Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Soort voorzieningen

Deze bijlage betreft de volgende voorzieningen:

  • - cultuureducatie;
  • - schoolzwemmen;
  • - schooltuinprogramma en natuur- & milieueducatie;
  • - verkeerseducatie.
  • - taal en ouderbetrokkenheid (TOB).
  • - Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid 2024.
  • - Jongerenwerk in scholen;
  • - High Dosage Tutoring.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019

Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan in een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Begripsomschrijvingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

voorziening: voorziening die bestaat uit verstrekkingen in natura.

Hoofdstuk 2 Voorziening Cultuureducatie

Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - Cultuureducatie: onderwijs op het gebied van de volgende disciplines:
    • - beeldende vorming;
    • - cultureel erfgoed
    • - dans;
    • - drama;
    • - kunstgeschiedenis;
    • - media en letteren;
    • - muziek.
  • - School: hoofdvestiging of nevenvestiging van een nader in deze voorziening te benoemen soort school op het grondgebied van de gemeente Amsterdam;
  • - vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs;
  • - (v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs.

Artikel 2.2 Doel van de voorziening

Het doel van de voorziening Cultuureducatie is om alle leerlingen van de Amsterdamse scholen voor basisonderwijs, (v)so en de eerste twee leerjaren van zowel het VMBO als het praktijkonderwijs een aanbod cultuureducatie van hoog niveau aan te bieden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de culturele instellingen die gevestigd zijn in Amsterdam.

Artikel 2.3 Voorziening

De voorziening bestaat uit de volgende afzonderlijke verstrekkingen in natura:

  • - een algemeen deel dat beschikbaar is voor alle scholen voor basisonderwijs, (v)so en de eerste twee leerjaren van zowel het vmbo als praktijkonderwijs, bestaande uit:
    • - cultuurvouchers , die per schooljaar besteed kunnen worden aan cultuureducatieve activiteiten ter waarde van:
      • - € 25 per leerling van een basisschool of van de eerste twee leerjaren van het vmbo of het praktijkonderwijs;
      • - € 75,-per leerling van een school voor (v)so of speciaal basisonderwijs;
    • - maximaal 8 retourritten per leerling gedurende de schoolperiode op een school voor basisonderwijs of (v)so voor het bezoeken van culturele instellingen met de cultuurbus;
    • - inhoudelijk ondersteuning door Mocca voor muziek, beeldende vorming, cultureel erfgoed en andere kunstdisciplines bij de ontwikkeling van doorgaande leerlijnen en school specifieke activiteiten;
  • - een bijzonder deel bestaande uit een vakdocent muziek voor maximaal 13 uur per schooljaar per deelnemende groep, uitsluitend bestemd voor scholen voor basisonderwijs en (v)so vanaf groep 3, waarvan de aanvragen niet zijn geweigerd op grond van artikel 2.6.

Artikel 2.4 Wijze van aanvraag en aanvraagdatum

  • - In afwijking van artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 wordt per schooljaar een aanvraag ingediend voor:
    • - cultuurvouchers als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid onder a en tweede lid bij Voucherbeheer Amsterdam;
    • - het aanbod zoals bedoeld in artikel 2.3, onder ii en iii, via de website van Mocca: Externe link: www.mocca-amsterdam.nl.
  • - Het schoolbestuur machtigt de schooldirecteur voor het doen van aanvragen in het kader van deze voorziening.

Artikel 2.6 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag voor het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3, onder b, per school de volgende informatie verstrekt:

  • - het cultuurbeleidsplan, waarin wordt beschreven;
    • - de visie van de school op het gebied van cultuureducatie;
    • - welke doelen de school daarmee wil bereiken;
    • - een beschrijving van de doorlopende leerlijn op het terrein van cultuureducatie, waaruit blijkt hoeveel lessen cultuureducatie per week per groep of klas worden gegeven, welke lessen op locatie worden gevolgd en wat de samenhang is met de lessen op school;
  • - of op de school een interne coördinator cultuureducatie of leerkracht met cultuurtaken aanwezig is, wat zijn taken zijn en voor hoeveel uren per week;
  • - hoe een school in het schooljaar voorafgaande aan het tijdvak waarvoor de aanvraag is ingediend, uitvoering heeft gegeven aan deskundigheidsbevordering op het gebied van cultuureducatie van groepsleerkrachten.

2.7 Weigeringsgronden vakdocent muziek

In aanvulling op artikel 7, tweede lid, van de VloA 2019 kan het college het bijzondere deel van de verstrekking als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid en onder c. weigeren als :

  • - een schoolbestuur geen cultuurbeleidsplan heeft verstrekt bij de aanvraag, dan wel een cultuurbeleidsplan met een naar het oordeel van het college onvoldoende inhoudelijke beschrijving van de onderdelen i. tot en met iii als bedoeld in artikel 2.5, onder punt a.;
  • - een schoolbestuur de voor zijn school genormeerde Rijksvergoeding voor cultuureducatie niet volledig voor deze onderwijssoort heeft ingezet;
  • - op een school onvoldoende coördinatie-uren per week worden ingezet voor cultuureducatie, blijkend uit een inzet van minder dan:
    • - 2 uur per week bij kleine scholen (< 200 leerlingen);
    • - 3 uur per week bij middelgrote scholen (200-600 leerlingen);
    • - 4 uur per week bij grote scholen (> 600 leerlingen).

Hoofdstuk 3 Voorziening schoolzwemmen

Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

school: hoofdvestiging of nevenvestiging van een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, of speciaal onderwijs op het grondgebied van de gemeente Amsterdam.

Artikel 3.2 Doel van de Voorziening

  • - Het doel van deze voorziening is dat zo veel mogelijk kinderen een zwemdiploma halen waardoor maximaal wordt bijgedragen aan de doelstelling dat van alle kinderen in Amsterdam die de scholen voor het basisonderwijs verlaten tenminste 95% in het bezit is van een A-diploma.
  • - De in het eerste lid genoemde doelstelling is tevens van toepassing op leerlingen van een school voor speciaal onderwijs, voor zover die een school bezoeken die valt onder categorie 3, zoals bepaald in artikel 3.3, derde lid.

Artikel 3.3 Voorzieningen

  • - De voorziening voor leerlingen van het basisonderwijs bestaat uit:
    • - 36 zwemlessen van 45 minuten voor leerlingen in groep 5 die nog niet in het bezit zijn van een A-diploma bij aanvang van het schoolzwemmen;
    • - 18 zwemlessen van 45 minuten voor leerlingen in groep 5 die bij aanvang van het schoolzwemmen al in het bezit zijn van het A-diploma, zodat zij de gelegenheid krijgen het B- of C-diploma te halen.
  • - De voorziening voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs bestaat uit: maximaal 36 zwemlessen van 45 minuten. Deelname staat tenminste één jaar open voor de leerlingen in groep 3 tot en met 8. Vanaf het moment dat leerlingen het A-diploma hebben gehaald krijgen ze niet meer de gelegenheid om in het volgend schooljaar deel te nemen.
  • - De voorziening voor leerlingen van het speciaal onderwijs bestaat uit 36 lessen per jaar van 45 minuten, waarbij de volgende onderverdeling is gemaakt in drie categorieën scholen:
    • - Categorie 1: pedologische instituten, scholen voor langdurig zieke kinderen en scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen. Jaarlijks staat deelname open voor maximaal 70% van het aantal kinderen in de groepen 3 tot en met 8 (teldatum 1 oktober t-1).
    • - Categorie 2: scholen voor dove en slechthorende kinderen, scholen voor kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, scholen voor visueel gehandicapte kinderen en scholen voor geïntegreerd speciaal onderwijs. Jaarlijks staat deelname open voor maximaal 50% van het aantal kinderen in de groepen 3 tot en met 8 (teldatum 1 oktober t-1).
    • - Categorie 3: scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Deelname staat tenminste één jaar open voor de leerlingen in de groepen 3 tot en met 8. Vanaf het moment dat leerlingen het A-diploma hebben gehaald krijgen ze niet meer de gelegenheid om in het volgend schooljaar deel te nemen.
  • - Het vervoer van school naar het zwembad en terug voor zover de school op meer dan 1 kilometer afstand hemelsbreed is gelegen van het zwembad.

Artikel 3.4 De aanvraag

In afwijking van artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 kan een schoolbestuur ten behoeve van één of meerdere onder zijn gezag vallende scholen per schooljaar een aanvraag voor schoolzwemmen indienen binnen de genoemde termijn op het daartoe voorgeschreven specifieke inschrijfformulier. Het schoolbestuur machtigt hiertoe de schooldirecteur.

Artikel 3.5 Verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 van de VloA 2019, zijn aan de voorziening de volgende verplichtingen verbonden:

  • - De school beschikt over een ondertekend protocol schoolzwemmen en de begeleidende groepsleerkrachten zijn op de hoogte van de inhoud van het protocol.
  • - De school draagt er zorg voor dat de begeleidende groepsleerkrachten aanwezig zijn bij de informatiebijeenkomst voorafgaand aan de start van het schoolzwemmen.
  • - Het schoolbestuur draagt ervoor zorg voor dat de school optimaal gebruik maakt van de voorziening. Bij meer dan twee lessen verzuim door een groep zonder een naar het oordeel van het college geldige reden, is het schoolbestuur verplicht de kosten van een verzuimde les aan het college te vergoeden.
  • - De school werkt mee aan de inventarisatie van het zwemdiplomabezit in de groepen 3 tot en met 8.

Hoofdstuk 4 Voorziening Schooltuinprogramma en Natuur- & milieueducatie

Artikel 4.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • - Natuur- & Milieueducatiegids (NMEgids) een digitale gids voor het vinden en reserveren van NME activiteiten en lesmaterialen;
  • - school: school voor basisonderwijs.

Artikel 4.2 Doel van de Voorziening

Het doel van deze voorziening is dat iedere leerling van een school voor basisonderwijs

praktische kennis en ervaring opdoet met tuinieren en ecologie ter stimulering van een

gezonde levensstijl en een duurzame en evenwichtige relatie met de natuurlijke omgeving.

Artikel 4.3 Voorziening

De voorziening bestaat uit de volgende verstrekkingen in natura:

  • - Het schooltuinprogramma wordt uitgevoerd in een kalenderjaar en vangt aan halverwege groep 6 van een basisschool of een qua niveau vergelijkbare groep van een school voor speciaal basisonderwijs, of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs;
  • - Het programma bestaat uit de volgende onderdelen:
    • - ter inleiding vanaf januari drie natuurlessen in het leslokaal op een schooltuin;
    • - van april tot en met oktober wekelijkse praktijklessen, inhoudende het planten, verzorgen en oogsten van verschillende gewassen variërend van groenten, bloemen en kruiden op een eigen tuintje en verwerken van deze gewassen;
    • - ter afronding in het najaar twee natuurlessen in het leslokaal op een schooltuin;
  • - Touringcarvervoer of een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer naar of van de schooltuin, indien de deelnemende school op meer dan 1,4 km hemelsbreed van de schooltuin ligt;
  • - Gebruik van de digitale Amsterdamse NME-Gids;
  • - Tenminste één educatieve activiteit uit het programma Natuurlessen & Boerderijeducatie (exclusief vervoer) per groep in leerjaar 1,2,3,4,5 en 8 van een basisschool of een qua niveau hiermee vergelijkbare groep van een school voor speciaal basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of een kopklas.

Artikel 4.4 Tijdvakken waarvoor de activiteiten worden verstrekt

  • - In afwijking van artikel 8 van de VloA 2019 wordt het schooltuinprogramma per kalenderjaar beschikbaar gesteld.
  • - De digitale NME-Gids en deelname aan activiteiten uit het programma Buitenlessen & Boerderijeducatie worden per schooljaar beschikbaar gesteld.

Artikel 4.5 Aanvraag en groepsgrootte

  • - In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 kan een schooldirecteur, contactpersoon of leerkracht via: www.nmegids.nl/amsterdam aanmelden:
    • - tot 30 september één of meerdere groepen als bedoeld in artikel 4.3 onder a. van zijn school voor het schooltuinprogramma voor het daaropvolgende kalenderjaar;
    • - vanaf 1 mei en uiterlijk tot de roosters vol zijn, een of meerdere groepen als bedoeld in artikel 4.3onder e. van zijn school voor educatieve activiteiten uit het programma Buitenlessen & Boerderijeducatie voor het daaropvolgende of lopende schooljaar.
  • - De maximale groepsgrootte is 32 leerlingen, boven dat aantal wordt een groep gesplitst.

Artikel 4.6 Verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 van de VloA 2019 zijn aan de voorziening de volgende verplichtingen verbonden:

  • - Na afloop van de lessenserie als bedoeld in artikel 4.3 onder a. en e. vullen groepsleerkrachten het evaluatieformulier in;
  • - De groepsleerkracht is aanwezig in de groep tijdens de lessen en draagt zorg voor voldoende (ouder)begeleiding;
  • - De groepsleerkracht blijft tijdens de lessen en het vervoer van en naar de les, verantwoordelijk voor de leerlingen;
  • - Het afzeggen van een les dient ten minste 2 weken van tevoren doorgegeven te worden aan de contactpersoon van de schooltuin wanneer dit het schooltuinprogramma betreft, en voor het overige door het maken van een annulering via de digitale NME-Gids.
  • - Het schoolbestuur draagt ervoor zorg voor dat de school optimaal gebruik maakt van de aangevraagde lessen. Bij meer dan 2 lessen verzuim door een groep zonder een naar het oordeel van het college geldige reden, is het schoolbestuur verplicht de kosten van een verzuimde les aan het college te vergoeden.

Hoofdstuk 5 Voorziening verkeerseducatie

Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • - praktische verkeersexamens: een examen dat de fietsvaardigheid van leerlingen toetst;
  • - school: hoofd- of nevenvestiging van een school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs gelegen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam;
  • - theoretisch verkeersexamen: een examen dat toetst of leerlingen voldoende hebben opgestoken van de verkeerslessen die in de verschillende groepen zijn aangeboden.

Artikel 5.2 Doel van de Voorziening

Het doel van deze voorziening is een actief verkeersbewustzijn te ontwikkelen bij leerlingen van 4 tot 18 jaar van Amsterdamse scholen, waardoor de leerlingen zich in het verkeer veiliger gaan gedragen.

Artikel 5.3 Voorziening

  • - De voorziening voor zover bestemd voor de groepen 1 t/m 8 van een school voor basisonderwijs bestaat uit de volgende verstrekkingen:
    • - Verschillende verkeerseducatieve programma’s waaruit een school een (gecombineerde) keuze kan maken;
    • - theoretische verkeersexamen;
    • - praktische verkeersexamens;
    • - opleiding tot verkeersouder.
  • - De voorziening voor zover bestemd voor de leeftijdsgroep 12 t/m 18 jaar bestaat uit een aantal verkeerseducatieve programma’s, waaruit een school voor voortgezet onderwijs jaarlijks een module kan kiezen.
  • - De verkeerseducatieve programma’s kunnen van jaar tot jaar verschillen en zijn in sommige gevallen beperkt beschikbaar. Actuele informatie hierover kunnen aanvragers vinden op de website van de aanbieder.

Artikel 5.4 De aanvraag

In afwijking van artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 kan een schoolbestuur ten behoeve van één of meerdere onder zijn gezag vallende scholen gedurende een schooljaar op verschillende momenten één of meerdere van de verstrekkingen genoemd in artikel 5.3 aanvragen op de website van de aanbieder.

Artikel 5.5 Verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 van de VloA 2019, is aan de voorziening de verplichting verbonden dat het schoolbestuur de directeur van een school aanwijst als contactpersoon voor de uitvoerder van de gemeente in verband met de uitvoering van de verstrekkingen zoals genoemd in artikel 5.3.

Hoofdstuk 6 Voorziening Taal en Ouderbetrokkenheid (TOB)

Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • - drempel: percentage van 30 % van het totaal aantal leerlingen van een school voor basisonderwijs dat behoort tot de categorie doelgroepleerlingen, waaronder een school niet in aanmerking komt voor deze voorziening.

Artikel 6.2 Doel van de voorziening

Het doel van deze voorziening is het verbeteren van de taalvaardigheid van ouders van leerlingen van een school voor basisonderwijs, zodat zij beter in staat zijn hun kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling.

Artikel 6.3 Voorziening

  • - De voorziening bestaat uit een cursus van twee dagdelen per week gedurende tweeëntwintig weken voor een groep van minimaal 8 en maximaal 20 ouders, waarin ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap centraal staan en waarbij taal het middel is.
  • - De inhoud van de cursus wordt in overleg met de schooldirectie vastgesteld en is mede afhankelijk van de leervraag van de ouders.

Artikel 6.4 Maximaal aantal beschikbare cursussen en verdeelsystematiek

  • - Per schooljaar zijn er 82 cursussen beschikbaar.
  • - Indien het aantal beschikbare cursussen ontoereikend is om alle aanvragen die daarvoor in aanmerking komen te honoreren, worden deze aanvragen afgehandeld in volgorde van het percentage doelgroepleerlingen op een school van hoog naar laag.

Artikel 6.5 De aanvrager

Deze voorziening kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur van een school voor basisonderwijs die een percentage doelgroepleerlingen heeft dat gelijk is aan of groter is dan de drempel.

Artikel 6.6 De aanvraag

In aanvulling op artikel 6, eerste lid, van de VloA 2019 kan een schoolbestuur ten behoeve van één of meerdere onder zijn gezag vallende scholen per schooljaar een aanvraag voor deze voorziening indienen middels het daartoe voorgeschreven specifieke aanvraagformulier in het portaal onderwijssubsidies. Het schoolbestuur machtigt hiertoe de schooldirecteur.

Artikel 6.7 Verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 van de VloA 2019, zijn aan de voorziening de volgende verplichtingen verbonden:

  • - het schoolbestuur wijst de directeur van een school aan als contactpersoon voor de door de gemeente gecontracteerde taalaanbieder;
  • - de directeur is mede verantwoordelijk voor het vaststellen van de inhoud van cursus;
  • - de directeur is verantwoordelijk voor het verzorgen van een geschikte ruimte op de school waar de cursus gegeven kan worden;
  • - de directeur draagt in samenwerking met de taalaanbieder zorg voor de werving van ouders voor de voorziening.

Artikel 6.8 Weigeringsgrond

In aanvulling op artikel 7, eerste lid, van de VloA 2019 weigert het college de voorziening te verstrekken indien:

  • - het schoolbestuur meer dan één cursus aanvraagt ten behoeve van dezelfde school;
  • - door verstrekking van de voorziening het aantal beschikbare cursussen zou worden overschreden.

Hoofdstuk 7 Voorziening training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid

Artikel 7.1. Begripsomschrijving

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - externe aanbieders: door de gemeente gecontracteerde aanbieders van trainingen met bewezen kennis en ervaring met veiligheidsproblematiek op scholen;
  • - groepstraining: training voor 10-15 leden van een schoolteam over schoolveiligheidsproblematiek bestaande uit 1 tot maximaal 3 trainingsmodules;
  • - onderwijsprofessionals: leraren, onderwijs ondersteunend personeel en management werkzaam op een school;
  • - school: hoofdvestiging of nevenvestiging van een school op het grondgebied van Amsterdam;
  • - schoolteam: alle onderwijsprofessionals werkzaam op een school;
  • - schoolveiligheidsproblematiek: grensoverschrijdend gedrag van leerlingen in en om de school met effect op de sociale en fysieke veiligheid(sbeleving) van leerlingen en personeel van de school;
  • - trainingsmodule: afzonderlijk onderdeel van de training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid, met als thema’ de leefwereld van jongeren, groepsdynamica of het duiden van individueel problematisch gedrag;
  • - veiligheidsbeleid: de manier waarop sociale en fysieke veiligheid in school geregeld wordt;
  • - veiligheidscoördinator: medewerker van de school die aanspreekpunt en verantwoordelijke is voor uitvoering van het veiligheidsbeleid van school of taken heeft op dit gebied.

Artikel 7.2 Doel van de voorziening

Het doel van deze voorziening is het versterken van de aanpak en preventie van schoolveiligheidsproblematiek op Amsterdamse scholen door de deskundigheid van hun schoolteams in omgaan met schoolveiligheidsproblematiek te vergroten. Zo kunnen zij veiligheidsproblematiek bij leerlingen vroegtijdig signaleren, eenduidig kunnen begrenzen en de-escaleren.

Artikel 7.3 Voorziening

  • - Scholen kunnen aanspraak maken op één of meerdere groepstrainingen gericht op ontwikkeling van kennis en vaardigheden in omgaan met schoolveiligheidsproblematiek.
  • - Voor scholen voor basisonderwijs en voor voortgezet onderwijs geldt dat het maximaal aantal groepstrainingen, waarvoor een school in aanmerking komt, wordt berekend op basis van het aantal leerlingen volgens de meest recent beschikbare oktobertelling van DUO. Per 15 leerlingen kan één onderwijsprofessional deelnemen aan de groepstraining, tenzij een schooldirecteur aan kan tonen dat op zijn school sprake is van de inzet van een naar verhouding hoger aantal onderwijsprofessionals.
  • - Voor scholen voor speciaal onderwijs en voor voortgezet speciaal onderwijs geldt dat zij ongeacht het aantal leerlingen in aanmerking komen voor maximaal twee groepstrainingen.
  • - In overleg met de schooldirectie en de veiligheidscoördinator kiest het schoolteam op basis van de school-specifieke veiligheidsproblematiek maximaal 3 trainingsmodules waaruit elke groepstraining zal bestaan. Daarbij kan een keuze gemaakt worden uit trainingsmodules met de volgende thema’s:
    • - Thema 1: Leefwereld van jongeren;
    • - Thema 2: Groepsdynamica;
    • - Thema 3: Duiden van individueel problematisch gedrag.
  • - Afhankelijk van het aanbod van de externe aanbieder bestaat een trainingsmodule uit twee bijeenkomsten van bij elkaar opgeteld maximaal 5 uur, waarbij de school een keuze kan maken uit de volgende trainingsvormen:
    • - een basistraining met een daaraan gekoppelde vervolgtraining;
    • - een basistraining waarbij gewerkt wordt met een acteur of ervaringsdeskundige met een daaraan gekoppelde vervolgtraining;
    • - een training waarin naast de basis ook de inhoudelijke verdieping van specifieke problematiek behandeld wordt met een daaraan gekoppelde vervolgtraining.
  • - De school en de externe aanbieder stemmen de trainingsmodule inhoudelijk en organisatorisch (tijd, locatie, benodigdheden) af.

Artikel 7.4 Beschikbaar budget en verdeelsystematiek

  • - De voorziening kent een looptijd van 1 januari 2024 tot 1 januari 2028.
  • - Het college stelt per kalenderjaar één budget vast voor de financiering van de trainingsmodules als bedoeld in artikel 7.3 .
  • - Het college verstrekt per kalenderjaar maximaal het aantal trainingsmodules als waarvoor een budget als bedoeld in het tweede lid beschikbaar is.
  • - De aanvragen voor de trainingen voor een budget als bedoeld in het tweede lid worden afgehandeld in volgorde van binnenkomst van de complete aanvraag.

Artikel 7.5 Aanvrager, aanvraag en aanvraagtermijn

  • - Deze voorziening kan uitsluitend worden aangevraagd door een door het schoolbestuur daartoe gemachtigde schooldirecteur via de Webapplicatie Onderwijssubsidies, dan wel op een andere door het college voorgeschreven wijze.
  • - De aanvraag voor de groepstraining(en) wordt per schoolteam in één keer ingediend, tenzij een aanvraag op grond van artikel 7.6, tweede lid deels is afgewezen.
  • - In afwijking van artikel 6, eerste lid van de VloA 2019 kan een aanvraag ingediend worden vanaf 1 januari 2024 en vervolgens gedurende enig moment tijdens de looptijd van deze voorziening tot 1 oktober 2027.

Artikel 7.6 Weigeringsgronden

  • - In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 weigert het college een aanvraag voor één of meerdere groepstrainingen als bedoeld in artikel 7.3 ten behoeve van een school, als het schoolbestuur al eerder een door hem aangevraagde voorziening als bedoeld in artikel 7.3 voor de school volledig verstrekt heeft gekregen.
  • - In aanvulling op artikel 7, tweede lid van de VloA 2019 weigert het college een aanvraag voor één of meerdere trainingsmodules als bedoeld in artikel 7.3 ten behoeve van een school, als door de verstrekking van de gevraagde trainingsmodule(s) het beschikbare budget als bedoeld in artikel 7.4, tweede lid als bedoeld onder a. of b. van deze voorziening in een kalenderjaar wordt overschreden.

Artikel 7.8 Verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 van de VloA 2019 zijn aan de voorziening de volgende verplichtingen verbonden:

  • - de directeur of de veiligheidscoördinator van een school treedt op als contactpersoon voor de externe aanbieder die de training als bedoeld in artikel 7.3 van deze voorziening gaat uitvoeren;
  • - de directeur van de school en de externe aanbieder komen een nadere schriftelijke opdrachtbevestiging overeen. Deze nadere opdrachtbevestiging bevat in ieder geval informatie over welke trainingsmodules worden afgenomen, de datum/data van uitvoering van de trainingsmodules en het aantal deelnemende onderwijsprofessionals;
  • - de directeur van de school draagt ervoor zorg dat de school optimaal gebruik maakt van de aangevraagde trainingsmodules;
  • - annulering van deelname of het verzetten van de training dient door de directeur van de school per e-mail minimaal drie werkdagen van tevoren bij de externe aanbieder te zijn aangekondigd. Bij verzuim door een trainingsgroep zonder een naar het oordeel van het college geldige reden, is het schoolbestuur verplicht de kosten van de verzuimde trainingsmodule aan het college te vergoeden;
  • - de directeur van de school zorgt voor een geschikte ruimte voor de training en bepaalt in afstemming met de externe aanbieder wie zorgdraagt voor de benodigde materialen en/of middelen (bijvoorbeeld een internetverbinding, beamer, audio, laptop, whiteboard of flipover).

Hoofdstuk 8 Voorziening Jongerenwerk in scholen

Artikel 8.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • - JiS: Jongerenwerk in Scholen, waarvan de inzet is gericht op het verbinden van de verschillende leefwerelden van leerlingen (thuis, school, straat en online) en het vroegtijdig signaleren van de ondersteuningsbehoeften van leerlingen op gebied van zorg en veiligheid;
  • - OKT: Ouder- en Kindteam Amsterdam dat laagdrempelige jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg biedt voor kinderen, jongeren en ouders. Elk team bestaat uit ouder- en kindadviseurs, jeugdartsen, jeugdpsychologen en jeugdverpleegkundigen;
  • - school: school voor voortgezet onderwijs;
  • - SWV VO: Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Amsterdam-Diemen.

Artikel 8.2 Doel van de voorziening

Het doel van deze voorziening is om door middel van de inzet van JiS de veerkracht van leerlingen die een steuntje in de rug nodig hebben, te versterken. Door het verbinden van de verschillende leefwerelden van jongeren (thuis, school, straat en online), signaleren jongerenwerkers de ondersteuningsbehoeften van jongeren op gebied van zorg en veiligheid vroegtijdig, en kunnen ze problemen klein houden.

Artikel 8.3 Voorziening in natura

  • - Het college kan aan een school voor voortgezet onderwijs een voorziening verlenen voor de inzet van JiS voor haar leerlingen voor de periode 1 januari 2025 tot 1 augustus 2027.
  • - Het aantal doelgroepleerlingen dat op een school is ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar twee jaar voorafgaand aan het tijdvak zoals genoemd in het eerste lid is daarbij bepalend voor het aantal fte jongerenwerkers dat ingezet wordt op de school:
    Doelgroepleerlingen per schoolMaximaal aantal fte jongerenwerkers
    Kleiner of gelijk aan 4000,6 fte
    Meer dan 4001,2 fte

Artikel 8.4 Beschikbaar aantal fte jongerenwerkers en verdeelsystematiek

  • - Voor de periode 1 januari 2025 tot 1 augustus 2027 is in totaal 56 fte jongerenwerkers beschikbaar voor inzet op de scholen.
  • - Indien het aantal aanvragen dat niet geweigerd wordt op grond van artikel 8.7 het beschikbaar aantal fte jongerenwerkers overschrijdt, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst op basis van de volgende criteria en de bijbehorende punten:
    • - percentage doelgroepleerlingen op een school (maximaal 150 punten), waarbij de volgende onderverdeling geldt:
      • - i. 0-20 % doelgroepleerlingen = 30 punten;
      • - 21-40 % doelgroepleerlingen = 60 punten;
      • - 41-60 % doelgroepleerlingen = 90 punten;
      • - 61- 80 % doelgroepleerlingen = 120 punten;
      • - 81 -100 % doelgroepleerlingen = 150 punten;
    • - de mate waarin er sprake is van aanwezigheid van veiligheidsrisico’s rond een school (maximaal 50 punten), waarbij de volgende verdeling geldt:
      • - Score 0-20 = 10 punten;
      • - Score 20 -40 = 20 punten;
      • - Score 40-60 = 30 punten;
      • - Score 60 – 80 = 40 punten;
      • - Score 80 -100 = 50 punten;
    • - de mate waarin er sprake is van aanwezigheid van kwetsbare jeugd tot 18 jaar in het stadsdeel waar een school gevestigd is (maximaal 50 punten, waarbij de volgende verdeling geldt:
      • - 0 - 4% kwetsbare jeugd = 10 punten;
      • - 5 - 9 % kwetsbare jeugd = 20 punten;
      • - 10 – 14 % kwetsbare jeugd = 30 punten;
      • - 15 - 19% kwetsbare jeugd = 40 punten;
      • - meer dan 20 % kwetsbare jeugd = 50 punten.
    • - de mate waarin er sprake is van aan de leerlingen gerelateerde opgaven op het gebied van zorg & welzijn, veiligheid in en om school, en de thuissituatie, waarmee de school wordt geconfronteerd (maximaal 100 punten);
    • - de wijze waarop de school JiS inzet en/of wil inzetten in de aanpak van deze opgaven (maximaal 100 punten).
  • - Het college laat zich over de rangorde adviseren door een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van het SWV VO, jongerenwerkorganisaties in de stad, het Operationeel Team Schoolveiligheid en een ambtenaar Jeugd & Veiligheid met specialisatie schoolveiligheid.
  • - De commissie betrekt bij de beoordeling van de aanvragen voor wat betreft het criterium als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d. tevens de bij de stedelijke werkgroep JiS van Samen voor Jongeren Amsterdam, de teams Sociale Basis en de projectleiders Jeugd & Veiligheid van de stadsdelen, en de Ouder- en Kind Teams ingewonnen schriftelijke informatie hierover.
  • - De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst tot dat het maximaal aantal inzetbare fte jongerenwerkers is bereikt.
  • - Indien gedurende de looptijd van deze voorziening een school geen gebruik meer maakt van JiS, komt de hoogst op de prioriteitenlijst geplaatste niet gehonoreerde aanvraag alsnog voor de voorziening voor de dan resterende tijd in aanmerking. Het voorafgaande geldt alleen als naar het oordeel van het college met de inzet van JiS op dat moment nog aan het doel van de voorziening kan worden voldaan.

Artikel 8.5 Aanvrager en Aanvraagtermijn

  • - Deze voorziening kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur voor een vestiging van een school, waarvoor hij is aangesloten bij het SWV-VO Amsterdam-Diemen.
  • - Een aanvraag voor de voorziening moet in afwijking van artikel 6 van de VloA 2019 worden ingediend voor 12 april 2024.

Artikel 8.6 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

  • - In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag de volgende informatie verstrekt:
    • - een beschrijving van aan leerlingen gerelateerde maatschappelijke opgaven op het gebied van zorg & welzijn, veiligheid in en om school en de thuissituatie waarmee de school wordt geconfronteerd en de zwaarte van deze problematiek;
    • - een beschrijving van de wijze waarop de school deze uitdagingen wil aanpakken met de inzet van JiS, waarbij in gegaan wordt op:
      • - hoe JiS aansluit bij pedagogische visie van de school;
      • - hoe de voor het succesvol inzetten van JiS vereiste samenwerking tussen het schoolteam en JiS vorm gegeven wordt;
    • - welke functionaris het vaste aanspreekpunt voor JiS wordt binnen de school;
    • - of de school een aparte ruimte beschikbaar heeft voor het JiS of dat een ruimte gedeeld moet worden met andere functionarissen.
  • - Bij een aanvraag voor een school die voorafgaand aan de aanvraag al gebruik maakt van JiS, wordt in plaats van de in het eerste lid, onderdelen a. en b. gevraagde informatie de volgende informatie verstrekt:
    • - een beschrijving van de uitdagingen als bedoeld in het eerste lid onder a. waarvoor de school stond voordat JiS werd ingezet en de huidige stand van zaken;
    • - een beschrijving van de wijze waarop de school het jongerenwerk heeft ingezet om deze opgaven aan te pakken, met welk resultaat en mogelijke verbeterpunten;
    • - een beschrijving op welke wijze de school jongerenwerk wil inzetten voor de periode waarop de aanvraag ziet, waarbij ingaan wordt op:
      • - hoe JiS aansluit bij pedagogische visie van de school;
      • - hoe de voor het succesvol inzetten van JiS vereiste samenwerking tussen het schoolteam en JiS vorm gegeven wordt.

Artikel 8.7 Weigeringsgronden

  • - Het college weigert een aanvraag als:
    • - De aanvrager voor de vestiging van de school waarvoor hij de aanvraag indient niet is aangesloten bij het SWV VO Amsterdam-Diemen;
    • - door het honoreren van de aanvraag het aantal beschikbare fte’s JiS wordt overschreden.
  • - Het college kan een aanvraag weigeren als:
    • - de school geen vast aanspreekpunt aanwijst voor JiS;
    • - een school nog in de oprichtingsfase verkeert en de voor hem geldende stichtingsnorm nog niet heeft behaald;
    • - het leerlingenaantal van een school al meer dan twee jaar onder de voor hem geldende opheffingsnorm ligt.

Artikel 8.8 Verplichtingen

Aan de inzet van JIS zijn de volgende verplichtingen verbonden:

  • - de school dient nadat de aanvraag voor de voorziening JiS door het college is gehonoreerd gezamenlijk met de jongerenwerkorganisatie die het reguliere jongerenwerk uitvoert in het stadsdeel waarin de school gevestigd is, een aanvraag voor subsidie voor de uitvoering van JIS in conform de daarvoor geldende regels;
  • - de school stelt per 0,6 fte jongerenwerker een budget van minimaal € 1800 beschikbaar voor activiteiten die de jongerenwerker in het kader van JiS voor de leerlingen van de school uitvoert.
  • - de school draagt gezamenlijk met de jongerenwerkorganisatie zorg voor de inhoudelijke (tussentijdse) verantwoording van de subsidie die door het college aan JIS is verstrekt.

Hoofdstuk 9 Voorziening High Dosage Tutoring

Artikel 9.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • - HDT: High Dosage Tutoring, een evidence based, intensieve onderwijsinterventie in het basisonderwijs waarbij ingezet wordt op het verhogen van het rekenniveau en het sociaal-emotioneel welbevinden van kinderen met een grote leerachterstand;
  • - HDT-groep: tien leerlingen van groep 7 die door de school zijn geselecteerd om deel te nemen aan HDT en die afkomstig kunnen zijn uit een samengestelde groep 7/8, een specifieke groep 7 of uit verschillende groepen 7;
  • - M6 toets: de methode-onafhankelijke toets van Cito die bij leerlingen van groep 6 in januari wordt afgenomen en waarbij de resultaten van de leerlingen worden uitgedrukt in de volgende niveaus:
    • - niveau I: 20 % hoogst scorende leerlingen op het gebied van rekenen;
    • - niveau II: 20 % boven het landelijk gemiddelde op het gebied van rekenen;
    • - niveau III: 20 % landelijk gemiddelde op het gebied van rekenen;
    • - niveau IV: 20 % onder het landelijk gemiddelde op het gebied van rekenen;
    • - niveau V: 20 % laagst scorende leerlingen op het gebied van rekenen;
  • - school: een basisschool gelegen in stadsdeel Zuidoost;
  • - TBLI: The Bridge Learning Interventions die HDT op de school uitvoert;
  • - voorziening: voorziening die bestaat uit verstrekkingen in natura.

Artikel 9.2 Doel van de voorziening

Het doel van de voorziening is om basisscholen in het stadsdeel Zuidoost te ondersteunen door met de inzet van HDT de leerachterstanden van hun leerlingen ten opzichte van de leerlingen in de rest van de stad te verminderen, waardoor zij op een hoger niveau voortgezet onderwijs kunnen instromen.

Artikel 9.3 Voorziening in natura

De voorziening in natura bestaat uit de inzet van HDT voor maximaal twee HDT-groepen op een school voor een periode van 12 maanden.

Artikel 9.4 Beschikbaar aantal groepen, start groepen en verdeelsystematiek

  • - De voorziening HDT is beschikbaar in drie afzonderlijke perioden:
    • - 1 september 2024 tot 1 januari 2026, voor maximaal 18 HDT-groepen, waarbij de HDT start op 1 september 2024 of op 1 januari 2025;
    • - 1 september 2025 tot 1 januari 2027, voor maximaal 23 HDT-groepen HDT beschikbaar is, waarbij HDT start op 1 september 2025 0f 1 januari 2026;
    • - 1 september 2026 tot 1 augustus 2027 voor maximaal 23 HDT-groepen, waarbij HDT start op 1 september 2026.
  • - Indien het aantal aanvragen dat niet geweigerd wordt op grond van artikel 9.7 het beschikbare aantal HDT-groepen overschrijdt, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst op basis van het percentage doelgroepleerlingen dat op de scholen stond ingeschreven twee jaar voorafgaand aan het (lopende) schooljaar waarop de aanvraag ziet van hoog naar laag.
  • - De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst totdat het maximaal aantal beschikbare HDT-groepen is bereikt.
  • - Indien gedurende de looptijd van deze voorziening een school geen gebruik meer wenst te maken van HDT, komt de hoogst op de prioriteitenlijst geplaatste niet gehonoreerde aanvraag in aanmerking, mits de inzet van HDT naar het oordeel van het college plaats vindt op een moment dat leerlingen nog baat kunnen hebben bij deze methode.

Artikel 9.5 De aanvrager

Voorziening kan uitsluitend worden aangevraagd door een schoolbestuur voor een onder zijn gezag vallende school die gevestigd is in het stadsdeel Zuidoost. De directeur van de school of zijn plaatsvervanger ondertekent het aanvraagformulier mede voor akkoord.

Artikel 9.6 Aanvraagtermijn

  • - Een aanvraag voor de voorziening in de periode 1 september 2024 tot 1 januari 2026 moet in afwijking van artikel 6 van de VloA 2019 worden ingediend voor 16 juli 2024.
  • - Een aanvraag voor de voorziening in de periode 1 september 2025 tot 1 januari 2027 moet in afwijking van artikel 6 van de VloA 2019 worden ingediend voor 5 april 2025.

Artikel 9.7 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag:

  • - aangegeven hoeveel van het totaal aantal leerlingen van de groepen 6 van de school zich op basis van de M6 toets bevinden op niveau IV en V;
  • - per aangevraagde HDT-groep, een selectie gemaakt van tien leerlingen, waarbij kort gemotiveerd wordt waarom deze leerlingen baat hebben bij de inzet van HDT en per leerling op basis van de M6 toets wordt vermeld op welk rekenniveau hij zich bevindt.

Artikel 9.8 Weigeringsgronden

Het college weigert de voorziening als:

  • - de aanvraag is ingediend voor een school die gevestigd is buiten het stadsdeel Zuidoost;
  • - voor een HDT-groep :
    • - minder dan 10 leerlingen zijn geselecteerd;
    • - minder dan 6 leerlingen geselecteerd zijn die op basis van de M6 toets zich bevinden op niveau IV en/of V;
    • - een of meer leerlingen geselecteerd zijn die zich bevinden op niveau I of II.

Artikel 9.9 Aanvullende verplichtingen

  • - Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 van de VloA 2019 zijn aan de voorziening de volgende verplichtingen verbonden:
    • - de directeur of daartoe aangewezen medewerker van een school treedt op als contactpersoon voor TBLI;
    • - de directeur van de school en TBLI sluiten een samenwerkingsovereenkomst, waarin zij in ieder geval overeenkomen hoe HDT aansluit op het reguliere rekenonderwijs op de school, op welke uren HDT op de school wordt ingezet en welke faciliteiten aan de medewerker van TBLI beschikbaar worden gesteld, waaronder in ieder geval een geschikte afsluitbare ruimte voor zeven volwassenen en tien leerlingen;
    • - de school doet aan het einde van groep 8 aan het college verslag over op welk niveau de leerlingen die hebben deelgenomen aan HDT uitstromen naar het voortgezet onderwijs en hoe dit zich verhoudt tot het M6 niveau van de leerlingen voorafgaand aan de inzet van HDT.
  • - Indien het verstrekken van de informatie bedoeld in het eerste lid onder c., onderdeel vormt van een onderzoek dat namens het college wordt uitgevoerd, vervalt deze verplichting.

Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019

TOELICHTING

Bijlage 1: Voorzieningen in natura

De voorzieningen in natura schoolzwemmen, schooltuinprogramma en natuur- & milieueducatie en verkeerseducatie worden al decennia door de gemeente aangeboden voor Amsterdamse kinderen in de basisschoolleeftijd. De andere voorzieningen cultuureducatie, taal en ouder betrokkenheid, training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid, en Jongerenwerk in Scholen zijn hier later op verschillende momenten aan toegevoegd. Ze zijn allen van belang voor het opgroeien in de stad waar het gaat om een actief verkeersbewustzijn, zwemvaardigheid, praktijkkennis van wat groeit en bloeit, een stimulans voor een gezonde levensstijl, kennismaking met cultuur, veiligheid en kansengelijkheid.

Voor alle voorzieningen geldt een bijzondere aanvraagprocedure, zoals aangegeven in de voorzieningen zelf.

De voorziening cultuureducatie (Hoofdstuk 2), bestaat uit twee verstrekkingen. Op de eerste plaats de cultuurvouchers voor leerlingen van scholen voor het basisonderwijs, (v) so en de eerste twee leerjaren van zowel het VMBO als het praktijkonderwijs. De verstrekking vakdocent muziek richt zich op leerlingen vanaf groep 3 van het basisonderwijs en de leerlingen van de scholen voor (v)so, mits het schoolbestuur van de betrokken school het convenant Basispakket Cultuureducatie heeft ondertekend.

Met de inzet van de Voorziening schoolzwemmen (Hoofdstuk 3) wil de gemeente bereiken dat van alle kinderen in Amsterdam die de scholen voor het basisonderwijs verlaten tenminste 95% in het bezit is van een A-diploma. De voorziening staat tevens open voor leerlingen van bepaalde school voor speciaal onderwijs.

De Voorziening schooltuinprogramma en Natuur& Milieueducatie (Hoofdstuk 4) richt zich op leerlingen van scholen voor het basisonderwijs (inclusief de zogenoemde kopklassen) en het (voortgezet) speciaal onderwijs. De voorziening betreft op de eerste plaats het schooltuinprogramma en het daarmee samenhangende busvervoer. Verder komen via de Natuur & Milieueducatiegids (NME-gids) scholen tenminste een keer per schooljaar per groep in leerjaar 1,2,3,4,5 en 8 van een school voor basisonderwijs of een qua niveau hiermee vergelijkbare groep van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs in aanmerking voor een educatieve activiteit uit het programma Natuurlessen & Boerderijeducatie. Dit programma biedt buitenlessen en Boerderijeducatie. Een breed lesaanbod dat bijvoorbeeld ook kan gaan om duurzaamheid, afvalverwerking en voedseltransitie

Bij de Voorziening verkeerseducatie (Hoofdstuk 5) bestaat de doelgroep uit leerlingen van 4 tot 18 jaar van scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De website van de aanbieder voor verkeerseducatie is terug te vinden op de website van de gemeente Amsterdam.

De Voorziening Taal en Ouderbetrokkenheid (TOB) (Hoofdstuk 6) is met ingang van schooljaar 2021-2022 als voorziening in natura opgenomen in de VloA 2019. Onder regie van Werk, Participatie en Inkomen (WPI), afdeling volwasseneneducatie, werden de cursussen TOB al jaren uitgevoerd en draagt hier nog steeds zorg voor. TOB wordt op basisscholen aangeboden ten behoeve ouders die de Nederlandse taal onvoldoende spreken. In de voorziening is een drempel ingebouwd betreffende het minimale percentage doelgroepleerlingen op een school, waaronder de school niet in aanmerking komt voor TOB. Deze voorziening vormt een aanvulling op de Kansenaanpak PO (Bijlage 3 van de VloA 2019).

De Voorziening Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid 2024 (Hoofdstuk 7) richt zich op alle leden van het schoolteam (docenten, onderwijsondersteunend personeel en directie) van Amsterdamse scholen.

Het doel van deze voorziening is het versterken van de aanpak en preventie van schoolveiligheidsproblematiek, door leden van een schoolteam gezamenlijk te trainen in omgaan met en pedagogisch handelen bij ernstig grensoverschrijdend gedrag van jongeren in en om school. Door de deskundigheid van het schoolteam in omgaan met schoolveiligheidsproblematiek te vergroten, ondersteunt de Gemeente Amsterdam scholen bij het realiseren van een veilig schoolklimaat.

Het trainingsaanbod is onderverdeeld in drie thema’s: leefwereld van jongeren, duiden van individueel problematisch gedrag en groepsdynamica. De Gemeente Amsterdam selecteert het trainingsaanbod van externe aanbieders van trainingen, sluit raamovereenkomsten met hen af en publiceert dit in een catalogus op Externe link: https://www.amsterdam.nl/schoolveiligheid. Scholen kunnen hier zelf hun keuze maken voor de voor hen relevante schoolveiligheidsthema’s, de bij hen passende externe aanbieders en de (varianten van) trainingen.

In de door de gemeente met de externe aanbieder af te sluiten raamovereenkomst staat beschreven onder welke voorwaarden de externe aanbieder met de gemeente en de deelnemende school tot een opdrachtovereenkomst komen. Voor deze voorziening in natura is een maximaal budget per jaar vastgesteld, waaruit de gemeente de door externe aanbieders aan scholen verzorgde trainingsbijeenkomsten betaalt. Omdat de kosten van trainingsmodules per aanbieder en training(svariant) kunnen verschillen, is het niet op voorhand vast te stellen hoeveel trainingsmodules kunnen worden verstrekt. De Gemeente Amsterdam informeert de scholen en externe aanbieders wanneer het budget volledig besteed is in enig kalenderjaar gedurende de looptijd van deze regeling.

De Voorziening Jongerenwerk in Scholen (JiS) (Hoofdstuk 8) betreft uitsluitend de selectie van scholen voor voortgezet onderwijs om in aanmerking te komen voor de inzet van Jongerenwerk in de periode 1 januari 2025 tot 1 augustus 2027. Met een positieve beschikking kan een schoolbestuur voor de uitvoering van JiS een samenwerking aangaan met een jongerenwerkorganisatie die in het stadsdeel waar de school gevestigd is vanaf 1 januari 2025 het reguliere jongerenwerk uitvoert en hiervoor een subsidie ontvangt op grond van de Subsidieverordening Sociale Basis 2025. Voor de uitvoering van JiS kan de jongerenwerkorganisatie vervolgens een subsidieaanvraag indienen op basis van de Subsidieregeling Jongerenwerk in Scholen (JiS) die naar verwachting medio 2024 zal worden vastgesteld door het college. Het budget dat beschikbaar is voor de uitvoering van deze subsidieregeling bestaat uit een bijdrage van zowel de gemeente als van de SWV VO. Daarnaast dient de school zelf een budget beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van activiteiten door JiS voor de leerlingen op de school. Het gaat hierbij om activiteiten die met name gericht zijn op talentontwikkeling, voorlichting en sport en spel. Met dit soort activiteiten kan het JiS onder meer leerlingen interesseren voor naschoolse activiteiten en toeleiden naar het reguliere jongerenwerk in de stadsdelen.

Het betreft een voortzetting van het sinds 2020 uitgevoerde project JiS. Tot nu verliep de selectie van de scholen via het SWV VO op basis van beoordelingscriteria die het SWV VO gezamenlijk met het college had vastgesteld. Onder de scholen is de animo groot voor JiS. Het budget is helaas onvoldoende om alle aanvragen te honoreren. Vanaf 1 januari 2025 willen de gemeente en het SWV VO dat JiS ingezet wordt op die scholen waar de bijdrage van het jongerenwerk voor leerlingen het hardst nodig is. Hierdoor wordt het aantal scholen dat in aanmerking komt kleiner en wijzigen de criteria op basis waarvan de scholen worden gerangschikt. Het SWV VO en de gemeente hebben daarom gezamenlijk besloten dat de selectie van de scholen voortaan via de VloA 2019 verloopt, omdat tegen de besluiten van het college hierover in tegenstelling tot de SWV VO, rechtsmiddelen open staan. Hiermee is de rechtsbescherming van de schoolbesturen gegarandeerd.

Het aantal scholen dat in aanmerking komt voor deze voorziening is afhankelijk van het aantal fte jongerenwerkers dat in totaal beschikbaar is gedurende de looptijd van de voorziening. De voorziening JiS is in nauwe samenwerking tussen SWV VO en de gemeente tot stand gekomen. De SWV VO neemt tevens deel aan de commissie die het college hierover adviseert (artikel 8.4, derde lid). Daarnaast hebben vertegenwoordigers van het jongerenwerk in de stad, het Operationeel Team Schoolveiligheid en een ambtenaar Jeugd & Veiligheid met specialisatie schoolveiligheid zitting in deze commissie.

In artikel 8.4 zijn in het tweede lid de beoordelingscriteria opgenomen. De eerste drie criteria worden bepaald op basis van objectieve informatie, waarover de commissie geen inhoudelijk advies hoeft uit te brengen, maar die wel meetellen in het bepalen van de rangorde. Bij het eerste criterium gaat het daarbij om het percentage doelgroepleerlingen op een school. Het tweede criterium betreft de aanwezigheid van veiligheidsrisico’s rond een school. Deze risico’s worden vastgesteld op basis van de meest actuele cijfers vanuit dashboard Veiligheid in beeld van Onderzoek & Statistiek Amsterdam (O&S) .Het derde criterium ziet op het percentage kwetsbare jongeren van 0-23 dat woonachtig is in het stadsdeel waar de school gevestigd is. Ook deze cijfers zijn afkomstig van O&S. Over de andere criteria dient de commissie een inhoudelijk advies te geven. Het gaat daarbij om de opgaven die leerling gerelateerd zijn en waarmee de school wordt geconfronteerd (zie hierna) en de wijze waarop de school JiS wil inzetten of inzet in de aanpak van deze opgaven. In artikel 8.6 over de bij de aanvraag te verstrekken informatie worden scholen gevraagd om nader op deze onderwerpen in te gaan. De school dient bij de gewenste inzet van JiS ook in te gaan op de wijze waarop deze inzet aansluit bij de pedagogische visie van de school. Een van de werkzame elementen om JiS effectief in te zetten is een stabiele samenwerking tussen jongerenwerkers en het schoolteam. Bij de aanvraag dient de school te beschrijven op welke wijze zij hiervoor zal zorgdragen. Scholen die voorafgaand aan de aanvraag al van JiS gebruik maakten, dienen aan te geven hoe deze samenwerking al ingebed is binnen de school. Daarbij dient de school ook in te gaan op eventuele verbeterpunten.

Bij de aanvraag dient een beschrijving te worden gegeven van de maatschappelijke opgaven die met de leerlingen de school binnen komen. Bij opgaven op het gebied van zorg & welzijn van leerlingen kan worden gedacht aan problemen met de mentale gezondheid, veel externaliserend (bijvoorbeeld vechtpartijen) of juist internaliserend gedrag (bijvoorbeeld eenzaamheid of gepest worden). Bij veiligheid in en om de school kan het bijvoorbeeld gaan om ernstig grensoverschrijdend gedrag en straatcultuur. Bij opgaven voorvloeiend uit de thuissituatie van leerlingen kan gedacht worden aan beperkte ouderbetrokkenheid, armoede en daaruit voortvloeiend financiële zorgen. Niet alleen de scholen worden hierover bevraagd. Ook aan de stedelijke werkgroep JiS van Samen voor Jongeren Amsterdam, de teams Sociale Basis en de projectleiders Jeugd & Veiligheid van de stadsdelen, en de Ouder- en Kind Teams worden dezelfde vragen gesteld over de Amsterdamse scholen. Daarbij wordt hen gevraagd om onderbouwd aan te geven welke scholen volgens hen te kampen hebben met de grootste leerling gerelateerde opgaven. De commissie gebruikt op grond van artikel 8.4, vierde lid deze informatie bij de beoordeling van de aanvragen van de scholen. In artikel 8.5 is onder meer opgenomen dat de aanvraag voor deze voorziening uitsluitend kan worden ingediend door een schoolbestuur voor een vestiging van een school, waarvoor hij is aangesloten bij het SWV-VO Amsterdam-Diemen. Sinds maart 2022 is de gemeente Amsterdam gefuseerd met de gemeente Weesp. De scholen voor voortgezet onderwijs die in het stadsgebied Weesp zijn gevestigd zijn aangesloten bij QUINAS, het samenwerkingsverband passend onderwijs in de regio Gooi en Vechtstreek. Omdat JiS gezamenlijk gefinancierd wordt door de gemeente Amsterdam en de SWV VO Amsterdam-Diemen komen de scholen in Weesp niet in aanmerking voor deze voorziening. Dit is tevens opgenomen als weigeringsgrond artikel 8.7.

Verder gaat het bij de weigeringsgronden onder meer om het achterwege laten van een aanspreekpunt binnen de school. Uit onderzoek blijkt dat om JiS te laten slagen het noodzakelijk is dat er een vast aanspreekpunt voor de jongerenwerker(s) is binnen de school. Hierdoor kan JiS beter worden ingebed worden in de school.

Met de Voorziening High Dosage Tutoring (Hoofdstuk 9) zet de gemeente in op het bevorderen van kansengelijkheid binnen het Amsterdamse onderwijs.

HDT is een evidence based, intensieve onderwijsinterventie in het basisonderwijs om het rekenniveau en het sociaal-emotioneel welbevinden van kinderen met een grote leerachterstand te verhogen. De uitgebreide wetenschappelijke theoretische basis in combinatie met de gedegen uitvoering van HDT maken dat de interventie zeer effectief is.

De methode HDT is ontwikkeld in de Verenigde Staten voor achterstandsjongeren op een middelbare school in Chicago. Deze leerlingen hadden een forse leerachterstand in wiskunde en liepen een hoog risico om uit te vallen. Inmiddels is de methode in verschillende staten uitgerold en wordt op verschillende Amerikaanse scholen met succes ingezet.

De focus van de HDT-interventie is maatwerk: het programma is ingericht om leerlingen te helpen met wat zij daadwerkelijk nodig hebben. The Bridge Learning Interventions (TBLI) is de enige organisatie in Nederland, die deze methode uitvoert. .

HDT maakt onderdeel uit van de kansengelijkheidsagenda en is een interventie die specifiek wordt ingezet in stadsdeel Zuidoost in het kader van ambitie 3 van het Masterplan Zuidoost ‘gelijke kansen voor de jeugd’. Alleen basisscholen in stadsdeel Zuidoost komen voor deze voorziening in aanmerking.

In september 2019 is het college begonnen met HDT als pilot op 5 basisscholen in Zuidoost omdat hier de potentiële onderwijsachterstand ten opzichte van de andere stadsdelen het grootst is. Uit de staat van het Amsterdams primair onderwijs (2023) blijkt dat stadsdeel Zuidoost ten opzichte van de andere stadsdelen relatief de meeste leerlingen, namelijk 20%, die het fundamentele rekenniveau (1F) niet behalen. In Nieuw-West is dit bijvoorbeeld 11%, in Noord 11% en in Zuid 6%. Ook is het aantal vo-adviezen voor praktijkonderwijs het hoogst en het aantal vo-adviezen dat uitzicht biedt op een theoretische schoolloopbaan het laagst in stadsdeel Zuidoost. Uit het onderzoeksrapport ‘Reken op Zuidoost’6 Een evaluatie van het loopjaar 2019/20 Bridge High Dosage Tutoring op vijf basisscholen inAmsterdam Zuidoost 31 december 2020 van Bowen Paulle (Universiteit van Amsterdam) en Joppe de Ree (Erasmus Universiteit Rotterdam, JDR Analytics) blijkt dat leerlingen met HDT beduidend meer vooruit gaan met rekenen dan leerlingen zonder. Niet veel interventies maken zo’n groot verschil..

HDT betreft een dure interventie die plaatselijk ingezet moet worden. Tutoren verplaatsten zich namelijk van school naar school. Hierbij is het belangrijk dat de scholen niet te ver van elkaar liggen, zodat tutoren op tijd zijn voor de leerlingen. Er wordt daarom een vast rooster gemaakt onder schooltijd waarbij rekening wordt gehouden met de afstand tussen de deelnemende scholen.

Met de inzet van HDT kan de oververtegenwoordiging van lagere rekenniveaus in Amsterdam Zuidoost substantieel (verder) worden teruggebracht, zo niet, worden weggewerkt. Het doel van de voorziening (artikel 9.2) is dan ook de leerachterstanden van de leerlingen ten opzichte van de rest van de stad te verminderen. Een voorwaarde voor het behalen van een dergelijk beleidsdoel is dat HDT breed moet worden ingezet; in principe op alle basisscholen in Zuidoost en met behoud van effectiviteit

Leerlingen krijgen bij HDT drie keer per week één lesuur per dag extra rekenondersteuning (op 1F-niveau) van een persoonlijke tutor in een 2-op-1 setting onder schooltijd. De tutorsessies hebben een vast stramien met vaste momenten van samenwerken en zelfstandig werken, waardoor leerlingen weten wat er van hun verwacht wordt.

De tutoren hebben wekelijks contact met de ouders/verzorgers. Ouderbetrokkenheid is een cruciaal onderdeel van de interventie.

De tutoren worden professioneel getraind en dagelijks begeleid door de Site Director (projectleider). De tutoren werken nauw samen met leerkrachten en ander schoolpersoneel om te zorgen voor kennisdeling en de beste begeleiding voor de leerlingen. HDT is naast een rekeninterventie ook een interventie op sociaal-emotioneel gebied. De tutor helpt bij het verbeteren van sociale vaardigheden, doorzettingsvermogen en laat de leerlingen zien dat ze vooruitgang boeken. De zogenoemde Growth Mindset en zelfvertrouwen van de leerling staan centraal; de leerling kan zich ontwikkelen met inzet van doorzettingsvermogen en een open houding. Op deze wijze wordt gewerkt aan de mogelijk lage verwachtingen die leerlingen van zichzelf hebben. Door te focussen op persoonlijke groei en ontwikkeling kunnen leerlingen doelen behalen die ze eerder niet voor mogelijk hielden.

Met de inzet van HDT in groep 7 wil de gemeente er in ieder geval voor zorgen dat leerlingen bij de overgang naar het voortgezet onderwijs het daarvoor vereiste minimale rekenniveau (1F) halen. Daarom richt de voorziening zich met name op de laagst scorende leerlingen. Op het moment van de aanvraag zitten deze leerlingen nog in groep 6. Bij de aanvraag dient een school tien leerlingen te selecteren op basis van de resultaten van de M6 toets. Daarbij gaat het minimaal om zes leerlingen die zich bevinden op rekenvaardigheid niveau IV en/of V. Daarnaast kunnen maximaal vier leerlingen worden geselecteerd die zich op niveau III bevinden.

HDT is beperkt beschikbaar (artikel 9.4). In de periode 1 september 2024 tot 1 januari 2025 gaat het om in totaal 18 HDT-groepen en in de periode 1 september 2025 tot 1 januari 2027 om 23 HDT-groepen. De inzet van HDT is afhankelijk van het aantal tutoren. Gestreefd wordt om zoveel mogelijk groepen per begin schooljaar te laten starten. Als dit niet haalbaar blijkt, zullen een aantal groepen met ingang van 1 januari van het volgende kalenderjaar starten en doorlopen in groep 8. Voor de eerste periode geldt dat met ingang van 1 september 2024 dertien groepen kunnen starten en met ingang van 1 januari 2025 nog eens vijf. Voor de daaropvolgende periode is de verdeling nu nog niet bekend.

Op grond van artikel 9.6 dienen scholen bij hun aanvraag aan te geven hoeveel van het totaal aantal leerlingen van de toekomstige groep(en) 7 zich bevinden op niveau IV en/of V. De school selecteert aan de hand van de M6 score tien toekomstige groep 7 leerlingen voor deelname aan HDT. De leerkrachten kennen hun leerlingen het beste en op basis van hun vakbekwaamheid en professioneel handelen kunnen zij als geen ander beoordelen of een leerling wel of geen baat heeft bij HDT. De selectie wordt door scholen kort gemotiveerd, echter niet op leerlingniveau. Wel dient de school per afzonderlijke anonieme leerling aan te geven welke score deze heeft behaal op de M6 toets.

Op grond van artikel 9.7 wordt een aanvraag geweigerd als er minder dan tien leerlingen deel zullen nemen aan een HDT groep. Dit geldt ook indien er minder dan zes leerlingen zich bevinden op rekenniveau IV of V. Ook wordt de aanvraag afgewezen als leerlingen zijn opgegeven die een score hebben van I of II.

De verplichtingen zoals opgenomen in artikel 9.8 richten zich op de eerste plaats op een goede samenwerking tussen school en TBLI. Omdat HDT een verlengstuk van de school is, worden schoolmedewerkers intensief betrokken.

The Bridge stemt zoveel als nodig af met de scholen over onderwerpen als de reguliere rekenles en het sociaal-emotioneel welbevinden van de leerlingen. De implementatie van HDT vraagt om maatwerk per school zodat het programma goed aansluit bij de visie en dagelijkse praktijk van de school. Het is zodoende belangrijk dat school en de TBLI met elkaar goede werkafspraken maken die opgenomen worden in een samenwerkingsovereenkomst. Ruim voor de start worden er voorbereidingsgesprekken gevoerd tussen de school en TBLI. Ook wordt elk half jaar een voortgangsgesprek gevoerd tussen de gemeente, school en TBLI. Er wordt hierbij in ieder geval stilgestaan bij ontwikkelingen en aandachtspunten. Op basis van o.a. de input die de gemeente ophaalt met deze gesprekken, wordt verder onderzocht hoe HDT op de langere termijn op scholen geborgd kan worden. Daarnaast laat het college onderzoek doen door de universiteit van Amsterdam naar de opbrengsten van HDT. Het schoolbestuur en de school zijn verplicht op grond van artikel 10 van de VloA 2019 om hieraan mee te werken. Een evaluatie van het loopjaar 2019/20 Bridge High Dosage Tutoring op vijf basisscholen inAmsterdam Zuidoost 31 december 2020 van Bowen Paulle (Universiteit van Amsterdam) en Joppe de Ree (Erasmus Universiteit Rotterdam, JDR Analytics)

Artikelsgewijze toelichting: geen