Indien aanvragers aan de eisen aan aanvragers voldoen (Artikel 4) en hun aanvragen tevens voldoen aan de eisen aan een subsidieaanvraag in het kader van deze regeling (Artikel 6) worden aanvragen in behandeling genomen en voorgelegd aan de ad hoc Adviescommissie Amateurkunsteducatie.
Ten behoeve van de beoordeling stelt het college van B&W een ad hoc Adviescommissie Amateurkunsteducatie 2019 – 2021 samen. Bij het instellen van deze adviescommissie zal de gemeente zorgdragen voor een diverse samenstelling.
De individuele aanvragen worden door de Adviescommissie Amateurkunsteducatie 2019 – 2021 beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
A. Kwaliteit
B. Betekenis voor de stad
C. Cultureel ondernemerschap
A. Kwaliteit
De basis voor de beoordeling op kwaliteit is de door de aanvrager verstrekte informatie over de aanvrager en de beoogde activiteiten zoals die in het Activiteitenplan zijn beschreven. In dit activiteitenplan zijn op dit punt onder meer de volgende onderdelen uitgewerkt:
• Ambitie en visie op het gebied van amateurkunsteducatie en samenwerking met partners.
• Beschrijving van het aanbod:
o Aantal contacturen tussen docent en cursist(en)/deelnemer(s).
o Type, vorm van de activiteit(en).
o Discipline(s), interdisciplinair, cross over.
o De structuur en opbouw van een cursus of andere amateurkunsteducatie-activiteit, met daarin aandacht voor receptieve, actieve en reflectieve aspecten van amateurkunsteducatie.
o De toegepaste leerstrategie(ën).
o Wijze waarop het creatieve vermogen van cursisten/deelnemers gestimuleerd wordt en feedback wordt gegeven op de cursisten/deelnemers.
o Wijze waarop de activiteiten inhoudelijk aansluiten op de behoefte van de cursisten/deelnemers.
• Beschrijving van de professionaliteit van de docenten, mede door toevoegen van cv’s.
B. Betekenis voor de stad
De basis voor de beoordeling op ‘betekenis voor de stad’ is de door de aanvrager verstrekte informatie over de aanvrager en de beoogde activiteiten zoals die in het Activiteitenplan zijn beschreven.
In dit activiteitenplan zijn op dit punt onder meer de volgende onderdelen uitgewerkt:
• Beschrijving van relatie met overig gemeentelijk beleid.
• Beschrijving van samenwerking met partners (op welk gebied, vorm en intensiviteit).
• Motivatie keuze voor wijk en/of centrum.
• Toelichting op wijze waarop de aanvrager betaalbaarheid van het aanbod voor doelgroepen waarborgt.
• Motivatie keuze voor locatie (in verband met fysieke toegankelijkheid).
C. Cultureel ondernemerschap
Hierbij gaat het om het vermogen om de voorgestelde plannen professioneel uit te voeren. De basis voor de beoordeling op ‘cultureel ondernemerschap’ is de door de aanvrager verstrekte informatie over de aanvrager en de beoogde activiteiten zoals die in het Activiteitenplan zijn beschreven. In dit activiteitenplan zijn op dit punt onder meer de volgende onderdelen uitgewerkt:
• Beschrijving van het cultureel ondernemerschap; organisatie, bedrijfsvoering, marketing (strategisch).
• Beschrijving van de doelgroep en het gewenste aantal deelnemers.
• Prijs van het aanbod voor de amateurkunstbeoefenaar.
• Planning van de activiteiten, inclusief startdatum activiteiten.
• Beschrijving van de wijze waarop de aanvrager zich ervan heeft vergewist dat er voldoende vraag naar de activiteiten is bij de beoogde doelgroep.
• Beschrijving van werving van en communicatie met cursisten/deelnemers.
Binnen het criterium ‘cultureel ondernemerschap’ zullen ook de ingediende begroting, dekkingsplan en toelichting daarop worden beoordeeld:
• Is begroting realistisch?
• Is de begroting sluitend (en is de toelichting op de onrendabele top aannemelijk)?
• Kan de aanvrager aantonen dat er – naast de gevraagde subsidie – voldoende middelen zijn om de aangegeven activiteiten uit te voeren?
Na de individuele beoordeling van de aanvragen zal de commissie een integrale afweging maken om te komen tot een divers, samenhangend en pluriform aanbod in de stad dat een meerwaarde heeft ten opzichte van hetgeen reeds in Utrecht aangeboden aanbod op het gebied van amateurkunsteducatie.
Het geheel aan aanvragen zal door de adviescommissie integraal beoordeeld worden op basis van de volgende criteria:
• Differentiatie en pluriformiteit (verdeling over disciplines en interdisciplinair aanbod, aandacht voor talentontwikkeling).
• Onderscheidendheid (is het te subsidiëren totaalaanbod onderscheidend ten opzichte van hetgeen reeds binnen de gemeente Utrecht wordt aangeboden op het gebied van amateurkunsteducatie?)
• Mate waarin er sprake is van samenwerking met andere aanbieders ten behoeve van de doorlopende leerlijn en gezamenlijke promotie.
• Mate waarin er samenhang is in het aanbod (doorlopende leerlijn met mogelijkheden voor doorontwikkeling).
• Mate waarin er betaalbaar aanbod beschikbaar is voor doelgroepen in Utrechtse wijken.
• Mate waarin binnen het aanbod ingespeeld wordt op culturele diversiteit.
• Geografische spreiding van het aanbod over de stad. Het gaat om een gevarieerd en over verschillende wijken gespreid amateurkunsteducatie-aanbod.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Beoordelingscriteria
Onderdeel van Beleidsregel Subsidie Amateurkunsteducatie gemeente Utrecht (overgangsregeling)