Als tijdens het gesprek blijkt dat er naast informele ondersteuning en algemene voorzieningen ook een maatwerkvoorziening nodig is, dan zal daarvoor een formele aanvraag moeten worden geformuleerd waarop het college een besluit moet nemen. Dit besluit krijgt de vorm van een beschikking waarin een maatwerkvoorziening wordt verstrekt voor één of meerdere resultaatvelden. Deze voorziening bestaat weer uit prestaties. Dit zijn de bestandsdelen van het onderliggende ondersteuningsplan en/of uitvoeringsplan.
De keuze voor de resultaatvelden komt voort uit de levensdomeinen waar onvoldoende zelfredzaamheid wordt geconstateerd en uit de resultaatvelden die op basis van het gesprek worden geformuleerd. Deze analyse wordt verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. In elke beschikking moet minstens worden aangegeven wat er wordt verstrekt en welk resultaat daarmee wordt beoogd. Dit hoofdstuk geeft daarom per thema en resultaatveld een beschrijving van specifieke ondersteuningsvragen en het afwegingskader dat daarbij in acht moet worden genomen. Maar eerst een toelichting op de systematiek van resultaatvelden en prestatiesoorten.
In een beschikking wordt het resultaat inhoudelijk onderbouwd door altijd het betreffende resultaatveld te vermelden en de gewenste ontwikkeling op het daarbij behorende levensdomein van de zelfredzaamheidsmatrix. Deze combinatie biedt immers een uniforme beschrijving van specifieke ondersteuningsvragen (en kan desgewenst in een ondersteuningsplan worden aangevuld).
Dit hoofdstuk geeft een uitwerking van deze beschrijving door per thema en resultaatveld aan te geven welke categorie producten/diensten van toepassing is, voor welke cliëntgroepen en bij welke belemmeringen. Bij sommige resultaatvelden gelden daarnaast nog andere afwegingen. Tevens wordt bij elk resultaatveld een toelichting gegeven van de prestatiesoort(en) die kan worden ingezet.
De resultaatvelden zijn steeds per thema genummerd van 1 tot en met 3.
Dagelijks thuis
D1 Een gestructureerd huishouden voeren
D2 Stabiliseren van de dagelijkse situatie om terugval te voorkomen
D3 Wonen in een geschikt huis
Relaties
R1 Sociale contacten onderhouden en deelnemen aan activiteiten
R2 Omgaan met beperkingen in de sociale redzaamheid en zelfregie
R3 Zich met behulp van anderen handhaven in het dagelijks leven
Gezondheid
G1 Verlichting van het sociaal isolement en de zorg thuis
G2 Stabiel functioneren om achteruitgang in vaardigheden te voorkomen
G3 Aanboren van competenties om een grotere zorgvraag te voorkomen
Meedoen
M1 Zich kunnen verplaatsen
M2 Zich ontwikkelen ihkv wonen, sociale activering en zinvolle dagbesteding
M3 Herstel van problematiek en bevordering van maatschappelijke integratie