Naar hoofdinhoud
In dit Damoclesbeleid wordt voor het bepalen van het type maatregel en de sluitingsduur allereerst onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De reden voor dit onderscheid wordt hierna toegelicht. In de tweede plaats wordt in dit Damoclesbeleid onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs, omdat harddrugs en de productie daarvan in het algemeen gevaarlijker zijn voor de gezondheid en het milieu dan softdrugs. Daarnaast is bij de handel- en productie van harddrugs eerder sprake van ernstige criminaliteit, niet zelden met een grensoverschrijdende component. Dit laatste moet in die zin wel worden genuanceerd omdat ook de handel- en productie van softdrugs zeer crimineel is waarbij geweld, bedreiging en intimidatie niet worden geschuwd (o.a. ripdeals). In dit hoofdstuk worden de nadere uitgangspunten van dit Damoclesbeleid bij de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet door de burgemeester van Harderwijk op (bewoonde) woningen weergegeven. 3.1 Bijzondere belangen bij woningen Bij woningen spelen bijzondere belangen die niet aan de orde zijn bij lokalen. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet op een woning kan voor de bewoners namelijk mogelijk ingrijpende gevolgen hebben, die een inmenging kunnen vormen in het in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Hieraan komt zwaar gewicht toe bij de beoordeling van de vraag of de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik kan maken en zo ja, op welke wijze.16ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362 Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet volgt dat in algemene zin bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan en moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Dit moet echter worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken.17Kamerstukken II, 2005/06, 30 515, nr. 3, blz. 8 en Kamerstukken II, 2006/07, 30 515, nr. 6, blz. 1 en 2. Onderscheid bewoonde en niet-bewoonde woningen Voor lokalen geldt dit uitgangspunt van eerst waarschuwen niet. Ook als een woning niet feitelijk voor bewoning wordt gebruikt geldt het bovenstaande niet. Daarom wordt in dit Damoclesbeleid tevens onderscheid gemaakt tussen bewoonde en niet-bewoonde woningen. De vraag of een woning daadwerkelijk als woning in gebruik is, wordt per geval beoordeeld aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. Geen onderscheid huur- en koopwoningen In het beleid wordt geen onderscheid gemaakt tussen huur- en koopwoningen en ook niet tussen particuliere en sociale verhuur. Voor alle type woningen geldt daarmee in beginsel hetzelfde regime. 3.2 Softdrugs In deze paragraaf staan de uitgangspunten die de burgemeester van Harderwijk in acht neemt bij de toepassing van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet bij woningen en bijbehorende erven, indien een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangetroffen en/of indien sprake is van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 13b lid 1 onder b van de Opiumwet, ten aanzien van de handel in/productie van softdrugs. Waarschuwing In lijn met de hiervoor geschetste wetsgeschiedenis en rechtspraak zal, als er sprake is van een eerste overtreding van de Opiumwet in een woning, in principe eerst een waarschuwingsbrief worden verstuurd aan de overtreder en de rechthebbenden op het gebruik van het pand en/of het bijbehorende erf, tenzij er sprake is van een ernstig geval. Sluiting Indien er bij een woning en/of het bijbehorende erf geen sprake is van een eerste overtreding of als er sprake is van een ‘ernstig geval’ (bij een eerste overtreding), dan wordt er niet gewaarschuwd maar volgt er direct een sluiting van de woning en/of het bijbehorende erf. Ernstig geval Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als één of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Daarbij is geen sprake van een limitatieve opsomming: de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (hierbij kan gedacht worden aan de soort aangetroffen middelen, aan de hoeveelheid als zodanig en of die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel. Het aantreffen van een handelshoeveelheid is op zichzelf al voldoende om aan te nemen dat er van handel sprake is (hierbij wordt aangesloten bij de richtlijnen van het OM). Daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking hoeft niet aangetoond te worden; de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het instandhouden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt); er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet (ook bij minder dan een handelshoeveelheid harddrugs); de wijze waarop de aangetroffen middelen zijn verpakt; het aantreffen van handelsgeld en/of aanwezigheid van (vuur)wapens/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie; de omstandigheid dat de woning als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers fungeert (dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen etc.); er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n); er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet vooral gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, zoals geweld, mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen); aannemelijk is dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt; er sprake is van overlast vanuit de woning, waaronder gewelds- en openbare orde delicten in of rond de woning; er sprake is van ondeugdelijke of ondoorzichtige huurconstructies en niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen; er is sprake van recidive door dezelfde persoon; de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden (hierbij kan gedacht worden aan de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit). In aanvulling op voorgaande indicatoren wordt in de situatie dat sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen rekening gehouden met de volgende indicatoren: de aard van de stoffen of goederen (hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen welke niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs); de mate waarin de goederen erop wijzen bestemd te zijn voor productie van of handel in drugs; de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het instandhouden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt); de combinatie van aangetroffen stoffen (hierbij kan gedacht worden aan het tegelijk verkopen, danwel aanwezig hebben van goederen die voor verwerking, transport of bereiding van drugs bedoeld zijn, zoals grammenweegschalen, drugsverpakkingen, versnijdingsmiddelen, etc.); de hoeveelheid aangetroffen stoffen of goederen; de mate van bekendheid van het pand waar dergelijke producten verkocht, verhandeld, gebruikt of geproduceerd kunnen worden; de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden (hierbij kan naast de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit gedacht worden aan brandgevaar, risico’s verbonden aan het gebruik van chemicaliën, etc.). 3.3 Harddrugs In deze paragraaf staan de uitgangspunten die de burgemeester van Harderwijk in acht neemt bij de toepassing van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet bij woningen en bijbehorende erven, indien een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen en/of indien sprake is van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 13b lid 1 onder b van de Opiumwet, ten aanzien van de handel in/productie van harddrugs. Handelshoeveelheid harddrugs De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat als er een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen, een woning zonder voorafgaande waarschuwing mag worden gesloten, als uit het beleid volgt dat een handelshoeveelheid harddrugs gezien wordt als een ernstig geval. Als er een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen in de woning en/of een daarbij behorend erf, is sprake van een ernstig geval. Op grond van dit beleid zal een woning in dat geval direct, dat wil zeggen zonder voorafgaande waarschuwing, worden gesloten. Voorbereidingshandelingen; eerst waarschuwen, tenzij ernstig geval Als er sprake is van voorbereidingshandelingen ten aanzien van handel in/productie van harddrugs dan zal bij een eerste overtreding van de Opiumwet, in principe eerst een waarschuwingsbrief worden verstuurd aan de overtreder en de rechthebbenden op het gebruik van het pand en/of het bijbehorende erf, tenzij er sprake is van een ernstig geval. De indicatoren die hiervoor onder het kopje ‘Ernstig geval’ staan benoemd, zijn van overeenkomstige toepassing. Sluiting bij voorbereidingshandelingen Indien er bij een woning en/of het bijbehorende erf geen sprake is van een eerste overtreding of als er sprake is van een ‘ernstig geval’ (bij een eerste overtreding), dan wordt er niet gewaarschuwd maar volgt er direct een sluiting van de woning en/of het bijbehorende erf. Combinatie van middelen Indien in een woning en/of daarbij behorend erf zowel handelshoeveelheden softdrugs als een handelshoeveelheid harddrugs worden aangetroffen, dan geldt het regime voor harddrugs. 3.4 Handhavingsmatrix bewoonde woningen In onderstaande matrix staan de verschillende, in zwaarte oplopende, middelen die bij bewoonde woningen worden ingezet. 1ste constatering 2de constatering 3de constatering 4de constatering voorbereidings- handelingen schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval Sluiting voor 3 maanden Sluiting voor 6 maanden Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal 6 maanden) softdrugs schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval Sluiting voor 3 maanden Sluiting voor 6 maanden Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal 6 maanden) voorbereidingshandelingen/ softdrugs als sprake van een ernstig geval Sluiting voor 3 maanden Sluiting voor 6 maanden Sluiting voor 12 maanden Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal 12 maanden) harddrugs Sluiting voor 6 maanden Sluiting voor 12 maanden Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal 12 maanden) 3.5 Verjaring Indien er sprake is van een waarschuwing, dan geldt dat een volgende stap in het stappenplan wordt gezet, wanneer binnen een termijn van twee jaar na een vorige constatering opnieuw een overtreding in dezelfde woning en/of het daarbij behorende erf plaatsvindt. Vindt een constatering plaats na twee jaar na de vorige constatering, dan wordt de handhavingsmatrix van voren af aan herhaald. Het is daarbij niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op de woning en/of het bijbehorend erf wordt begaan. Als er geen sprake is van een waarschuwing, dan geldt dat een volgende stap in het stappenplan wordt gezet, wanneer binnen een termijn van vijf jaar na een vorige constatering opnieuw een overtreding in dezelfde woning en/of het daarbij behorende erf plaatsvindt. Vindt een constatering plaats na vijf jaar na de vorige constatering, dan wordt de handhavingsmatrix van voren af aan herhaald. Het is daarbij niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op de woning en/of het bijbehorend erf wordt begaan.18Er wordt bij waarschuwingen een termijn van twee jaar gehanteerd, aangezien de waarschuwing volgens de conclusie van Widdershoven van 24 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:249) anders een besluit wordt dat voor bezwaar en beroep vatbaar is. Dat is niet wenselijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel