**1..** Burgemeester en wethouders bepalen jaarlijks met inachtneming van de in de (concept)gemeentebegroting vastgestelde budgetten voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar welk bedrag als subsidieplafond beschikbaar is voor peuterplaatsen peuteropvang en welk bedrag voor peuterplaatsen voorschoolse educatie. Voor zover de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld door de gemeenteraad geldt voor de hoogte van deze budgetten het zogenaamde begrotingsvoorbehoud conform artikel 4.34 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
**2..** Burgemeester en wethouders verdelen de subsidie voor peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie als volgt:
voor peuteropvang:
per instelling wordt conform de berekening van artikel 6 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang berekend;
wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle instellingen het subsidieplafond voor peuteropvang voor het kalenderjaar niet overschrijdt wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen peuteropvang voor het kalenderjaar per instelling vastgesteld;
indien het totaal van de aangevraagde subsidie het door burgemeester en wethouders vastgestelde subsidieplafond overschrijdt vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie peuteropvang plaats, deze herverdeling wordt in eerste instantie gebaseerd op de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar in de aanvraag opgegeven bezette plaatsen, met dien verstande dat elke aanvrager minimaal 2 plaatsen toegekend krijgt, en als er daarna nog budget resteert wordt dit verdeeld op basis van de geregistreerde kindplaatsen kinderdagverblijf zoals per instelling geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang op 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar.
voor voorschoolse educatie;
per instelling wordt conform de berekening van artikel 6 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang voorschoolse educatie berekend;
wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle instellingen het totale subsidieplafond voor voorschoolse educatie voor het kalenderjaar niet overschrijdt wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen voorschoolse educatie voor doelgroep peuters voorschoolse educatie voor het kalenderjaar per voorziening vastgesteld;
indien het totaal van de aangevraagde subsidie het door burgemeester en wethouders vastgestelde subsidieplafond overschrijdt vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie voorschoolse educatie plaats, deze herverdeling wordt in eerste instantie gebaseerd op de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar in de aanvraag opgegeven bezette plaatsen, met dien verstande dat elke aanvrager minimaal 2 plaatsen toegekend krijgt, en als er daarna nog budget resteert wordt dit verdeeld op basis van de geregistreerde kindplaatsen kinderdagverblijf zoals per instelling geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang op 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar.
HOOFDSTUK II
Artikel 8
Het subsidieplafond
Onderdeel van SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2019