Naar hoofdinhoud
In artikel 6 is de mogelijkheid neergelegd om een alternatieve techniek vergund te krijgen, mits deze ten minste gelijkwaardig is aan de in deze beleidsregel opgenomen technieken ten aanzien van de vermindering van de emissies van bio-aerosolen naar de lucht. Bij de totstandkoming van deze beleidsregel is uitgegaan van kennis en inzicht die op dat moment beschikbaar was en is ontsloten via het rapport ‘Technische onderbouwing beleidsregels voor risicobeperking gezondheidseffecten via de lucht van mestbewerkingsinstallaties’ van Tauw. Het college van burgemeester en wethouders wil ruimte bieden aan innovatieve ontwikkelingen. Wanneer andere maatregelen en voorzieningen beschikbaar komen om de emissie van totaal stof te minimaliseren is het mogelijk om deze in de aanvraag op te nemen. De aangevraagde alternatieve techniek kan worden vergund wanneer uit de aanvraag blijkt dat deze ten minste gelijkwaardig is aan de in de beleidsregel voorgeschreven techniek(en) ten aanzien van het verminderen van emissies van totaal stof naar de lucht. Bij deze beoordeling kan het college van burgemeester en wethouders gebruik maken van advies van het Deskundigenpanel Veehouderij. Dit panel bestaat uit externe deskundigen met kennis van mest en/of gezondheid.

Rechtspraak bij dit artikel