen van de doelgroep op schoolniveau;
- - het delen van kennis en ervaringen met andere scholen voor basisonderwijs in Amsterdam en deelneemt aan de door gemeente georganiseerde kennisdelingsbijeenkomst(en).
Artikel 3:10 Verantwoording
In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 blijkt uit het ingediende activiteitenverslag de volgende informatie:
- - het aantal leerlingen dat is bereikt en de duur van de gerealiseerde leertijdverlenging (gemiddeld per leerling) uitgesplitst naar de uitgevoerde onderwijsinterventies als bedoeld in artikel 3.3;
- - welke (externe) partijen ingezet zijn voor het realiseren van de activiteiten;
- - de (uren)uitbreiding van het aantal fte personeel dat over het gesubsidieerde tijdvak aangesteld is geweest in het kader van de uitvoering van het activiteitenplan voor de uitgevoerde onderwijsinterventies, uitgesplitst naar de functies en de daaraan verbonden loonkosten.
Hoofdstuk 4 Voorziening Kansenaanpak voortgezet onderwijs
Artikel 4.1 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- - afstroom: tussentijdse overgang van leerlingen naar een lager niveau dan waar de leerling is gestart in het voortgezet onderwijs;
- - drempel: jaarlijks door het college vast te stellen percentage van het totaal aantal leerlingen van een school voor voortgezet onderwijs dat behoort tot de categorie doelgroepleerlingen, waaronder een school niet in aanmerking komt voor deze voorziening;
- - Kansenaanpak VO: beleid met als doel het tegengaan van onderwijsachterstanden op taal en rekenen, het vergroten van ouderbetrokkenheid en het bevorderen van opstroom en voorkomen van afstroom binnen het voortgezet onderwijs;
- - doelgroepleerling: leerling van een school voor voortgezet onderwijs die een risico heeft op een onderwijsachterstand en om die reden extra ondersteuning nodig heeft.
- - maatwerkplan: samenhangend pakket van onderwijsinterventies op het gebied van onderwijsachterstanden op taal en rekenen, ouderbetrokkenheid en op- en afstroom binnen het voortgezet onderwijs;
- - onderwijsinterventie: activiteiten gericht op het uitbreiden van effectieve leertijd op taal en rekenen voor doelgroepleerlingen en daaraan gerelateerd het versterken van de ouderbetrokkenheid en/of activiteiten gericht op het bevorderen van opstroom en voorkomen van afstroom binnen het voortgezet onderwijs;
- - effectieve leertijd: (extra) activiteiten gericht op het leren die het doel van de individuele leerling realiseren;
- - opstroom: tussentijdse overgang van leerlingen naar een hoger niveau dan waar de leerling gestart is in het voortgezet onderwijs;
- - ouderbetrokkenheid: gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en school waarin ouders en school vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid werken aan de (school)ontwikkeling van hun kind;
- - school: school voor voortgezet onderwijs of een nevenvestiging van een school voor voortgezet onderwijs;
- - onderwijsachterstanden: (leer)achterstanden op het gebied van taal en rekenen.
Artikel 4.2 Doel Voorziening
Het doel van deze voorziening is om Amsterdamse scholen voor voortgezet onderwijs en nevenvestigingen daarvan in staat te stellen:
- - doelgroepleerlingen op dat taal- en rekenniveau te brengen en te houden dat past bij hun mogelijkheden en daarmee onderwijsachterstanden bij deze leerlingen tegen te gaan;
- - de ouderbetrokkenheid te vergroten;
- - de opstroom te bevorderen en afstroom te voorkomen van doelgroepleerlingen in het voortgezet onderwijs.
Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten
- - Het college kan een subsidie verlenen ten behoeve van een school als bijdrage in de kosten van de uitvoering van een maatwerkplan voor onderwijsinterventies op het gebied van het tegengaan van onderwijsachterstanden, ouderbetrokkenheid en het bevorderen van opstroom en voorkomen van afstroom.
- - Voor de subsidie bedoeld in het eerste lid komen uitsluitend scholen in aanmerking waarop op 1 oktober van het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak een percentage doelgroepleerlingen stond ingeschreven gelijk of hoger dan de drempel. Het aantal doelgroepleerlingen is daarbij mede bepalend voor de hoogte van de subsidie, waarbij de volgende maximale bedragen gelden:
Doelgroepleerling aantal per school Max. subsidie gemeente <300 € 50.000 300-400 € 60.000 400-500 € 70.000 500-600 € 80.000 600-700 € 90.000 700-800 € 100.000 800-900 € 110.000 >900 € 120.000 - - Indien een leraar van de school vanwege de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten werkzaamheden verricht, kan de subsidie bedoeld in het eerste lid tevens gebruikt worden voor zijn vervanging, waarbij geldt dat niet meer dan maximaal € 50 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht kan worden.
- - Indien voor de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten gebruik wordt gemaakt van een externe deskundige, dan kan niet meer dan € 125 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht worden.
Artikel 4.4 Subsidieplafond
- - Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de onderwijsinterventies als bedoeld in artikel 4.3.
- - Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, vermindert het college de te verlenen subsidies met eenzelfde percentage, zodat het subsidieplafond wel toereikend is.
Artikel 4.5 Aanvraag
In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 wordt de subsidieaanvraag voor het schooljaar 2019-2020 ingediend van 13 mei 2019 tot uiterlijk 15 juni 2019.
Artikel 4.6 De aanvrager
Subsidie voor de uitvoering van het maatwerkplan kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur van een school, die een percentage doelgroepleerlingen heeft dat gelijk of hoger is dan de drempel.
Artikel 4.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 5, vierde lid van de VloA 2019 worden bij een subsidieaanvraag een maatwerkplan met bijbehorende begroting ingediend, waarin wordt aangegeven:
- - waarom en welke onderwijsinterventies de school wil uitvoeren ten behoeve van het uitbreiden van de effectieve leertijd voor doelgroepleerlingen en/of in samenhang daarmee welke activiteiten de school in zet om de ouderbetrokkenheid te stimuleren en in samenwerking met welke andere organisaties;
- - welke doelstellingen de school beoogd met de uitvoering van de onderwijsinterventies en welke resultaten de school daarmee wil behalen in het schooljaar;
- - wat de samenhang (op langere termijn) is tussen enerzijds visie en ambitie van de school op het gebied van het onderwijs en anderzijds de uit te voeren activiteit(en) gericht op onderwijsinterventies als bedoeld in artikel 4.3;
- - op welke wijze de onderwijsinterventies aansluiten op bestaande activiteiten, aandachtsgebieden en prioriteiten van de school;
- - aan de hand van welke criteria de school de doelgroepleerlingen selecteert voor de extra inzet in het komende schooljaar;
- - een beschrijving van hoe de school er voor zorgt dat de leerkracht die de onderwijsinterventie (mede) uitvoert, is toegerust voor het geven van intensief onderwijs en hoe dit wordt geborgd;
- - de wijze waarop de school de te behalen resultaten en effecten van de activiteiten inzichtelijk maakt (monitoring);
- - op welke wijze de school de kwaliteit van de uitgevoerde onderwijsinterventies borgt, conform de maatstaven conform de minimale wettelijke vereisten voor onderwijs die de WVO stelt.
Artikel 4.8 Aanvullende weigeringsgronden
- - In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen voor de school waarvoor de aanvraag is ingediend:
- - indien het aantal doelgroepleerlingen op die school minder bedraagt dan de drempel;
- - indien een onderwijsinterventie niet direct aansluitend plaats vindt op een reguliere schooldag;
- - indien een onderwijsinterventie niet voldoet aan de minimale wettelijke vereisten zoals opgenomen in de WVO.
- - In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als naar het oordeel van het college:
- - onvoldoende blijkt uit de aanvraag dat er sprake is van een effectief en duurzaam aanbod van een of meerdere onderwijsinterventies, waardoor niet wordt bijgedragen aan het terugdringen van onderwijsachterstanden bij de doelgroepleerlingen op die school;
- - als de kwaliteit van een uit te voeren onderwijsinterventie, onvoldoende is geborgd;
- - materiaalkosten niet ondersteunend zijn aan de onderwijsinterventies.
Artikel 4.9 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
- - het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de leerkracht of externe partij die wordt ingezet voor de uitvoering van een onderwijsinterventie of een daarmee samenhangende activiteit op het gebied van ouderbetrokkenheid in staat is zijn kennis en expertise bij te houden en te actualiseren door middel van bijscholing;
- - het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten in het kader van het tegengaan van onderwijsachterstanden worden verzorgd door, of onder leiding van een vaste en gediplomeerde leerkracht wordt gegeven;
- - het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de school waarvoor hij subsidie ontvangt meewerkt aan:
- - (tussentijdse) evaluatie, monitoring en rapportering van de gesubsidieerde activiteiten;
- - het inzichtelijk maken van de vorderingen van de doelgroep op schoolniveau;
- - het delen van kennis en ervaringen met andere scholen voor voortgezet onderwijs in Amsterdam.
Artikel 4:10 Verantwoording
In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 blijkt uit het ingediende activiteitenverslag voor de uitgevoerde onderwijsinterventies de van toepassing zijnde informatie:
- - het aantal leerlingen dat is bereikt en de duur van de activiteiten (gemiddeld per leerling) uitgesplitst naar de uitgevoerde onderwijsinterventies;
- - op welke wijze de activiteiten met betrekking tot ouderbetrokkenheid hebben bijgedragen aan de realisatie van het daarmee beoogde doel;
- - welke (externe) partijen ingezet zijn voor het realiseren van de activiteiten;
- - de (uren)uitbreiding van het aantal fte personeel dat over het gesubsidieerde tijdvak aangesteld is geweest in het kader van de uitvoering van het maatwerkplan voor de uitgevoerde onderwijsinterventies, uitgesplitst naar de functies en de daaraan verbonden loonkosten.
Hoofdstuk 5 Voorziening Amsterdamse Familie School 2023-2027
Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- - Amsterdamse Familie School: school die een laagdrempelige ondersteunings- en ontwikkelomgeving biedt voor leerlingen met een verhoogde kans op onderwijsachterstand én hun ouders, waarbij vanuit een integrale aanpak samengewerkt wordt met maatschappelijke partners van verschillende disciplines, die binding hebben met de wijk;
- - doelgroepleerling: leerling met een potentieel risico op onderwijsachterstand die om die reden extra ondersteuning nodig heeft;
- - (door)ontwikkelingsbudget: bedrag voor activiteiten die passen in de (door)ontwikkeling van een Amsterdamse Familie School;
- - kansengelijkheid: gelijke kansen voor ieder kind om zich te ontwikkelen tot wie hij kan of wil zijn, ongeacht van zijn achtergrond;
- - maatschappelijke partners: (professionele) organisaties werkzaam op bijvoorbeeld het terrein van kinder- en jongerenwerk, brede talentontwikkeling, maatschappelijke dienstverlening, schuldhulpverlening, jeugdzorg, sport en armoedebestrijding;
- - ouders: ouder(s), verzorger(s), of andere belangrijke personen in het leven van de leerling;
- - projectleider familieschool: functionaris aangesteld ter ondersteuning van de directeur bij de (door)ontwikkeling en uitvoering van de Amsterdamse Familie School;
- - school: school voor basisonderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs cluster vier of voortgezet onderwijs, dan wel een nevenvestging daarvan;
- - subsidietijdvak: periode waarin de gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd;
- - Wpo: Wet op het primair onderwijs;
- - Wvo 2020: Wet op het voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 5.2 Doel voorziening
Het doel van deze voorziening is om scholen te ondersteunen bij het (door)ontwikkelen en uitvoeren van de Amsterdamse Familie School, waardoor zij in staat worden gesteld om de kansengelijkheid van hun leerlingen in het Amsterdamse onderwijs te bevorderen.
Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten
- - Het college kan over het subsidietijdvak, bedoeld in artikel 5.4, een subsidie verlenen voor de (door)ontwikkeling en uitvoering van een Amsterdamse Familie School van maximaal €360.000 als bijdrage in de kosten voor:
- - de inzet van een projectleider familieschool;
- - een (door)ontwikkelingsbudget.
- - Van de subsidie genoemd in het eerste lid wordt maximaal €30.000 aangewend ter bekostiging van een nadere uitwerking van de aanvraag in de vorm van een concreet uitvoerbaar plan van de Amsterdamse Familie School als bedoeld in artikel 5.10 onder a.
- - Indien voor de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten gebruik wordt gemaakt van een externe deskundige, dan kan maximaal €125 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht worden.
Artikel 5.4 Subsidieplafond en subsidietijdvak
Het college stelt voor de Voorziening Amsterdamse Familie School een subsidieplafond vast voor het subsidietijdvak dat loopt van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2027.
Artikel 5.5 Verdeelsleutel subsidieplafond
- - Het college rangschikt de aanvragen die het college niet heeft geweigerd op grond van artikel 5.9, eerste lid aanhef en onder a. of b. of het tweede lid onder a., b. of c. en voor subsidie in aanmerking komen op een prioriteitenlijst.
- - Over de rangschikking van de aanvragen laat het college zich adviseren door een door hem in te stellen adviescommissie, bestaande uit leden met kennis en ervaring op het gebied van kansengelijkheid en onderwijsstelsel en het (speciaal) basisonderwijs.
- - De plaats in de rangschikking wordt bepaald door het aantal punten dat wordt behaald bij de beoordeling van de aanvraag op basis van de volgende criteria:
- - de mate waarin de door de school uit te voeren Amsterdamse Familie School in lijn is met de schoolontwikkeling zoals opgenomen in het schoolplan en het strategisch beleidsplan van het bestuur;
- - de mate waarin de schoolleiding bij de (door)ontwikkeling van de Amsterdamse Familie School aan wil sluiten bij en wil participeren in externe projecten gericht op kansengelijkheid;
- - het percentage doelgroep leerlingen dat op 1 oktober 2021 stond ingeschreven op de school;
- - of een school valt onder een masterplan in het stadsdeel Nieuw-West of Zuidoost of onder de Aanpak Noord in het stadsdeel Noord.
- - Per afzonderlijk in het derde lid onder a. en b. genoemd criterium kan maximaal 30 punten worden behaald. Voor de in het derde lid onder e. genoemde criterium wordt voor 20-40% doelgroep leerlingen 10 punten, voor 40-60% doelgroep leerlingen 20 punten en voor meer dan 60% doelgroep leerlingen 30 punten gegeven. Voor de in het derde lid onder f. genoemde criterium wordt 10 punten gegeven.
- - De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst totdat het subsidieplafond is bereikt.
- - Indien gedurende het subsidietijdvak de subsidie aan een of meerdere van de subsidieontvangers wordt verlaagd of ingetrokken, besluit het college of gelet op de resterende looptijd van deze voorziening en het hierdoor beschikbare bedrag in het subsidieplafond, de hoogst op de prioriteitenlijst geplaatste niet gehonoreerde aanvraag alsnog voor subsidie voor de resterende looptijd in aanmerking kan komen.
Artikel 5.6 De aanvrager
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende school. De directeur van de school of zijn plaatsvervanger ondertekent het aanvraagformulier mede voor akkoord.
Artikel 5.7 Aanvraagtermijn
In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 wordt de subsidieaanvraag ingediend in de periode van 15 juni 2023 tot uiterlijk 10 juli 2023.
Artikel 5.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 6, vierde lid van de VloA 2019 worden bij een subsidieaanvraag ingediend:
- - het aanvraagformulier met bijbehorende begroting, waarin wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:
- - een onderbouwing waarom de ontwikkeling van de Amsterdamse Familie School past bij de school(ontwikkeling);
- - de andere relevante projecten of ontwikkelingen rondom de school of buurt;
- - de visie van de schoolleiding van waaruit zij de Amsterdamse Familie School willen (door)ontwikkelen en uitvoeren;
- - de taakomschrijving en positionering van de projectleider.
- - schoolplan;
- - strategisch beleidsplan van bestuur.
Artikel 5.9 Aanvullende weigeringsgronden
- - In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen, indien:
- - de school in de eerste jaren van oprichting zit en de zogenoemde stichtingsnorm zoals bedoeld in artikel 76 Wpo nog niet gehaald heeft;
- - een aanvraag op grond van de beoordeling van de criteria genoemd onder artikel 5.5, derde lid onder a. en b. in totaal minder dan 30 punten heeft behaald of op een criterium minder dan 10 punten heeft gescoord.
- - In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen, indien:
- - het inspectieoordeel op moment van aanvraag onvoldoende of zeer zwak is;
- - de school onder de voor de school geldende opheffingsnorm zit zoals bedoeld in artikel 140 Wpo of artikel 4.24, tweede lid Wvo 2020;
- - een bestaande Amsterdamse Familie School die naar het oordeel van het college de activiteiten waarvoor de school subsidie heeft ontvangen in subsidietijdvak 2019 – 2023 niet volledig heeft uitgevoerd en de nieuwe aanvraag onvoldoende getuigd van een verbetering in aanpak en aansturing voor de toekomst.
Artikel 5.10 bevoorschotting
- - Het college bevoorschot de verleende subsidie in het schooljaar 2023-2024 in twee termijnen:
- - een eerste termijn van €30.000 op het moment van de verlening van subsidie. Het voorschot is bedoeld voor het opstellen van de nadere uitwerking van aanvraag in de vorm van een concreet uitvoerbaar plan van de Amsterdamse Familie School als bedoeld in artikel 5.11 onder a;
- - een tweede termijn van maximaal €60.000 afhankelijk van de hoogte van de verleende subsidie binnen zes weken nadat het college het plan, als bedoeld in onderdeel a, heeft ontvangen.
- - Het college verleent voor de resterende schooljaren in het subsidietijdvak, jaarlijks een voorschot van 100 procent van een vierde deel van de verleende subsidie als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid tot maximaal €90.000.
Artikel 5.11 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
- - voor 1 februari 2024 verstrekt de subsidieontvanger een nadere uitwerking van de aanvraag in de vorm van een concreet uitvoerbaar plan betreffende de (door)ontwikkeling en uitvoering van de Amsterdamse Familie School in de periode 1 maart 2024 tot en met 1 augustus 2025.
- - de subsidieontvanger neemt deel aan door de gemeente Amsterdam te organiseren ondersteuning op het gebied van het uitwerken van een aanvraag in een concreet uitvoerbaar plan als bedoeld in onderdeel a.;
- - de subsidieontvanger neemt deel aan halfjaarlijkse voortgangsgesprekken;
- - de subsidieontvanger neemt deel aan en levert bijdragen aan kennisdelingsbijeenkomsten georganiseerd door de gemeente Amsterdam;
- - voor 1 juli 2025 verstrekt de subsidieontvanger een plan betreffende voor de verdere (door)ontwikkeling en uitvoering van de Amsterdamse Familie School in de periode 1 augustus 2025 tot en met 1 augustus 2027 op basis van een tussentijdse evaluatie;
- - Een subsidieontvanger kan het (door)ontwikkelbudget niet inzetten voor activiteiten die op basis van andere regelingen van de gemeente of een ander bestuursorgaan worden gesubsidieerd of behoren tot reeds bestaand (naschools)aanbod waar de school gebruik van kan maken;
- - dienen een aanvulling te zijn op voorliggend bestaand dat bekostigd wordt door de gemeente of andere bestuursorganen;
- - het kosteloos beschikbaar stellen van de ervaringen en ontwikkelde producten aan andere scholen of schoolbesturen die een Amsterdamse Familie School willen realiseren.
Hoofdstuk 6 Voorziening Nieuwkomers
Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- - aan ongedocumenteerde leerlingen gelijkgestelde leerlingen: niet Nederlands sprekende leerlingen, waarvoor een school, omdat de leerlingen een Nederlands paspoort hebben, in het kader van het nieuwkomersonderwijs geen recht heeft op een aanvullende bekostiging van het Rijk;
- - CMN: Centraal Meldpunt Nieuwkomers, een initiatief van de gezamenlijke schoolbesturen voor basisonderwijs in Amsterdam verenigd in het Breed Bestuurlijk Overleg voor het registreren en het plaatsen van leerlingen in nieuwkomersgroepen. Het CMN is ondergebracht bij het Advies- en Begeleidings- Centrum voor het onderwijs (ABC);
- - nieuwkomers: Leerlingen van 5 t/m 12 jaar die nog geen jaar in Nederland wonen en de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn voor het volgen van regulier onderwijs;
- - nieuwkomersgroep: fulltime nieuwkomersonderwijs dat in een apart lokaal wordt gegeven aan een groep van 10 tot en met 15 leerlingen afkomstig uit de groepen 3 t/m 8;
- - NT2 deskundige: deskundige met een afgeronde opleiding, training of cursus Nederlands als tweede taal;
- - ongedocumenteerde leerlingen: leerlingen waarvoor een school in het kader van het nieuwkomersonderwijs geen recht heeft op een aanvullende bekostiging van het Rijk; Het gaat daarbij om leerlingen waarvan niet de door het Rijk vereiste documenten of verklaringen zoals bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet kunnen worden overlegd, maar waarvan wel kan worden aangetoond dat zij minder dan een jaar in Nederland woonachtig zijn;
- - Rijksbekostiging voor nieuwkomers: bijzondere bekostiging basisscholen voor eerste opvang (1e jaar) asielzoekers en overige vreemdelingen;
- - school: basisschool.
Artikel 6.2 Doel voorziening
Het doel van deze voorziening is om basisscholen in staat te stellen om nieuwkomers die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn zo snel mogelijk op het taalniveau te krijgen waarmee de leerling mee kan doen aan het reguliere onderwijs.
Artikel 6.3 Subsidiabele activiteiten
- - Het college kan in aanvulling op de Rijksbekostiging voor nieuwkomers een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan:
- - de extra inzet van een NT2 deskundige ten behoeve van het nieuwkomersonderwijs aan minimaal 5 nieuwkomers in groep 2 van een basisschool, waarbij de subsidie maximaal € 15.000 per deskundige bedraagt. Daarbij geldt dat een school per schooljaar in aanmerking komt voor een subsidie van maximaal € 30.000;
- - leerkracht, leermiddelen en nazorg leerlingen van een nieuwkomersgroep en in relatie hiermee activiteiten op het gebied van ouderbetrokkenheid, waarbij de subsidie per groep maximaal € 40.000 bedraagt.
- - Het college kan in aanvulling op de subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b. een subsidie verlenen voor de deelname aan een nieuwkomersgroep gedurende een schooljaar van gemiddeld 4 of meer ongedocumenteerden en daaraan gelijkgestelde leerlingen, mits een schoolbestuur voor hen niet in aanmerking komt voor de Rijksbekostiging voor nieuwkomers. De subsidie bedraagt maximaal € 2.900,- per leerling.
Artikel 6.4 Subsidieplafond en verdeelsleutel
- - Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de subsidie als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid onder a.
- - Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen die voorafgaand aan het te subsidiëren schooljaar conform artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 zijn ingediend te honoreren, brengt het college de aanvragen onder in de volgende twee categorieën:
- - aanvragen voor een eerste NT2 deskundige op een school;
- - aanvragen voor een tweede NT2 deskundige op een school.
- - Vervolgens honoreert het college achtereenvolgend de aanvragen die vallen in de categorie bedoeld onder a. en daarna als het subsidieplafond het toelaat de aanvragen die vallen in de categorie bedoeld onder b.
- - Indien het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen binnen een bepaalde categorie als bedoeld in het tweede lid te honoreren, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal nieuwkomers in groep 2 dat op een school op het moment van de aanvraag is ingeschreven van hoog naar laag, waarna de aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst totdat het subsidieplafond is bereikt.
- - Voor de aanvragen die gedurende het schooljaar als bedoeld in artikel 6.6, eerste lid worden ingediend, geldt dat deze in volgorde van binnenkomst worden afgehandeld.
Artikel 6.5 De aanvrager
In aanvulling op artikel 5, eerste lid, van de VloA 2019 kan uitsluitend het schoolbestuur dat in een of meer onder zijn gezag vallende basisscholen mede namens andere schoolbesturen een nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid onder b. verzorgt, een subsidieaanvraag indienen.
Artikel 6.6 Aanvraagtermijn subsidies
- - In aanvulling op artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 kan, indien de instroom van nieuwkomers dit noodzaakt, gedurende het gesubsidieerde schooljaar een subsidie worden aangevraagd voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.3, aanhef onder a. en b.
- - In afwijking van artikel 6 , eerste lid van de VloA 2019 dient een aanvraag voor een subsidie, zoals omschreven in artikel 6.3,tweede lid , vóór 1 juli van het lopende gesubsidieerde schooljaar te zijn ingediend bij het college.
Artikel 6.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op 5, vierde lid van de VloA 2019 wordt bij de aanvraag verstrekt:
- - voor een subsidie als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid onder a. en b.:
- - het aantal nieuwkomers waaraan naar verwachting onderwijs zal worden gegeven;
- - een omschrijving van de wijze waarop het taalonderwijs zal worden verzorgd en waaruit de extra begeleiding van de leerlingen zal bestaan;
- - de kwalificaties van de betrokken leerkracht(en) en begeleiders op het gebied van het geven van (NT2) onderwijs aan nieuwkomers;
- - een beschrijving van de ambitieuze en haalbare doelstellingen, die de school hanteert voor de leerlingen in het nieuwkomersonderwijs;
- - de wijze waarop de school zorgt voor overdracht van de leerling die deel heeft genomen aan nieuwkomersonderwijs naar het reguliere onderwijs en voorziet in nazorg om de vooruitgang van de leerlingen vast te houden.
- - op welke wijze de school ouders betrekt bij het taalonderwijs van hun kind en hen een actieve rol hierin geeft;
- - voor een subsidie als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, overlegt een schoolbestuur per betrokken school de beschikking van het Rijk, waarmee de extra bekostiging voor nieuwkomers is afgewezen voor de ongedocumenteerde en de daaraan gelijkgestelde leerlingen.
Artikel 6.8 Aanvullende weigeringsgronden
- - In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college subsidie als:
- - de ondersteuning als bedoeld in artikel 6.3 onder a. niet verzorgd wordt door een NT2 deskundige;
- - de extra inzet van de NT2 deskundige als bedoeld in artikel 6.3 onder a. minder dan 8 uur per week bedraagt;
- - Een nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3 onder b. niet uitsluitend bestaat uit leerlingen die via de CMN zijn geregistreerd en geplaatst;
- - de leraar die aan de nieuwkomersgroep als bedoeld in artikel 6.3 onder b. les geeft, geen onderwijsbevoegdheid heeft in de zin van de WPO;
- - voor de ongedocumenteerden en daaraan gelijkgestelde leerlingen als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid geen beroep is gedaan op de Rijksbekostiging voor nieuwkomers over hetzelfde schooljaar als waarvoor de subsidie is ingediend.
- - In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie weigeren als:
- - naar het oordeel van het college er onvoldoende zicht is op het met het nieuwkomersonderwijs te bereiken kwaliteitsniveau en de borging daarvan;
- - naar het oordeel van het college onvoldoende invulling wordt gegeven aan de stimulering van ouderbetrokkenheid.
Artikel 6.9 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
- - het schoolbestuur draagt er zorg voor dat de deskundige die wordt ingezet voor de uitvoering van nieuwkomersonderwijs in staat is zijn kennis en expertise bij te houden en te actualiseren door middel van professionalisering;
- - het schoolbestuur zorgt zelf voor een geschikte aparte ruimte om les te geven aan een nieuwkomersgroep en dragen zelf zorg voor financiering hiervan;
- - het schoolbestuur draagt er voor zorg dat hijzelf of de leiding van de school waarvoor hij subsidie ontvangt, invulling geeft aan ouderbetrokkenheid.
Artikel 6.10 Verantwoording
In aanvulling op artikel 11, derde lid, van de VloA 2019 bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, onder a en b, per betrokken school de beschikkingen van het Rijk op de gedurende het schooljaar ingediende aanvragen voor de Bijzondere bekostiging basisscholen voor eerste opvang (1e jaar) asielzoekers en overige vreemdelingen.
Hoofdstuk 7 Voorziening Brede Brugklas Bonus (2023-2027)
Artikel 7.1 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- - brede brugklas: heterogeen samengestelde onderbouw van minstens een schooljaar met minimaal de niveaus vmbo, havo en vwo;
- - inspectieoordeel: een oordeel op kwaliteit van het onderwijs getoetst en afgegeven door inspectie van het onderwijs;
- - school: school voor voortgezet onderwijs, dan wel een nevenvestiging daarvan;
- - subsidietijdvak: periode waarin de gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd;
- - Wvo 2020: Wet op het voortgezet onderwijs 2020
Artikel 7.2 Doel voorziening
- - Het doel van deze voorziening is om kansengelijkheid van leerlingen in het Amsterdamse onderwijs te bevorderen door Amsterdamse middelbare scholen in staat te stellen te werken aan:
- - tegengaan van nadelige effecten van de vroege selectie;
- - tegengaan van segregatie op onderwijsniveau en achtergrond leerlingen;
- - bevorderen van ontmoetingen van leerlingen van verschillende onderwijsniveaus;
- - Dit doel wordt bereikt door middelbare scholen die een brede brugklas hebben te ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit en scholen die een brede brugklas willen invoeren te ondersteunen bij de ontwikkeling en uitvoering hiervan.
Artikel 7.3 Subsidiabele activiteiten
- - Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van de opzet en/of de uitvoering van een brede brugklas, waarbij de hoogte van de subsidie over het subsidietijdvak als bedoeld in artikel 7.4 als volgt wordt berekend:
- - voor een bestaande brede brugklas door de uitkomst van de som 4 x (a + b), waarbij a staat voor de vaste voet van het soort brugklas dat een school uitvoert en b. voor het aantal leerlingen in de onderbouw op 1 oktober 2022;
- - voor de opzet van een nieuwe brede brugklas krijgt een school naast de subsidie als vermeld onder a. een extra subsidiebedrag van € 25.000 verleend.
- - De bedragen voor de vaste voet en het aantal leerlingen in de onderbouw die worden gehanteerd in de berekening van de hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste lid, zijn:
- - vaste voet school met 3 niveaus: €35.000;
- - vaste voet school met 4 niveaus: €75.000;
- - aantal leerlingen onderbouw 1 oktobertelling 2022 < 400 leerlingen: €25.000;
- - aantal leerlingen onderbouw 1 oktobertelling 2022 > 400 leerlingen: €50.000.
- - Indien een leraar van de school vanwege de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten werkzaamheden verricht, kan de subsidie bedoeld in het eerste lid tevens gebruikt worden voor zijn vervanging, waarbij geldt dat niet meer dan maximaal € 50 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht kan worden.
- - Indien voor de uitvoering van één van de gesubsidieerde activiteiten gebruik wordt gemaakt van een externe deskundige, dan kan niet meer dan € 125 per uur (excl. BTW) ten laste van deze voorziening gebracht worden.
Artikel 7.4 Subsidieplafond en subsidietijdvak
Het college stelt een subsidieplafond vast voor de Brede Brugklas Bonus voor het subsidietijdvak dat loopt van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2027.
Artikel 7.5 Verdeelsleutel subsidieplafond
- - Het college rangschikt de aanvragen die het college niet heeft geweigerd op grond van artikel 7.8, eerste lid aanhef en onder a. of b. of tweede lid onder a., of b. en voor subsidie in aanmerking komen op een prioriteitenlijst.
- - Over de rangschikking van de te verlenen subsidie laat het college zich adviseren door een door hem in te stellen adviescommissie, bestaande uit leden met kennis en ervaring op het gebied van brede brugklassen en het voorgezet onderwijs.
- - De rangschikking voor de Brede Brugklas Bonus wordt bepaald door het aantal punten dat wordt behaald op basis van de volgende criteria:
- - de mate waarin de opzet en/of het werken met een brede brugklas vanaf schooljaar 2023-2024 onderdeel is of onderdeel wordt van de schoolontwikkeling zoals opgenomen in het schoolplan en het strategisch beleidsplan van het bestuur;
- - de mate waarin de verbeteringen realistisch zijn, die de school met het werken met een brede brugklas verwacht te bereiken of te consolideren in de organisatie en het onderwijs (doorgaande leerlijn);
- - de evenwichtige verhouding tussen de kosten van de te subsidiëren activiteiten met de daarmee te bereiken doelen en de daarvan te verwachten resultaten;
- - de duurzaamheid en borging van de brede brugklas.
- - Voor de in het derde lid onder a, b, c, d, genoemde criteria kan per onderdeel maximaal 30 punten behaald worden met een totaal van 120 punten.
Artikel 7.6 Aanvraagtermijn
In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 wordt de subsidieaanvraag voor de Brede Brugklas Bonus ingediend van 15 juni 2023 tot en met uiterlijk 30 juni 2023.
Artikel 7.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- - In aanvulling op artikel 7, vierde lid van de VloA 2019 worden bij een subsidieaanvraag ingediend een aanvraagformulier met bijbehorende begroting waarin een duidelijke beschrijving wordt gegeven van:
- - van de wijze van opzet en/of werken met een brede brugklas vanaf schooljaar 2023-2024 als onderdeel van de schoolontwikkeling zoals opgenomen in het schoolplan en het strategisch beleidsplan van het bestuur;
- - op welke wijze de school met het werken met een brede brugklas verbeteringen in de organisatie en het onderwijs (doorgaande leerlijn) verwacht te bereiken, dan wel te consolideren.
- - de duurzaamheid en de borging van de brede brugklas.
Artikel 7.8 Aanvullende weigeringsgronden
- - In aanvulling op artikel 7, eerste lid van de VloA 2019 weigert het college een subsidie te verlenen, indien:
- - de school voor voorgezet onderwijs in de eerste jaren van oprichting zit en de voor de school geldende stichtingsnorm als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid Wvo 2020 nog niet gehaald heeft;
- - de brede brugklas niet bestaat uit minimaal drie niveaus, vmbo, havo en vwo;
- - de aanvraag op een van de afzonderlijke beoordelingscriteria genoemd onder artikel 7.5, derde lid minder dan de helft van de te behalen punten scoort.
- - In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 kan het college een subsidie weigeren te verlenen, indien:
- - het inspectieoordeel op moment van aanvraag onvoldoende of (zeer) zwak is;
- - de school onder de voor de school geldende opheffingsnorm zit, zoals bedoeld in artikel 4.24, tweede lid Wvo 2020.
Artikel 7.9 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
- - het kosteloos beschikbaar stellen van de ervaringen en ontwikkelde producten aan andere schoolbesturen die een brede brugklas willen realiseren;
- - het delen van kennis en ervaringen met andere scholen voor voortgezet onderwijs in Amsterdam.
TOELICHTING Bijlage 3 Voorzieningen Kansengelijkheid
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikelsgewijze toelichting:
Artikel 1.1 Soort voorzieningen
Geen toelichting
Artikel 1.2 Toepasselijk algemeen deel VloA 2019
Geen toelichting
Hoofdstuk 2. Voorziening Vroegschools aanbod
Algemeen
De voorziening Vroegschools aanbod maakt deel uit van een groter pakket voorzieningen in het kader van het beleid Kansengelijkheid. De inrichting van de voorziening is gebaseerd op het uitgangspunt dat er alleen sprake is van kansengelijkheid als alle kinderen zich optimaal ontwikkelen. Omdat niet alle scholen te maken hebben met gelijke maatschappelijke problematiek, wordt de voorziening op drie niveaus beschikbaar gesteld.
Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen
Geen toelichting
Artikel 2.2 Doel voorziening
Om het doel van Gelijke Kansen te realiseren, is het noodzakelijk dat alle kinderen zich optimaal ontwikkelen. Het doel van de voorziening Vroegschools aanbod is te voorzien in de realisatie van de optimale ontwikkeling van alle kinderen in de eerste twee jaar van de basisschool.
De voorziening is zo ingericht dat de basisschool zo goed mogelijk aansluit op de voorschoolse periode. Het risico dat deze overgang met zich meebrengt als het gaat om de doorgaande ontwikkeling, wordt daarmee zo veel mogelijk gereduceerd.
Artikel 2.3 subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie
De voorziening kent drie te subsidiëren uitvoeringsniveaus met ieder hun eigen activiteiten en intensiteit, aangepast aan de zwaarte van de school.
Voor het bepalen van de niveau indeling wordt gewerkt met vier schoolgroepen. De groep scholen met het laagste percentage doelgroepkinderen kan alleen niveau A aanvragen. De groep scholen met het hoogste aantal doelgroepkinderen kan alleen niveau C aanvragen. De groep scholen met het een na laagste percentage doelgroepkinderen kan kiezen tussen niveau A en B. De groep scholen met het een na hoogste percentage doelgroepkinderen kan kiezen tussen niveau B en C.
De berekening van het percentage doelgroepleerlingen is gelijk aan de berekening van de voorziening Kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3. Het percentage wordt berekend aan de hand van het aantal doelgroepleerlingen vanaf groep 3 dat op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school. In dit percentage zijn de leerlingen van groep 1 en 2 destijds ook meegewogen.
Vroegschools aanbod niveau A
Bij niveau A worden de volgende activiteiten gesubsidieerd:
a. Het actief ophalen van relevante informatie over de voorschoolse periode
De overdracht van kindgegevens van de kinderopvang aan de school helpt de school om direct te kunnen bepalen wat de onderwijs- en zorgbehoefte van het kind is bij de instroom in de basisschool. Hiervoor dient de school afspraken te maken met de ‘toeleverende’ kinderopvanglocaties.
Met warme overdracht wordt bedoeld dat er een overleg plaatsvindt tussen de kinderopvang en de basisschool. De school dient te bepalen welke informatie nodig is om te kunnen starten met het geven van onderwijs. Omdat de uitwisseling van gegevens waarschijnlijk ruimer is dan wat is bepaald in artikel 167, derde lid van de Wpo, is voorafgaand aan de warme overdracht toestemming van ouders nodig.
b. Ouderbetrokkenheid
Op elke peutervoorziening en basisschool is ouderbetrokkenheid een structureel onderdeel van het beleid en de uitvoering. De subsidieontvanger moet ouderbetrokkenheid stimuleren op basis van een plan met een visie, doelen en gerichte ondersteuning dat is gebaseerd op een analyse van wensen, behoeften en krachten van ouders en door zich te richten op de vier volgende onderdelen:
- - Ouders weten hoe het Vve- of onderwijsprogramma in elkaar zit;
- - Ouders weten wat hun kind doet op de peutervoorziening of de basisschool;
- - Ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind;
- - Ouders weten wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dit kunnen doen.
Deze activiteiten behoren aanvullend te zijn op de reguliere ouderbetrokkenheid die een basisschool uitvoert.
c. Coördinatie
De coördinator draagt zorg voor de uitvoering het vroegschools aanbod en ziet toe op een doelmatige afstemming van de subsidiabele activiteiten.
Vroegschools aanbod niveau B
De activiteiten onder niveau A aangevuld met:
- - Scholing ten behoeve van certificering groepsleerkrachten
Deze (na)scholing wordt gefaciliteerd om te kunnen voldoen aan de voorwaarde dat scholen moeten werken met een programma voor vroegschoolse educatie. Nadat de groepsleerkrachten zijn gecertificeerd kan deze activiteit worden ingezet voor de verdere deskundigheidsbevordering op het gebied van het jonge kind.
Vroegschools aanbod niveau C
De activiteiten onder niveau A en B worden aangevuld met:
- - Combinatiefunctie
Het doel van de Combinatiefunctie is het stimuleren van een doorgaande ontwikkeling van peuter naar kleuter door de extra inzet van een combinatiefunctionaris in een kleutergroep naast de gebruikelijke bezetting van leerkrachten en onderwijsassistenten. Hierdoor wordt een pedagogisch klimaat gecreëerd waar kinderen zich direct veilig voelen in hun nieuwe omgeving en wordt de kwaliteit van de doorgaande ontwikkeling versterkt. De combinatiefunctie wordt gemiddeld een dagdeel (een aaneengesloten blok van drie uur) per week per kleuterklas gedurende een schooljaar van 40 weken ingezet. De omvang van de inzet, de kwaliteitseisen en het gehanteerde tarief worden geregeld in een overeenkomst tussen schoolbestuur en voorschoolaanbieder
- - activiteiten gericht op de continuïteit van de zorg voor instromende kleuters
De school zorgt ervoor dat in het geval van een reeds bestaande zorgvraag van instromende kleuters, dit beleid direct wordt voortgezet in aansluiting op de voorschoolse periode.
Berekening van de hoogte van de subsidie per leerling
De hoogte van de subsidie per leerling voor de verschillende niveaus komt tot stand door normbedragen toe te kennen aan de verschillende activiteiten. De tarieven voor schooljaar 2019/2020 zijn hieronder weergegeven. Deze worden jaarlijks geïndexeerd.
| **Subsidiabele activiteiten | Niveau A | Niveau B | Niveau C | Normbedrag per kleuter 2019/2020** |
|---|---|---|---|---|
| Informatieoverdracht alle kleuters | x | x | € 20 | |
| Warme overdracht alle kleuters | x | € 40 | ||
| Ouderbetrokkenheid niveau A | x | € 60 | ||
| Ouderbetrokkenheid niveau B | x | € 90 | ||
| Ouderbetrokkenheid niveau C | x | € 120 | ||
| Gebruiksmateriaal vroegschoolse educatie | x | x | € 5 | |
| Scholing | x | x | € 30 | |
| Combinatiefunctie | x | € 350 | ||
| Zorg | x | € 30 | ||
| Coördinatie niveau A | x | € 70 | ||
| Coördinatie niveau B | x | € 125 | ||
| Coördinatie niveau C | x | € 175 | ||
| Totaal per kleuter (2019/2020) | € 150 | € 270 | € 750 | |
Artikel 2.4 Pilot programmaloos
Scholen die in het schooljaar 2022/2023 voor de laatste keer gebruik konden maken van het VVE-programma Kleuterplein hebben voor de schooljaren 2023/2024, 2024/2025 en 2025/2026 de mogelijkheid om deel te nemen aan een pilot die als doel heeft de opbrengsten en resultaten in kaart te brengen wanneer er niet wordt gewerkt met een VVE-programma. Om de kwaliteit van het kleuteronderwijs te borgen wordt scholen gevraagd te beschrijven op welke manier zij ervoor zorgen dat de verschillende ontwikkelgebieden van de kleuters voldoende aan de orde komen. De basistraining VVE 1&2 wordt als minimale scholingseis gesteld. De looptijd van de pilot bedraagt drie schooljaren. De gemeente Amsterdam draagt zorg voor een onderzoek.
Artikel 2.5 De aanvrager
Geen toelichting
Artikel 2.6 Bij de subsidie aanvraag in te dienen gegevens
In het activiteitenplan moet op grond van artikel 5, vierde lid van de VloA 2019 aangegeven worden voor welk niveau vroegschools aanbod een aanvraag wordt ingediend. Daarbij dient te worden aangegeven op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan de te subsidiëren activiteiten en op welke manier wordt voldaan aan de aanvullende verplichtingen.
Als scholen nog niet hebben voldaan aan de verplichtingen ten aanzien van de certificering van groepsleerkrachten, onderwijsassistenten en Vve-coördinator, moet worden aangegeven per wanneer hier wel aan wordt voldaan.
Artikel 2.7 Aanvullende weigeringsgronden
[vervallen]
Artikel 2.8 Aanvullende verplichtingen
Aan de beschikbaarstelling van de voorziening Vroegschools aanbod zijn enkele aanvullende verplichtingen verbonden die als doel hebben de kwaliteit van het aanbod te garanderen.
Voorschools aanbod Niveau A
- - Het kindvolgsysteem is opgenomen als aanvullende verplichting omdat hiermee het onderwijsaanbod kan worden afgestemd op de ontwikkelbehoefte van het kind en de opbrengst van de vroegschoolse educatie inzichtelijk kan worden gemaakt.
Voorschools aanbod Niveau B
De aanvullende verplichtingen onder niveau A aangevuld met:
- - Het gebruik van een Vve-programma of vroegschoolvariant (uitsluitend niveau B) Dit is een -programma dat door het Nederlands Jeugdinstituut is beoordeeld als bewezen effectief moet bijdragen aan de opbrengst van de vroegschoolse educatie.
- - Deelname Vve-overleggen in het stadsdeel In de Vve-overleggen die per gebied worden georganiseerd door de accounthouder van team Vve van de gemeente Amsterdam, is er gelegenheid tot uitwisselen van informatie en worden de coördinatoren op de hoogte gehouden van actuele ontwikkelingen
Voorschools aanbod Niveau C
De aanvullende verplichtingen onder niveau B aangevuld met:
- - Certificering coördinator vroegschools aanbod.: vanwege de complexiteit van de activiteiten en verplichtingen in de voorziening, is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de coördinatoren geborgd wordt. Hiervoor wordt een training aangeboden die wordt gefaciliteerd door de gemeente Amsterdam. Deze training wordt afgesloten met een certificaat. Als de coördinator vroegschools aanbod nog niet is gecertificeerd dan dient uit de subsidieaanvraag blijken dat de training alsnog gevolgd zal worden. Onderdeel van deze training is een bijeenkomst voor schoolleiders. Deelname hieraan is verplicht.
Artikel 2.9 Verantwoording
Geen toelichting
Hoofdstuk 3 Voorziening Kansenaanpak primair onderwijs vanaf groep 3
Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen
De onder b. genoemde drempel heeft als gevolg dat het beschikbare subsidieplafond verdeeld wordt over een beperkt aantal scholen. Het uitgangspunt hierbij is dat scholen met een relatief laag percentage doelgroepleerlingen, de extra behoefte aan ondersteuning op het gebied van taal en rekenen van deze leerlingen eenvoudiger binnen het normale curriculum kunnen opvangen. Hierdoor wordt bovendien verwatering van het beschikbare budget voorkomen en zijn scholen met een hoog percentage doelgroepleerlingen beter in staat een voldoende aanbod aan onderwijsinterventies te realiseren (omdat zij meer budget kunnen aanvragen). De drempel wordt berekend op basis van de gegevens van de leerlingen die op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school voor basisonderwijs.
De onder b. genoemde Kansenaanpak PO betreft het in december 2017 door de gemeenteraad vastgestelde beleidsplan, waarin is opgenomen op welke wijze de gemeente onderwijsachterstanden in samenwerking met de schoolbesturen voor het basisonderwijs tracht te bestrijden. Deze voorziening maakt onderdeel uit van dit plan.
In de punten c, d. en h zijn de definities opgenomen van een Kopklas, een Maatwerkplan (verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid), en een Zomerschool.
De onder g. genoemde verlengde leertijd kan gerealiseerd worden door het uitvoeren van bijvoorbeeld schakelklassen, leerlabs, vakantieschool taal of de inzet van extra (ondersteunend) onderwijspersoneel in de klas.
Artikel 3.2 Doel voorziening
Uit de definitie van het doel van de voorziening blijkt dat de subsidie voor deze voorziening bestemd is voor zowel basisscholen als scholen in het speciaal basisonderwijs (SBO).
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
De subsidies als bijdrage in de kosten van de uitvoering van de onderwijsinterventies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in aanvulling op de Rijksbekostiging die het schoolbestuur per leerling ontvangt, waardoor een school zorg kan dragen voor (taal)onderwijs in kleinere groepen en verlengde leertijd.
Het schoolbestuur en de school hebben in het kader van de uitvoering van het maatwerkplan voor onderwijsinterventies verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid meer dan voorheen het geval was de regie over de soort activiteiten die het beste past bij bijvoorbeeld de leerling populatie, de schoolontwikkeling of bestaande activiteiten of inzet op de school.
De activiteiten op het terrein van de ouderbetrokkenheid kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op:
- - in relatie met achterstand het versterken van de doorgaande lijn in het kader van ouderbetrokkenheid van de VVE naar groep 3 t/m 8 van de school voor basisonderwijs in afstemming met de gekoppelde peutervoorziening;
- - kennisuitwisseling over ouderbeleid tussen samenwerkende scholen te organiseren en informatiebijeenkomsten voor ouders bij de overstap naar vervolgonderwijs binnen een school of samenwerkende scholen.
- - het organiseren van informatie(bijeenkomsten) voor ouders bij de overstap naar vervolgonderwijs binnen een school of samenwerkende scholen.
Artikel 3.4 Hoogte en besteding subsidie
De hoogte van de subsidie voor de uitvoering een maatwerkplan als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid onder a wordt berekend aan de hand van de het aantal doelgroepleerlingen vanaf groep 3 dat op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school vermenigvuldigd met het bedrag dat jaarlijks beschikbaar is per doelgroepleerling. Dit zogenoemde normbedrag wordt berekend op grond van de volgende formule:
A = B / (X- Y), waarbij A staat voor bedrag per doelgroepleerling, B voor het subsidieplafond onderdeel verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid, X voor het totaal aantal doelgroepleerlingen in de stad en Y voor het aantal doelgroepleerlingen dat op een school onderwijs volgt, waar het percentage doelgroepleerlingen vanaf groep 3 gelijk of minder is dan 10 procent van de totale leerlingenpopulatie vanaf groep 3;
Artikel 3.5 Subsidieplafond
In deze voorziening zijn voor drie onderdelen subsidies aan te vragen. Het onderdeel uitvoering onderwijsinterventies in het kader van het Maatwerkplan, de onderwijsinterventie Zomerschool en de onderwijsinterventie Kopklas. Het college stelt jaarlijks drie afzonderlijke subsidieplafonds voor deze onderdelen.
Artikel 3.6 De aanvrager
Geen toelichting
Artikel 3.7 Bij de aanvraag in te dienen gegevens
Op basis van het aantal doelgroepleerlingen op een school is jaarlijks een budget beschikbaar, waarvoor een school een maatwerkplan op het gebied van de onderwijsinterventies verlengde leertijd en ouderbetrokkenheid kan opstellen. De school heeft vrijheid om zelf te kiezen welke activiteiten hij wil uitvoeren passend bij de opgave en ontwikkeling van de school en zijn leerlingen. Bijvoorbeeld het inzetten van een schakelklas of een extra onderwijsassistent, het investeren in taalonderwijs of ook aandacht voor het vergroten van de leefwereld. In punt a. van dit artikel staat voorgeschreven op welke onderwerpen een schoolbestuur bij de aanvraag voor zijn school in het maatwerkplan in ieder geval in moet gaan.
Artikel 3.8 Weigeringsgronden
Geen toelichting
Art 3.9 Aanvullende verplichtingen
De aanvullende verplichtingen zijn deels gericht op het garanderen van kwaliteit van het personeel dat wordt ingezet en het onderwijs dat wordt gegeven. Anderzijds betreft het de verplichting dat het schoolbestuur zelf zorgt voor de benodigde extra onderwijsruimte en de bekostiging daarvan. Het laatste onderdeel van dit artikel schrijft voor dat een school mee moet werken aan kennisdeling, tussentijdse rapportage en onderzoek.
Artikel 3.10 Verantwoording
Geen toelichting.
Hoofdstuk 4 Voorziening Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs (VO)
Artikelsgewijze toelichting:
Artikel 4.1 Begripsomschrijvingen
De onder b. genoemde drempel heeft als gevolg dat het beschikbare subsidieplafond verdeeld wordt over een beperkt aantal scholen. Het uitgangspunt hierbij is dat scholen met een relatief laag percentage doelgroepleerlingen, de extra behoefte aan ondersteuning op het gebied van taal en rekenen, ouderbetrokkenheid en op- en afstroom van deze leerlingen eenvoudiger binnen het normale curriculum kunnen opvangen. Hierdoor wordt bovendien versnippering van het beschikbare budget voorkomen en zijn scholen met een hoog percentage doelgroepleerlingen beter in staat een voldoende aanbod aan onderwijsinterventies te realiseren (omdat zij meer subsidie kunnen aanvragen). De drempel wordt berekend op basis van de gegevens van de leerlingen die op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school voor voortgezet onderwijs.
De onder c. genoemde Kansenaanpak VO betreft de in mei 2019 door de gemeenteraad vast te stellen beleidsbrief, waarin is opgenomen op welke wijze de gemeente in samenwerking met de schoolbesturen voor het voortgezet onderwijs wil investeren in het tegengaan van onderwijsachterstanden op taal en rekenen, vergroten van ouderbetrokkenheid en het bevorderen van opstroom en het voorkomen van afstroom. De voorziening maakt onderdeel uit van dit beleid.
De onder d. gedefinieerde doelgroepleerling is een leerling van een Amsterdamse school voor voortgezet onderwijs die voldoet aan één of meer van de volgende kenmerken:
- - laag opleidingsniveau ouders volgens de definitie in artikel 1 van het algemene deel van de VloA;
- - laag inkomen huishouden volgens de definitie in artikel 1 in het algemene deel van de VloA;
- - leerling in een internationale schakelklas (ISK).
Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) brengt met ingang van het schooljaar 2019-2020 het aantal doelgroepleerlingen per vo-school in beeld voor de gemeente ten behoeve van de Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs.
Onder j. wordt onder een school verstaan de scholen voortgezet onderwijs of een nevenvestiging van een school voor voortgezet onderwijs
Het tegengaan van de onder k. genoemde onderwijsachterstanden kunnen gerealiseerd worden door het uitvoeren van verlengde leertijd aansluitend op een reguliere schooldag of de inzet van extra (ondersteunend) onderwijspersoneel in de klas
Artikel 4.2 Doel voorziening
Uit de definitie van het doel van de voorziening blijkt dat de subsidie voor deze voorziening bestemd is voor scholen voor voortgezet onderwijs.
Artikel 4.3 Subsidiabele activiteitenDe subsidies als bijdrage in de kosten van de uitvoering van de onderwijsinterventies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in aanvulling op de Rijksbekostiging die het schoolbestuur per leerling ontvangt, waardoor een school zorg kan dragen voor bijvoorbeeld (taal)onderwijs in kleinere groepen en verlengde leertijd.
Het schoolbestuur en de school hebben in het kader van de uitvoering van het maatwerkplan voor onderwijsinterventies de regie over de activiteiten die het beste passen bij bijvoorbeeld de leerlingpopulatie, de schoolontwikkeling of bestaande activiteiten of inzet op de school.
De activiteiten op het terrein van de ouderbetrokkenheid kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op:
- - in relatie met achterstand het versterken van de doorgaande lijn in het kader van ouderbetrokkenheid van de basisschool naar de middelbare school;
- - kennisuitwisseling over ouderbetrokkenheidsbeleid tussen samenwerkende scholen te organiseren en informatiebijeenkomsten voor ouders bij de overstap naar vervolgonderwijs binnen een school of samenwerkende scholen;
- - het organiseren van informatie(bijeenkomsten) voor ouders bij de overgang naar een hoger niveau voortgezet onderwijs.
De activiteiten op het terrein van het bevorderen van opstroom en tegengaan van afstroom kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op:
- - voorlichting aan leerlingen (over de regels) bij de overgang naar een hoger niveau voortgezet onderwijs binnen een school of samenwerkende scholen;
- - extra begeleiding en aandacht voor opstromers en afstromers.
De hoogte van de subsidie voor de uitvoering van een maatwerkplan als bedoeld in artikel 4.3 wordt berekend aan de hand van de het aantal doelgroepleerlingen in het voortgezet onderwijs dat op 1 oktober in het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op de school.
Om te voorkomen dat het voor het Kansenaanpak VO beschikbare budget versnipperd raakt over alle scholen in de stad is een drempel van doelgroepleerlingen ingebouwd. Het subsidiebudget wordt verdeeld over de scholen met een percentage doelgroepleerlingen gelijk of hoger dan deze drempel. Het uitgangspunt hierbij is dat scholen met een lager percentage doelgroepleerlingen, de extra behoefte aan ondersteuning op het gebied van taal en rekenen van deze leerlingen en ouders, eenvoudiger binnen het normale curriculum en bekostiging kunnen opvangen. Hetzelfde geldt voor interventies ten behoeve van op- en afstroom.
De verdeling vindt vervolgens plaats op basis van het absolute aantal doelgroepleerlingen op een school, waarbij gelimiteerde bedragen gelden voor acht te onderscheiden categorieën. Hierdoor wordt rekening gehouden met de grootte van de scholen, die erg verschillend zijn in het Amsterdamse VO. Een grote school met veel doelgroepleerlingen krijgt meer middelen, dan een kleine school met een vergelijkbaar percentage doelgroepleerlingen. Dit doet meer recht aan het principe ‘investeren daar waar dat het hardste nodig is’ in het voortgezet onderwijs.
Artikel 4.4 Subsidieplafond
Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor dit onderdeel.
Artikel 4.5 Aanvraag
Geen toelichting.
Artikel 4.6 De aanvrager
Geen toelichting
Artikel 4.7 Bij de aanvraag in te dienen gegevens
Op basis van het aantal doelgroepleerlingen op een school is jaarlijks een budget beschikbaar, waarvoor een school een maatwerkplan op het gebied van de onderwijsinterventies op het tegengaan van onderwijsachterstanden, het vergroten van ouderbetrokkenheid, het bevorderen van opstroom en voorkomen van afstroom kan opstellen. De school heeft vrijheid om zelf te kiezen welke activiteiten hij wil uitvoeren passend bij de opgave en ontwikkeling van de school en zijn leerlingen. Bijvoorbeeld het inzetten van een extra onderwijsassistent, het investeren in taal- of rekenonderwijs, ouders ondersteunen bij de ontwikkeling van hun kind of de mogelijkheden bevorderen voor leerlingen om op te stromen naar een hoger niveau binnen het vo. In dit artikel staat voorgeschreven op welke onderwerpen een schoolbestuur bij de aanvraag voor zijn school in het maatwerkplan in ieder geval in moet gaan.
Artikel 4.8 Weigeringsgronden
Geen toelichting
Art 4.9 Aanvullende verplichtingen
De aanvullende verplichtingen zijn deels gericht op het garanderen van kwaliteit van het personeel dat wordt ingezet en het onderwijs dat wordt gegeven. Anderzijds betreft het de verplichting dat het schoolbestuur zelf zorgt voor de benodigde extra onderwijsruimte en de bekostiging daarvan. Het laatste onderdeel van dit artikel schrijft voor dat een school mee moet werken aan kennisdeling, tussentijdse rapportage en onderzoek.
Artikel 4.10 Verantwoording
Geen toelichting.
Hoofdstuk 5 Voorziening Amsterdamse Familie School 2023-2027
Algemeen
Amsterdam wil een rechtvaardige stad zijn, waarin kinderen en jongeren gelijke kansen hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Welke kansen zij hebben wordt medebepaald door verschillende omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld de wijk waar je opgroeit, wie je ouders zijn en naar welke school je gaat. Kansengelijkheid vraagt daarom om extra investeringen. Waarbij het kind of de jongere centraal staat en waarbij ouders en de buurt worden betrokken. De gemeente vindt het belangrijk dat de ontwikkelkansen van kinderen worden versterkt vanuit de school, de plek waar zij meer dan duizend uur per jaar doorbrengen. Daar voelen kinderen, en vaak ook hun ouders, zich veilig en vertrouwd. Het is daardoor bij uitstek de plek waar duidelijk wordt als het niet goed gaat met een kind of met ouders en daarom moeten de investeringen daar plaatsvinden.
Voor het realiseren van kansengelijkheid is niet alleen inzet vanuit het onderwijs nodig, maar ook vanuit jeugdzorg, armoedebestrijding en gezondheid. Met de Amsterdamse Familie School zet het college precies hierop in: vanuit de school een integrale samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen, met als doel het bieden van een brede ondersteuning aan het gehele gezin. Met deze voorziening beoogt de gemeente deze aanpak de komende vier schooljaren uit te breiden naar 25 scholen in het (speciaal) basisonderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs Cluster 4 of voortgezet onderwijs en verder te intensiveren.
De gemeente Amsterdam stimuleert scholen in te zetten op het bieden van een meer kansrijke ondersteunings- en ontwikkelomgeving, waarbij er een koppeling wordt gemaakt met de thuissituatie en de leefomgeving van het kind en de jongere. Dit betekent voor scholen onder meer door de inzet van een projectleider familieschool verbindingen leggen dan wel het versterken van de samenwerking met ouders, de voorschool en maatschappelijke partners binnen de domeinen: armoede, jeugd, zorg, sport en de wijk.
De voorziening Amsterdamse Familie School maakte onderdeel uit van de PIEK-aanpak in de periode 2019-2023 gericht op het bevorderen van kansengelijkheid. De PIEK-aanpak bestond uit drie actielijnen, namelijk het bevorderen van de (door)ontwikkeling en uitvoering van een Brede Brugklas, een Integraal Kind Centrum (IKC) en de Amsterdamse Familie Scholen. Deze onderwijsvoorzieningen waren allen opgenomen in Hoofdstuk 5 PIEK-aanpak. Omdat er geen sprake meer is van een beleidskader en om de leesbaarheid van deze twee afzonderlijke voorzieningen te bevorderen is er nu voor gekozen om te werken met twee aparte Hoofdstukken: ‘Hoofdstuk 5. Amsterdamse Familie School 2023-2027’ en ‘Hoofdstuk 6 Brede Brugklas 2023-2027’.
Artikelsgewijze toelichting:
Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen
b. doelgroepleerling
Voor de toelichting bij de begripsbepaling doelgroepleerlingen wordt verwezen naar de toelichting op artikel 3.1 begripsomschrijvingen van Hoofdstuk 3 Voorziening Kansenaanpak PO, en naar de toelichting op artikel 4.1 (begripsbeschrijvingen) bij Hoofdstuk 4 Voorziening Kansenaanpak VO, pagina 25 en 26.
Artikel 5.2 Doel voorziening
Het doel van deze voorziening is om kansengelijkheid van leerlingen in het Amsterdamse onderwijs te bevorderen door scholen in staat te stellen te werken aan een meer kansrijke ondersteunings- en ontwikkelomgeving aan leerlingen en hun ouders, door verbindingen te leggen dan wel het versterken van de samenwerking met ouders, de voorschool en maatschappelijke partners binnen de domeinen: armoede, jeugd, zorg, voorschool, sport en de wijk. De omstandigheden waarin een kind opgroeit mogen geen rol spelen in zijn of haar onderwijsontwikkeling.
Artikel 5.3 Subsidiabele activiteiten
De subsidie voor de Amsterdamse Familie School wordt voor een subsidietijdvak van vier schooljaren verleend. Om tot een Amsterdamse Familie School te komen is een intensieve (integrale) samenwerking nodig tussen onderwijs, zorg, jeugd, armoedebestrijding en andere maatschappelijke partners.
Voor subsidie komt in aanmerking de (door)ontwikkeling en uitvoering van een Amsterdamse Familie School, waarvan in ieder geval onderdeel uitmaakt de inzet van een projectleider familieschool. Uit eerdere ervaringen met 10 Amsterdamse Familie Scholen in de periode 2019-2023 is gebleken dat voor het (door)ontwikkelen en uitvoeren van dit schoolconcept het onontbeerlijk is om te werken met een projectleider.
De projectleider familieschool is op school degene die zorgdraagt voor de coördinatie van de (door)ontwikkeling en uitvoering van dit specifieke schoolconcept en de directeur hierbij ondersteunt. Deze functionaris fungeert als een spin in het web, treedt op als verbinder en stuurt op de doelen, is goed op de hoogte van wat er zich in de wijk afspeelt, en creëert in samenwerking met de schooldirectie een draagvlak voor deze aanpak binnen de school. De regierol ligt namelijk bij de school. Bij de activiteiten die een school in het kader van een Amsterdamse Familie School wil ontwikkelen, kan gebruik worden gemaakt van het reeds bestaande aanbod van subsidies en voorzieningen in natura die de gemeente, maar ook bijvoorbeeld het Rijk biedt.
Voor de meeste activiteiten die op scholen onder schooltijd worden uitgevoerd kunnen schoolbesturen subsidie aanvragen via de VloA 2019. Daarnaast voorziet de Subsidieregeling sociale basis 2023 in een subsidie voor activiteiten die buiten het curriculum van scholen vallen op het gebied van brede talentontwikkeling. Via bijvoorbeeld het Amsterdamse Fonds voor de Kunst kan een school in aanmerking komen voor een cultuurcoach. Verder kan een school samenwerken met de Buurtteams, die voor de uitvoering van hun werkzaamheden door het college worden gesubsidieerd.
Amsterdam voorziet dus al in een ruim aanbod betreffende maatschappelijke ondersteuning of in activiteiten op het gebied van brede talentontwikkeling, kunst en cultuur of sport. Voordat een school zelf een activiteit ontwikkelt, is het verstandig om eerst te onderzoeken of niet gebruik gemaakt kan worden van dit gemeentelijke aanbod. De projectleider familieschool kan worden ingezet om het aanbod vanuit verschillende domeinen met elkaar te verbinden.
Artikel 5.4 Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor de schooljaren 2023-2027 wordt met een afzonderlijk collegebesluit vastgesteld.
Artikel 5.5 Verdeelsleutel subsidieplafond
Het college laat zich adviseren door een adviescommissie over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie. Daaraan voorafgaand wordt door het college beoordeeld of een aanvraag geweigerd moet worden op grond van artikel 5.9. De adviescommissie beoordeeld de aanvraag op basis van de beoordelingscriteria, zoals opgenomen in artikel 5.5, derde lid. De adviescommissie wordt gevormd door mensen met kennis en ervaring op het gebied van kansengelijkheid en onderwijsstelsel en het (speciaal) basisonderwijs.
Een van de beoordelingscriteria richt zich op de mate waarin een school zich aansluit bij externe projecten. Hierbij kan gedacht worden aan het Masterplan en School en Omgeving.
Omdat het college met name wil inzetten op scholen met een relatief hoog percentage doelgroepleerlingen en op scholen die vallen onder een masterplan in het stadsdeel Nieuw-West of Zuidoost of onder de aanpak Noord in het stadsdeel Noord, kunnen hiervoor extra punten worden behaald.
Mocht de subsidie van een of meerdere scholen voortijdig worden stopgezet of verlaagd, dan kan het college besluiten om aan de hoogste aanvraag op de prioriteitenlijst voor de resterende periode een subsidie te verstrekken voor het ontwikkelen en uitvoeren van een Amsterdamse Familie School.
Artikel 5.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Bij het concreet uitvoerbaar plan dient een bestaande Amsterdamse Familie School aan te geven op welke wijze de school gebruik maakt van eerder opgedane ervaringen in de periode 2019-2023.
Artikel 5.9 Aanvullende weigeringsgronden
Indien de basisschool onder de opheffingsnorm zit, uitgaande van de 1 oktobertelling 2021, dan kan het college de subsidie eveneens weigeren te verlenen. Voor het basisonderwijs geldt voor Amsterdam een opheffingsnorm van 195 leerlingen.
Artikel 5.10 Bevoorschotting
De verleende subsidie wordt niet in een keer uitbetaald. Eerst ontvangt een schoolbestuur een voorschot van €30.000, voor het maken van een uitvoerbaar plan. Dit bedrag is vooral bedoeld voor de projectleider die de directie ondersteunt bij het opstellen van het plan. Het tweede gedeelte van het subsidievoorschot van maximaal €60.000 in het eerste jaar van het subsidietijdvak, wordt pas betaald, nadat de subsidieontvanger dit plan heeft ingediend. Voordat tot uitbetaling van het tweede voorschot wordt overgegaan zal beoordeeld worden of het plan voldoet aan de doelstelling van de voorziening (artikel 5.2), of het voldoende uitvoerbaar is en of optimaal gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk- of ander aanbod, dan wel sprake is van overlap van de te subsidiëren activiteiten hiermee. Indien het plan niet of van onvoldoende kwaliteit is naar het oordeel van het college kan de subsidieontvanger gevraagd worden het plan bij te stellen of de subsidieverlening kan worden gewijzigd op grond van artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5.11 Aanvullende verplichtingen
De gemeente zet een klein team van ervaren aanjagers en onderzoekers in om de scholen die subsidie ontvangen te ondersteunen bij het omzetten van de aanvraag in een concreet uit te voeren plan. Dit ter voorkoming van versnippering door uitvoering van telkens weer het ontwikkelen van nieuwe activiteiten en om er voor te zorgen dat het wiel niet steeds opnieuw wordt uitgevonden. Zij krijgen de opdracht om scholen bij te staan in hun ontwikkeling en om de verschillende aanpakken te monitoren, te analyseren en te evalueren.
Dit om de verkregen kennis te verzamelen, te verspreiden en hiermee te innoveren, en om de verbinding tussen de wijk en de partners om de school aan te jagen. Hiermee waarborgen én verhogen we de kwaliteit van de Amsterdamse Familie School.
In de verplichtingen is daarom opgenomen dat de scholen verplicht zijn om deel te nemen aan ondersteunings- en kennisdelingsbijeenkomsten.
Een subsidieontvanger is verplicht het (door)ontwikkelbudget in te zetten voor activiteiten die niet op basis van andere regelingen van de gemeente of een ander bestuursorgaan kunnen worden aangevraagd of behoren tot reeds bestaand (naschools)aanbod waar de school gebruik van kan maken.
In artikel 9, vierde lid van de VloA 2019 is als algemene verplichting opgenomen dat een schoolbestuur zorg draagt voor medewerking van de onder zijn gezag vallende scholen aan onderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 6 Nieuwkomers
Artikelsgewijze toelichting:
Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen
- - CMN: Centraal Meldpunt Nieuwkomers
De nieuwkomersgroepen worden in Amsterdam door een paar schoolbesturen georganiseerd in onder hun gezag vallende scholen mede namens de andere schoolbesturen. Hiertoe hebben de gezamenlijke schoolbesturen PO verenigd in het Breed Bestuurlijk Overleg en het Advies- en Begeleidings- Centrum voor het onderwijs (ABC) het Centraal Meldpunt Nieuwkomers (CMN) ingesteld. Alleen de schoolbesturen die leerlingen plaatsen in de nieuwkomersgroepen via het CMN komen in aanmerking voor subsidie. Als dit niet het geval is wordt een subsidie geweigerd. Hiervoor is in artikel 6.8, eerste lid onder c. een weigeringsgrond opgenomen. Door het CMN houden de schoolbesturen overzicht over de in- en uitstroom van nieuwkomers op de Amsterdamse basisscholen en is er sprake van een transparante en eerlijke procedure.
Artikel 6.2 Doel voorziening
[vervallen]
Artikel 6.3 Subsidiabele activiteiten
De subsidies die op grond van het eerste lid onder a en b worden verstrekt in aanvulling op de Rijksbekostiging, maken het voor een school mogelijk om extra (taal) ondersteuning aan nieuwkomersleerlingen te geven. Het tweede lid voorziet in een extra subsidie voor ongedocumenteerde nieuwkomers en de leerlingen die aan hen gelijk gelijkgesteld zijn, maar waarvoor een schoolbestuur geen Rijksbekostiging ontvangt.
Artikel 6.4 Verdeelsleutel subsidieplafond
- - De voorziening voorziet in artikel 6.3 in drie verschillende subsidies. Uitsluitend voor de subsidie voor de NT2 ondersteuning van de nieuwkomers in groep 2 stelt het college per schooljaar een subsidieplafond vast. Sinds het schooljaar 2018-2019 stelt de gemeente ook middelen beschikbaar voor extra taalondersteuning van nieuwkomers, die in een reguliere groep 2 les krijgen. Het budget hiervoor is echter beperkt beschikbaar.
- - Het college beoordeeld aanvragen die voor 1 april zijn ingediend op volgorde van binnenkomst. Indien het subsidieplafond niet toereikend is om alle op 1 april ingediende aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, worden de subsidie aanvragen onder gebracht in twee categorieën: de aanvragen voor een eerste NT2 deskundige op een school en de aanvragen voor een tweede NT2 deskundige op een school. Vervolgens wordt eerste de eerste categorie gehonoreerd en vervolgens als het budget het toelaat ook nog aanvragen uit de tweede categorie. .
- - Indien het subsidieplafond niet toereikend is om alle subsidieaanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie in een bepaalde categorie als bedoeld in het tweede lid te honoreren, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst. De rangschikking vindt plaats aan de hand van het totaal aantal nieuwkomers in groep 2 op een school van hoog tot laag.
- - Aanvragen die na sluiting van de in artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 april worden ingediend, worden in behandeling genomen volgorde van binnenkomst en gehonoreerd totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 6.5 De aanvrager
De nieuwkomersgroepen worden in Amsterdam door een paar schoolbesturen georganiseerd in onder hun gezag vallende scholen namens de andere schoolbesturen.
Artikel 6.6 Aanvraagtermijn subsidies
In aanvulling op artikel 6 eerste lid van de VloA 2019 zijn de subsidies als genoemd in artikel 6.3 lid 1 onder a en b, het gehele jaar aan te vragen. Voor de subsidie van de ongedocumenteerde leerlingen en aan hen gelijkgestelden geldt dat de subsidie aanvraag voor 1 juli van het lopende gesubsidieerde schooljaar moet worden ingediend. Daarbij dient een schoolbestuur de beschikking van het Rijk te overleggen, waarmee de aanvraag voor extra bekostiging voor nieuwkomers voor deze leerlingen is afgewezen.
Artikel 6.7 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Geen toelichting
Artikel 6.8 Weigeringsgronden
Geen toelichting
Artikel 6.9 Aanvullende verplichtingen
Behoeft geen toelichting
Artikel 6.10 Verantwoording
Behoeft geen toelichting
Hoofdstuk 7 Voorziening Brede Brugklas Bonus (2023-2027)
De gemeente Amsterdam investeert sinds 2019 in brede brugklassen middels de Brede Brugklas Bonus om scholen te ondersteunen bij het tegengaan van de vroege selectie. Ook voor de komende jaren zet de gemeente Amsterdam met in totaal 2,4 miljoen in op deze aanpak. Maximaal zeven scholen kunnen de komende vier jaar in aanmerking kunnen komen voor een Brede Brugklas Bonus. Deze bonus volgt dezelfde inhoudelijk lijn als de Brede Brugklas Bonus 2019-2023.
De subsidieregeling kan door scholen met een brede brugklas met minimaal drie niveaus – te weten vmbo, havo, vwo – worden aangevraagd. De brugklas duurt minimaal één schooljaar. Zij kunnen de Brede Brugklas Bonus aanvragen ter ondersteuning van hun huidige brede brugklas. Scholen die nog geen brede brugklas hebben kunnen deze aanvragen om een heterogene brede brugklas te vormen. Zij ontvangen daarbij extra ondersteuningskosten voor het starten van de brede brugklas.
De Onderwijsraad stelt dat het niet alleen gaat om later selecteren, maar dat goed kunnen differentiëren ook essentieel is: flexibel onderwijs op maat bieden, dat recht doet aan de verschillen tussen leerlingen. Differentiatievaardigheden en –mogelijkheden liggen ten grondslag aan de kwaliteit van brede brugklassen. De Brede Brugklas Bonus biedt ruimte aan scholen om dit te ontwikkelen. Daarin laat de subsidie veel ruimte voor maatwerk. Om deze ruimte te creëren is ingezet op een langdurige subsidie van vier jaar, zodat de scholen de tijd krijgen om duurzame plannen te ontwikkelen. Uit de monitoring van de huidige subsidie blijkt dat de bonus onder andere wordt ingezet op het ontwikkelen van differentiatievaardigheden van docenten, het lesgeven aan kleinere groepen en extra personele ondersteuning in de les om lesgeven in gedifferentieerde groepen mogelijk te maken. De (tussentijdse) monitoring wordt in het vierde kwartaal van 2023 opgeleverd en biedt inzicht in de succeselementen en ontwikkelpunten van de aanpakken en interventies van de scholen. Deze monitoring wordt voortgezet bij de Brede Brugklas Bonus 2023-2027.
De voorziening Brede Brugklas Bonus maakte onderdeel uit van de PIEK-aanpak in de periode 2019-2023. Deze aanpak richtte zich op het bevorderen van kansengelijkheid. De PIEK-aanpak bestond uit drie zelfstandige onderdelen, namelijk het bevorderen van de (door)ontwikkeling en uitvoering van een Brede Brugklas, een Integraal Kind Centrum (IKC) en de Amsterdamse Familie Scholen. Deze onderwijsvoorzieningen waren allen opgenomen in één Hoofdstuk 5 PIEK-aanpak. Omdat de subsidie voor het IKC niet meer wordt verstrekt de komende jaren en om de leesbaarheid van andere voorzieningen te bevorderen is er voor gekozen om te werken met twee aparte Hoofdstukken: ‘Hoofdstuk 5. Amsterdamse Familieschool 2023-2027’ en ‘Hoofdstuk 7 Brede Brugklas 2023-2027’.
Artikel 7.2 Doel voorziening
Het doel van de voorziening is het versoepelen van de (kwetsbare) overgangen, het tegengaan van de nadelige effecten van de vroege selectie, het tegengaan van segregatie op onderwijsniveau en achtergrond van leerlingen en het bieden van een brede ontwikkelomgeving aan leerlingen in het Amsterdamse onderwijs. De subsidie is bestemd voor scholen voor het voortgezet onderwijs.
Artikel 7.3 Subsidiabele activiteiten
De Brede Brugklas Bonus ondersteunt scholen bij de opzet en uitvoering van nieuwe en bestaande brede brugklassen. De subsidie wordt voor een subsidietijdvak van vier jaar verleend en dient te worden ingezet voor het bieden van een heterogene basis aan leerlingen van minimaal drie niveaus, te weten vmbo, havo en vwo. Scholen met homogene groepen kunnen de Brede Brugklas Bonus inzetten voor het invoeren van een heterogene brugklas. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal niveaus dat de brugklas heeft en het aantal leerlingen.
Artikel 7.4 Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor de schooljaren 2023-2027 wordt met een afzonderlijk collegebesluit vastgesteld.
Artikel 7.5 Verdeelsleutel subsidieplafond
Het college laat zich adviseren door een adviescommissie. Daaraan voorafgaand wordt door het college beoordeeld of een aanvraag geweigerd moet worden op grond van artikel 7.8. De adviescommissie beoordeeld de aanvraag op basis van de beoordelingscriteria, zoals opgenomen in artikel 7.5, derde lid. De adviescommissie wordt gevormd door mensen met kennis en ervaring op het gebied van brede brugklassen en het voortgezet onderwijs.
Artikel 7.8 Aanvullende weigeringsgronden
Indien de school een onvoldoende of zeer zwak oordeel van de inspectie heeft en indien uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de school in staat is de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren, kan het college, de subsidie weigeren te verlenen.
Indien de school onder de opheffingsnorm zit op het moment van aanvraag, dan kan het college de subsidie eveneens weigeren te verlenen.