Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Soort voorzieningen

Deze bijlage betreft de volgende voorzieningen:

  • - vakleerkracht cultuur;
  • - vakleerkracht bewegingsonderwijs;
  • - onderwijsondersteunend personeel.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid VloA 2019

Het algemeen deel van de VloA 2019 is van toepassing, tenzij daarvan in een voorziening in deze bijlage uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Begripsomschrijvingen

In de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.1 wordt verstaan onder:

school: school voor basisonderwijs en speciaal onderwijs met uitzondering van voortgezet speciaal onderwijs.

Hoofdstuk 2 Voorziening vakleerkracht cultuur

Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - Cultuureducatie: onderwijs op het gebied van de volgende disciplines:
    • - beeldende vorming;
    • - dans;
    • - drama;
    • - kunstgeschiedenis;
    • - media en letteren;
    • - muziek.
  • - vakleerkracht cultuur: vakleerkracht met onderwijs bevoegdheid, dan wel aantoonbare kennis hebbend van pedagogisch en didactisch handelen, gespecialiseerd op het terrein van de disciplines genoemd onder cultuur educatie.

Artikel 2.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is het versterken van cultuureducatie op scholen door middel van een vakleerkracht cultuur in aanvulling op de onderwijsvoorziening cultuureducatie (Hoofdstuk 2 van Bijlage 1 Voorzieningen in natura bij de VloA 2019).

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • - Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten voor de inzet van een vakleerkracht cultuur;
  • - De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal ongewogen leerlingen dat op 1 oktober in het schooljaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op een school en bedraagt:
    • - € 12,00 per leerling van een school voor basisonderwijs
    • - € 24,00 per leerling van een school voor speciaal onderwijs

Artikel 2.4 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de VloA 2019 wordt bij een aanvraag per school de volgende informatie verstrekt:

  • - het cultuurbeleidsplan, waarin wordt beschreven;
    • - de visie van de school op het gebied van cultuureducatie;
    • - welke doelen de school daarmee wil bereiken;
    • - een beschrijving van de doorlopende leerlijn op het terrein van cultuureducatie, waaruit blijkt hoeveel lessen cultuureducatie per week per groep of klas worden gegeven, welke lessen op locatie worden gevolgd en wat de samenhang is met de lessen op school;
  • - Op welke wijze de voorziening vakleerkracht bijdraagt aan het cultuurbeleidsplan;
  • - Op welke wijze de verbinding wordt gemaakt tussen de vakleerkracht cultuur en de landelijke kerndoelen op het terrein van cultuureducatie.

Artikel 2.5 Aanvullende verplichting

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 is aan de subsidie de verplichting verbonden dat het schoolbestuur minimaal € 12,00 per leerling zelf bijdraagt in de kosten verbonden aan de aanstelling of inhuur van een vakleerkracht cultuur.

Artikel 2.6 Verantwoording

In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur per school in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie informatie waaruit blijkt:

  • - hoeveel het schoolbestuur per school aan fte vakleerkracht cultuur over het gesubsidieerde tijdvak heeft aangesteld, dan wel heeft ingehuurd met de daaraan verbonden kosten;
  • - de inzet in uren van een vakleerkracht cultuur gedifferentieerd naar groepen, waaraan de vakleerkracht heeft lesgegeven.
  • - de bijdrage als bedoeld in artikel 2.5 van het schoolbestuur voor een vakleerkracht cultuur.

Hoofdstuk 3 Voorziening vakleerkracht bewegingsonderwijs

Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder: Bevoegde vakleerkracht bewegingsonderwijs: Vakleerkracht afgestudeerd aan:

  • - de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (akte MO P) of
  • - PABO plus Akte J of
  • - PABO afgestudeerd voor 2005 of
  • - PABO afgestudeerd na 2005 met post initiële opleiding lichamelijke opvoeding

Artikel 3.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is dat op de scholen aan de leerlingen van de groepen 1 tot en met 8 minimaal 90 minuten per week bewegingsonderwijs wordt gegeven door een bevoegde vakleerkracht bewegingsonderwijs.

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • - Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan de inzet van een bevoegde vakleerkracht voor bewegingsonderwijs op een school, waarbij geldt dat door de vakleerkracht aan de leerlingen van de groepen 1 tot en met 8 minimaal 90 minuten per week, verdeeld over in ieder geval twee lessen, bewegingsonderwijs wordt gegeven.
  • - De hoogte van de subsidie van een school wordt berekend op basis van een bedrag van €73,00 per leerling per schooljaar en op basis van het aantal ongewogen leerlingen dat op 1 oktober in het schooljaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak stond ingeschreven op deze school.

Artikel 3.4 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • - het schoolbestuur draagt minimaal 40% van de totale kosten voor een vakleerkracht bewegingsonderwijs bij;
  • - het schoolbestuur ziet erop toe dat de vakleerkracht zijn vakbekwaamheid onderhoudt en erkende nascholingscursussen volgt;.
  • - het schoolbestuur ziet erop toe dat bewegen en motoriek is opgenomen in het ondersteuningsprofiel van de school, zodat het schoolteam passende ondersteuning en zorg kan bieden aan alle leerlingen op dit gebied;
  • - het schoolbestuur ziet erop toe dat de vakleerkracht bewegingsonderwijs de verbinding legt met de gemeentelijke sportstimulering.

Hoofdstuk 4 Voorziening onderwijsondersteunend personeel

Artikel 4.1 Begripsomschrijvingen

In deze voorziening wordt verstaan onder:

  • - onderwijsondersteunende medewerker: een conciërge of een administratief medewerker of een combinatiefunctionaris.;
  • - combinatiefunctionaris: medewerker die zowel conciërge-, als administratieve taken uitvoert;
  • - school: een school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs;
  • - vestiging: een hoofdvestiging, een nevenvestiging of een dislocatie.

Artikel 4.2 Doel voorziening

Het doel van deze voorziening is dat iedere school voor basisonderwijs en speciaal onderwijs en de daarbij behorende nevenvestigingen en dislocaties, kunnen beschikken over extra uren onderwijsondersteunend personeel, waardoor de werkdruk van het onderwijsgevende en leidinggevende personeel wordt verminderd en tevens de veiligheid in en rondom de school wordt vergroot.

Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie

  • - Het college kan een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten verbonden aan de aanstelling van één of meerdere onderwijsondersteunende medewerkers die op één of meerdere scholen werkzaam kunnen zijn, afhankelijk van de grootte van de school of scholen.
  • - De hoogte van de subsidie voor een hoofdvestiging van een basisschool en - een nevenvestiging van een basisschool wordt bepaald op grond van het aantal ongewogen leerlingen dat op 1 oktober in het schooljaar voorafgaand aan het te subsidiëren tijdvak de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd daadwerkelijk bezocht. Hierbij gelden de volgende criteria:
    • - indien sprake is van minder dan 400 leerlingen wordt de subsidie berekend op basis van 0,2 fte en bedraagt € 8.000,00 in schooljaar 2019-2020;
    • - indien er sprake is van 400 leerlingen of meer wordt de subsidie berekend op basis van 0,4 fte en bedraagt € 16.000,00 in schooljaar 2019-2020.
  • - [vervallen]
  • - [vervallen]

Artikel 4.4 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 van de VloA 2019 zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • - het schoolbestuur draagt per afzonderlijke vestiging van een school waarvoor de subsidie is verstrekt, minimaal 0,4 fte bij in de kosten verbonden aan het onderwijsondersteunend personeel;
  • - het schoolbestuur neemt het onderwijsondersteunend personeel in dienst in minimaal functieschaal 3 trede 7 van Functiewaardering Primair Onderwijs;
  • - het schoolbestuur streeft ernaar om bij de aanstelling van een nieuwe onderwijsondersteunende medewerker een inwoner van Amsterdam in dienst te nemen.

Artikel 4.5 Verantwoording

In aanvulling op artikel 11 van de VloA 2019 verstrekt het schoolbestuur per afzonderlijke vestiging van een school in het kader van de aanvraag om vaststelling van de subsidie informatie waaruit blijkt:

  • - het aantal fte onderwijsondersteunend personeel dat over het gesubsidieerde tijdvak aangesteld is geweest, uitgesplitst naar functie en inzet met de daaraan verbonden kosten;
  • - de bijdrage als bedoeld in artikel 4.4, onder a. van het schoolbestuur voor het onderwijsondersteunend personeel.

Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019

TOELICHTING

Bijlage 2: Voorzieningen aanvullende financiering personeel

Algemeen

De voorzieningen aanvullende financiering personeel zijn beschikbaar voor alle scholen en hun leerlingen in de basisschoolleeftijd in Amsterdam. Enerzijds gaat het om voorzieningen die gericht zijn op de inzet van een vakleerkracht cultuur en een vakleerkracht bewegingsonderwijs. Anderzijds gaat het om ontlasten van leraren en leidinggevenden van onderwijs ondersteunende werkzaamheden en het verbeteren van veiligheid op de scholen. Bij al deze voorzieningen geldt verplichte cofinanciering door de schoolbesturen.

Voorziening vakleerkracht cultuur

In de Kunstenplannota 2025-2028 staat dat betekenisvolle cultuureducatie tijdens schooltijd vraagt om langdurige en gelijkwaardige samenwerking tussen scholen en culturele instellingen, gebaseerd op wederkerigheid. De voorziening vakleerkracht cultuur versterkt cultuureducatie in het basisonderwijs en vormt een aanvulling op de verstrekking die op grond van de onderwijsvoorziening cultuureducatie in natura wordt verstrekt: cultuurvouchers, de cultuurbus en ondersteuning van Mocca en vakdocent muziek. Met de voorziening vakleerkracht cultuur kunnen meer kinderen kennismaken met culturele vakgebieden.

Voorziening vakleerkracht bewegingsonderwijs

Met deze voorziening wordt beoogd het bewegingsonderwijs van een bevoegde leerkracht in Amsterdam aan de leerlingen van groep 1 t/m 8 uit te breiden tot minimaal 90 minuten per week. Hierdoor gaan de leerlingen per week meer sporten, bewegen en nemen deel aan spelactiviteiten op school. Dit past in het beleid van de gemeente gericht op een gezond gewicht en een gezonde levensstijl. Via deze voorziening worden schoolbesturen er ook op gewezen dat de school bewegen en motoriek moet opnemen in het ondersteuningsprofiel, zodat het schoolteam passende ondersteuning en zorg kan bieden aan alle leerlingen op dit gebied, bijvoorbeeld via de Amsterdamse ondersteuningsroute bewegen en motoriek voor primair onderwijs. De vakleerkracht is ook verantwoordelijk om de verbinding te leggen tussen de school en de gemeentelijke sportstimulering.

Onderwijsondersteunend personeel: conciërge

Iedere school, dislocatie of nevenvestiging kan beschikken over een conciërge of een andere vorm van onderwijs ondersteunend personeel om de werkdruk van de leraren en/of directie te verminderen en de veiligheid voor kinderen, ouders en leerkrachten in en rondom de schoolgebouwen te vergroten.

Artikelsgewijze toelichting: geen