Naar hoofdinhoud
1. Gelet op de in artikel 2.30 en 2.31 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht neergelegde actualiseringsplicht verbinden het college van burgemeester en wethouders aan een vergunning in ieder geval de verplichting dat degene die de installatie drijft, na vergunningverlening iedere vijf jaar, toereikende informatie ter goedkeuring overlegt aan het college van burgemeester en wethouders over: a. de mate waarin emissies van totaal stof naar de lucht plaatsvinden; b. de mogelijkheid om maatregelen te treffen om emissies van totaal stof verdergaand te beperken, zodat deze zo dicht mogelijk een nulemissie benadert; c. de investeringen die nodig zijn om de onder b genoemde beperking te bereiken. 2. In aanvulling op het eerste lid wordt in de vergunning tevens de verplichting opgenomen dat de vergunninghouder aan het college van burgemeester en wethouders een plan voor het terugdringen van de totaal stofemissie ter goedkeuring overlegt, waarin hij aangeeft welke van de maatregelen, genoemd in het eerste lid, onder b, worden uitgevoerd en binnen welke termijn hij die maatregelen zal uitvoeren. het college van burgemeester en wethouders legt aan vergunninghouder de verplichting op om een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan uit te voeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel