1. Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts een vergunning voor een mestbewerkingsinstallatie indien de emissie van totaal stof naar de buitenlucht is geminimaliseerd.
2. Het college van burgemeester en wethouders gaat ervan uit dat voldaan is aan het eerste lid, indien alle technisch en economisch haalbare maatregelen en technieken zijn toegepast om de emissie van totaal stof te voorkomen, of, indien dit niet mogelijk is, te minimaliseren.
3. Het college van burgemeester en wethouders weigert de aangevraagde vergunning, indien de resterende emissie, zonder bijmenging, hoger is dan 5 mg/Nm³.
4. Bij het beoordelen van de in de aanvraag om een vergunning, of een wijziging, als bedoeld in artikel 2, opgenomen emissie, betrekt het college van burgemeester en wethouders:
a. de investeringen die nodig zijn om de in het eerste lid, genoemde minimalisering te bereiken;
b. de in de aanvraag neergelegde verantwoording voor de keuze voor de toe te passen technieken.