1.. Het college kan subsidie verlenen aan een huurder die verhuist uit een in Amsterdam gelegen sociale huurwoning die werd verhuurd met een groot-gezinscontract naar een beter passende woning.

2.. Onder groot-gezinscontract wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: een huurovereenkomst met een groot gezin als bedoeld in artikel 274f van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

3.. Onder een beter passende woning wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan:

  • - voor verhuizingen naar woningen die binnen het werkingsgebied vallen van hoofdstuk 2 van de huisvestingsverordening: een woning waarvoor het huishouden op grond van de huisvestingsverordening in aanmerking komt;
  • - voor verhuizingen naar woningen die buiten het werkingsgebied vallen van hoofdstuk 2 van de huisvestingsverordening: elke woning.

4.. De subsidie bedraagt maximaal € 6.2oo.

5.. Het te verlenen bedrag wordt verminderd met subsidies of vergoedingen die op grond van andere regelingen voor de verhuizing worden ontvangen.

6.. In aanvulling op artikel 6 van de ASA worden bij de aanvraag de volgende gegevens aangeleverd:

  • - het huurcontract van de achtergelaten woning;
  • - een getekend huur- of koopcontract van de nieuw betrokken woning;
  • - een door huurder en woningcorporatie getekend aanvraagformulier waaruit de samenstelling van het huishouden blijkt;
  • - indien van toepassing een kopie van de beschikking voor een Wmo-verhuiskostenindicatie.

7.. In aanvulling op artikel 6, eerste lid, wordt de subsidie geweigerd indien:

  • - de huurder geen woning achterlaat verhuurd met groot-gezinscontract als bedoeld in het tweede lid;
  • - de huurder niet verhuist naar een woning als bedoeld in het derde lid; of,
  • - de huurder verhuist naar een via woningruil gevonden sociale huurwoning.