9.1 Internationale Schakel Klassen (ISK): taal en onderwijs voor nieuwkomers (VO) van 12 t/m 18 jaar
Beoogd effect
Nieuwkomers (leerlingen in het VO), die in Utrecht of in de nabijgelegen gemeenten wonen, beheersen de Nederlandse taal na onderwijs te hebben ontvangen op het ISK zodat zij kunnen uitstromen naar het reguliere onderwijs op het niveau naar vermogen. Met het aanbieden van taal onderwijs aan jongeren die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn om aan het regulier (Nederlandstalig) onderwijs deel te nemen wordt beoogd, dat de leerlingen zo snel mogelijk doorstromen naar het regulier (Nederlandstalig) onderwijs.
Aanvullende eisen aan de aanvrager
Eén schoolbestuur Voortgezet Onderwijs, zoals gesteld in artikel 3, dat namens de ander schoolbesturen de Internationale schakelklassen, in Utrecht verzorgt.
Subsidiabele activiteiten
Het ISK:
• biedt taalonderwijs aan nieuwkomers (VO);
• heeft een regionale functie, dit betekent dat zij plek biedt aan leerlingen die in Utrecht of in de nabijgelegen gemeenten wonen;
• bereidt leerlingen voor op het Nederlandstalig onderwijs;
• signaleert leerachterstanden en sociaal-emotionele hulpvragen en biedt hier een passend onderwijsaanbod voor;
• begeleidt analfabete leerlingen in kleine groepen (tussen de 8-10 leerlingen);
• schakelt jaarlijks tussen de 1/3 en ½ van de leerlingen door naar een VO of MBO school.
Aanvullende eisen aan de aanvraag
In aanvulling op artikel 5 dient in de aanvraag inzicht te worden gegeven in het aantal extra fte dat wordt ingezet.
9.2 Psychosociale pedagogische interventie (PPI) in het voortgezet onderwijs
Beoogde effecten
• De psychosociale pedagogische interventie richt zich op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten door in groepsverband en waar nodig ook met individuele aandacht, passende hulp en ondersteuning te bieden aan jongeren met uiteenlopende (relatief lichte) psychosociale problemen, zoals gebrek aan motivatie, weinig zelfvertrouwen, geen vriend(inn)en, moeilijkheden thuis.
• Doel van de hulp en ondersteuning is het duurzaam versterken en verbeteren van het functioneren van de jongere (en zijn omgeving) zodat de schoolloopbaan kan worden voortgezet.
Aanvullende eisen aan de aanvrager
De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen die samenwerken met Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs zoals gesteld in artikel 3.
Subsidiabele activiteiten
Activiteiten binnen PPI bestaan uit:
• Overleg met jongere, ouders, school en kernpartners (vooraf, tijdens en na het traject van hulpverlening).
• Een ondersteuningsplan (onderdeel van het onderwijsondersteuningsplan en een eventueel gezinsplan).
• Hulp en ondersteuning aan jongeren met psychosociale problemen in kleine groepen (8-10 jongeren).
• Professionaliseren medewerkers school ten behoeve van de omgang met de jongere(n).
Deelname van leerlingen aan PPI gebeurt:
• op verzoek van school en in nauwe samenwerking en afstemming met ouders/verzorgers, school en de kernpartners passend onderwijs (leerplicht, buurtteam Voortgezet Onderwijs, jeugdgezondheidszorg);
• direct na schooltijd.
De activiteiten van PPI:
• bevorderen het welbevinden van de /of leerlingen door de zelfredzaamheid en de competenties van leerlingen(en eventueel van ouders / verzorgers) te vergroten en te versterken;
• ondersteunen en versterken de mogelijkheden en handelingsvaardigheden van mentor/zorgcoördinator op school in de omgang met de jongere;
• versterken het sociaal netwerk;
• sluiten aan bij de vraag van de jongere, ouders en school.
Aanvullende eisen aan de aanvraag
In aanvulling op artikel 5 geeft u in de aanvraag een beschrijving van uw visie op de hulp en ondersteuning aan jongeren met psychosociale problemen in het voortgezet onderwijs. U geeft tevens aan welke rol u voor u zelf ziet in het Utrechts zorglandschap en hoe u samenwerkt met andere Utrechtse partijen rondom de jongeren in het voortgezet onderwijs.
9.3 Orthopedagogisch Didactisch Centrum (OPDC) Utrecht
Beoogd effect
Overbelaste jongeren met meervoudige problematiek die dreigen uit te vallen op school worden versterkt in hun gedragsrepertoire en duurzaam teruggeleid naar de school van herkomst, of doorgeleid naar een andere passende school, of naar de arbeidsmarkt.
Aanvullende eisen aan de aanvrager
Deze subsidie kan worden aangevraagd door het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs.
Subsidiabele activiteiten
De subsidie kan worden aangevraagd voor het aanbieden van een Orthopedagogisch Didactisch Centrum (OPDC) met schakelfunctie als integraal onderdeel van het dekkend aanbod passend onderwijs in het voorgezet onderwijs. Scholen melden leerlingen voor het OPDC aan bij het Samenwerkingsverband VO. Het SWV VO beslist over plaatsing.
De activiteiten van het OPDC omvatten in elk geval:
1. maatwerktrajecten voor leerlingen
• elke leerling heeft een ontwikkelingsperspectiefplan
• zes keer per jaar leerling-oudergesprekken
• spoedplaatsingen
• leermiddelen op maat, examenaanbod, stageaanbod.
• nazorg en expertiseoverdracht: 8 weken nazorg en begeleiding voor leerling en school;
2. gedragsinterventies
• extra trainingen;
• coaching;
• crisisinterventie;
• preventieve groepsactiviteiten:
o extra inzet van (ortho)pedagogen;
o ontwikkeling en professionalisering van de bij het SWV VO aangesloten scholen;
o in samenwerking met het SWV VO ontwikkelen van passend aanbod;
o flexibele schil om wisselingen in leerlingaantallen op te vangen.
De activiteiten zijn een aanvulling op het regulier onderwijs, de financiering voor leerlingen in het regulier onderwijs wordt voor 95% overgedragen door de school van herkomst.
Op het OPDC:
• is plaats voor 160 leerlingen;
• is bij alle leerlingen sprake van gestapelde problematiek, waarbij in ieder geval 90% gedragsproblematiek heeft (zowel internaliserend als externaliserend);
• ontvangen de leerlingen onderwijs en begeleiding, inclusief eventuele stages op hun niveau;
• wordt gewerkt aan gedragsverandering, werkhouding en het wegwerken van leerachterstanden;
• stromen de leerlingen binnen 2 jaar uit;
• is het mogelijk eindexamen te doen;
• blijven de leerlingen ingeschreven op de school van herkomst;
• is de gemiddelde groepsgrootte 12 leerlingen;
• is tussentijdse in- en uitstroom mogelijk.
9.4 Overgang primair onderwijs (PO) naar voortgezet onderwijs (VO)
Beoogd effect
Alle Utrechtse leerlingen vinden een plek op het voortgezet onderwijs dat aansluit bij hun niveau
Aanvullende eisen aan de aanvrager
Deze subsidie kan worden aangevraagd door het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs.
Subsidiabele activiteiten
De subsidie Overgang primair onderwijs (PO) naar voortgezet onderwijs (VO) (ook wel POVO) kan worden aangevraagd voor structurele stedelijke coördinatie POVO: er is één stedelijk coördinatiepunt POVO ingericht. Het stedelijk coördinatiepunt POVO heeft als taken:
• organiseren van de feitelijke overdracht van alle Utrechtse leerlingen van het PO naar het VO
• het coördineren van de aanmelding en waar nodig loting
• helpdeskfunctie voor scholen
• informatiefunctie voor scholen en ouders
• deskundigheidsbevordering: minimaal 3x per jaar themabijeenkomsten
• het faciliteren van de digitale overdracht
• het jaarlijks evalueren en verbeteren van de POVO-procedure.
9.5 Combinatiefuncties Brede School en activiteiten en Talentontwikkeling VO
Beoog(de) effect(en)
Een samenhangend aanbod van talentontwikkeling, ouderbetrokkenheid en pedagogische aanpak (burgerschap).
Aanvullende eisen aan de aanvrager
Deze subsidie kan worden aangevraagd door Schoolbesturen Voortgezet Onderwijs.
Subsidiabele activiteiten
Combinatiefuncties
Deze worden ingezet voor brede school overstijgende activiteiten zoals deskundigheidsbevordering en verbetering van de kwaliteit en de samenhang van het brede schoolaanbod.
Voor Brede Scholen voortgezet onderwijs is in totaal 7,4 fte combinatiefuncties beschikbaar.
Per Brede School VO is er als basis 0,4 fte beschikbaar. De resterende hoeveelheid fte wordt via de verdeelsleutel (per school het aantal leerlingen uit postcodecumulatiegebieden) over de scholen verdeeld. Bij de verdeling van de subsidie voor de combinatiefuncties gaan we uit van een maximaal bedrag van € 50.000 per fte bevoegde leerkracht en maximaal € 45.000 per fte onbevoegde leerkracht.
De subsidie voor talentontwikkeling kan worden aangevraagd voor een gevarieerd aanbod voor talentontwikkeling op het gebied van techniek, sport en cultuur in combinatie met burgerschap.
De activiteiten zijn een aanvulling op het bestaande curriculum en bieden een gevarieerd aanbod van talentontwikkeling zoals techniek, sport en cultuur in combinatie met democratisch burgerschap.
Per Brede School VO is er een basisbedrag beschikbaar. Voor Brede scholen met meer dan 120 leerlingen uit een cumulatiegebied is per extra leerling boven de 120 leerlingen uit een cumulatiegebied een extra bedrag beschikbaar. De bedragen worden op de website www.utrecht.nl gepubliceerd.
Aanvullende eisen aan de aanvraag
In aanvulling op artikel 5 dient in de aanvraag door middel van het jaaractiviteitenplan inzicht worden gegeven in:
• het aantal fte (combinatiefunctie) en het totaal budget op basis van het normbedrag en afhankelijk van de bevoegdheid van de professional;
• de wijze waarop talentontwikkeling wordt georganiseerd in termen van:
o periodes van de activiteiten (binnen-buiten schooltijd en periodes in schooljaar)
o soort activiteiten (sport, kunst, cultuur en techniek) en eventueel de relatie tot aanpalende activiteiten bijv. cultuur(educatie), jongerenwerk
o aantal deelnemende leerlingen
o de wijze van toeleiding naar en verbinding met sport- en/of cultuurvoorzieningen in de wijk/stad
• de wijze waarop aan de samenwerking met de partners invulling wordt gegeven;
• de wijze waarop wordt gewerkt aan de (gezamenlijke) pedagogische aanpak (burgerschap)
• m.b.t het jongerenwerk aangeven met welk doel en welke resultaten de activiteiten van het jongerenwerk worden uitgevoerd.
• eventuele inzet van overige budgetten.
De inzet op fte voor combinatiefuncties kan niet worden omgezet in activiteitenbudget
• Binnen de fte combinatiefuncties – met uitzondering van de basisinzet (0,4 fte) - mag in voorkomende gevallen en in overleg met de gemeente wel geschoven worden tussen Brede Scholen vallend onder hetzelfde bestuur. Deze bepaling is alleen van toepassing indien daar melding van wordt gemaakt in de subsidieaanvraag.
• De overige inzet mag naar eigen inzicht worden vertaald in een activiteitenplan, mits dit bijdraagt aan benoemde effecten en te herleiden is naar benoemde subsidiabele activiteiten.
9.6 Stedelijke coördinatie loopbaanoriëntatie Voortgezet Onderwijs (VO) naar Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)
Beoogd(e) effect(en)
Het versoepelen (inhoudelijk én procedureel) van de overgang die leerlingen in de stad Utrecht aan het einde van het voortgezet onderwijs (VO) naar het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) maken, voor een goede start op het MBO en om voortijdig schoolverlaten van een jongere tegen te gaan.
• 100% van de VO-scholen heeft beleid op Loopbaanoriëntatie en begeleiding(LOB) dat minimaal aan de eisen van de Utrechtse LOB-standaard van het Samenwerkingsverband Sterk VO voldoet.
• Bij alle probleemsituaties worden ouders en/of leerplicht betrokken;
Jongeren maken een bewuste(re) keuze voor een vervolgopleiding: waarbij in de keuze aandacht is voor de marktsectoren die een gunstig perspectief bieden op werk nu en in de nabije toekomst (kiezen met het hart én het hoofd).
Aanvullende eisen aan de aanvrager
Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking:
• Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs, zoals gesteld in artikel 3.
Subsidiabele activiteiten
De subsidie kan worden aangevraagd voor:
• stedelijke coördinatie VO-MBO en implementatie van regionaal beleid op de scholen aangesloten bij het samenwerkingsverband Sterk VO;
• inzet begeleiders passend onderwijs op alle VO scholen ten behoeve van de implementatie van afspraken voortkomend uit de actielijnen van de SchoolWerkt agenda (m.n. actielijn 2 en 5 gericht op het verbeteren van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het versterken van loopbaanoriëntatie en beroepsbeeldontwikkeling) en het convenant kwetsbare jongeren;
• deskundigheidsbevordering via het organiseren van netwerkbijeenkomsten, proeftafels en miniconferenties;
• ondersteunen LOB projecten van scholen inclusief trainingen; afstemming van LOB ontwikkelingen op scholen op gemeentelijk beleid en lob activiteiten van derden;
• uitvoeren van de aanpak ouderbetrokkenheid.
• kennisdeling tussen alle scholen aangesloten bij Sterk VO over het LOB beleid en overgang naar vervolgonderwijs, dagbesteding en/of arbeid ondersteunen LOB projecten van scholen inclusief trainingen.
9.7 Regionale aanpak schooluitval (aanpak VSV) en jongeren in kwetsbare positie
Beoogde effecten
Meer jongeren in RMC-regio 19 Utrecht worden begeleid op hun unieke pad naar kansrijke deelname aan de samenleving door het voorkomen van (tijdelijke) schooluitval en het stimuleren dat minimaal een startkwalificatie behaald wordt die kans biedt op werk.
Op basis van de regionale SchoolWerkt agenda zijn er vijf actielijnen en de specifieke doelgroep oud VSV’ ers te onderscheiden. Inzet hierop leidt tot het volgende:
• Elke jongere is in beeld.
• Meer jongeren behalen een startkwalificatie.
• Meer jongeren met ondersteuningsbehoefte zijn warm overgedragen.
• Jongeren maken een bewustere en realistischere opleidingskeuze.
• Meer jongeren vinden een stage en leerwerkbaan door goede samenwerking tussen VO, MBO, werkgevers en gemeenten.
Aanvullende eisen aan de aanvrager
Voor deze subsidie komen in aanmerking:
• Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs binnen RMC-regio 19 Utrecht;
• Besturen van een MBO-instelling RMC-regio 19 Utrecht voor de eigen organisatie of namens andere MBO-instellingen RMC-regio 19 Utrecht (penvoerder), aanvragende voor een of meer MBO-instellingen RMC- regio 19 Utrecht die voldoen aan de daarvoor vastgestelde criteria;
• Gemeenten Nieuwegein, Woerden en Zeist als kerngemeenten binnen de subregio’s in RMC-regio 19
Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten zijn opgenomen in het regionale programma VSV 2019-2020. De subsidie kan worden aangevraagd voor de volgende activiteiten:
• Creëren sterke basis voor de jongere: uitdagend onderwijs, eisen stellen aan de inzet van de jongeren en ondersteunende leefomgeving.
• Loopbaanoriëntatie organiseren in een doorlopende leerlijn.
• Sluitende overgangen en warme overdracht.
• Extra ondersteuning waar nodig en passende begeleiding voor jongeren in kwetsbare positie
• Goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
• Versterking van toekomstkansen voor eerder uitgevallen jongeren.
De wijze van verdeling van beschikbare Rijksmiddelen voor de regionale aanpak VSV wordt vastgesteld door de regionale Stuurgroep SchoolWerkt en vastgelegd in het Regionaal Programma VSV voor 2019 en 2020. Dit is het regionale uitvoeringsplan van de SchoolWerkt agenda.
Aanvullende beoordeling
De beoordeling en toetsing van de aanvraag vindt plaats door de gemeente Utrecht, vanuit de rol als centrumgemeente in RMC regio 19 Utrecht. Uitvoering vindt plaats binnen de kaders die zijn afgesproken met de partners in RMC regio Utrecht en zijn vastgelegd in het regionale programma VSV 2019 – 2020.
9.8 Loopbaanoriëntatie in een doorgaande leerlijn in PO en VO
Beoogd(e) effect(en)
Het stimuleren van jongeren om díe ervaringen op te doen die helpen een realistisch toekomstbeeld te ontwikkelen leidend tot:
• een bewuste(re) keuze voor een vervolgopleiding: waarbij in de keuze aandacht is voor de kans op een baan na afronding van de vervolgopleiding (kiezen met het hart én het hoofd).
• gelijke kansen op een succesvolle toekomst.
Aanvullende eisen aan de aanvrager
Voor deze subsidie komen uitsluitend in aanmerking organisaties met minimaal drie jaar aantoonbare ervaring met het organiseren van onder meer snuffelstages, sollicitatietrainingen en loopbaanoriëntatie voor po en vo en met een aantoonbaar relevant netwerk van scholen en werkgevers.
Subsidiabele activiteiten
De subsidie kan worden aangevraagd voor:
• Activiteiten gericht op competentieontwikkeling en persoonlijke begeleiding in het kader van loopbaanoriëntatie voor leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs;
• Bijdragen aan de uitvoering van het lob beleid van Utrechtse scholen, waaronder het ondersteunen van scholen met het vormgeven van het netwerk van stages;
• Het leveren van een bijdrage aan kennis en leernetwerken van het stedelijk LOB netwerk over het LOB beleid en overgang naar vervolgonderwijs, dagbesteding en/of arbeid.;
• Het samen met de scholen en samenwerkingsverbanden informeren van ouders over lob en kansrijke beroepsrichtingen;
• Periodiek rapporteren en adviseren over de lob ontwikkelingen op de scholen tbv gemeentelijk beleid.
Aanvullende eisen aan de aanvraag
Aanvullend op artikel 5 geeft u in de aanvraag een overzicht van de afspraken per school bestaande uit de geplande activiteiten en het verwachtte aantal te bereiken leerlingen.