Het college kan een voorziening weigeren of beëindigen indien:
de persoon niet of niet meer behoort tot de rechthebbenden als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregel;
de persoon zijn verplichtingen dienaangaande niet nakomt;
de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
Naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling, als uit de opeenvolgende loonwaardemeting onvoldoende ontwikkeling van het arbeidsvermogen blijkt;
de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
personen door een medische beperking alleen in deeltijd kunnen werken, maar daarbij binnen deze deeltijd per uur wél volledig productief zijn.
De niet-uitkeringsgerechtigde, dan wel diens partner of tezamen een inkomen geniet, dat minimaal gelijk is aan 150% van het netto wettelijk minimumloon.
Artikel 5