Er bestaat geen landelijke, wettelijk voorgeschreven normering voor autoparkeerplaatsen. Wel zijn er landelijke parkeerkencijfers die zijn ontwikkeld door het kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte: CROW. De herijkte Utrechtse parkeernormen vinden, net als die uit 2008, hun basis in deze CROW-parkeerkencijfers (5). Deze cijfers worden, vanwege het onderzoek dat daaraan ten grondslag ligt, beschouwd als de landelijke standaard en de meeste Nederlandse gemeenten gebruiken ze als basis voor de parkeernormering. Ook Utrecht baseert al geruime tijd een groot aantal functies op de CROW-methodiek.
4.3.1 Verlaging minimumnorm
Utrecht wil een impuls geven aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad. Daarom worden bij nieuwe ontwikkelingen in het A1-, A2- en B1-gebied ( de gebieden waar betaald parkeren geldt), de parkeernormen voor de auto verlaagd. Deze verlaging is verantwoord omdat:
■ het autobezit in deze gebieden veel lager is dan het landelijk gemiddelde;
■ de gebieden goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer en fiets;
■ betaald parkeren voorkomt dat eventuele nadelige gevolgen worden afgewenteld op de omgeving (aan de gebruikers worden geen parkeervergunningen verstrekt).
Het verlagen van de minimum parkeernorm biedt een stimulans voor een aantrekkelijke en bereikbare stad en voor binnenstedelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt een afname van het aantal verzoeken om af te wijken van de norm, beoogd.
Concreet betekent het bovenstaande dat in de gebieden met betaald parkeren (gebieden A1, A2 en B1) de minimale parkeernorm wordt verlaagd ten opzichte van de CROW-parkeerkencijfers. Voor gebieden A1 en A2 wordt de minimale parkeernorm met 25% verlaagd, in het B1-gebied met 15% (zie tabel 4.1).
gebied
minimale norm
maximale norm
A1 en A2
zone centrum minus 25%
zone centrum
B1
zone centrum minus 15%
zone centrum
B2
zone centrum
zone centrum
C1
zone schil/overloopgebied
zone schil/overloopgebied
C2
rest bebouwde kom
rest bebouwde kom
Tabel 4.1: Toepassing CROW-parkeerkencijfers in Utrechtse normering
In bijlage B1 is een totaal overzicht van de Utrechtse autoparkeernormen opgenomen. Niet alle functies die CROW onderscheid zijn opgenomen in bijlage B1, omdat dit weinig voorkomende functies zijn. De CROW-kencijfers kunnen, samen de gedachtelijn uit tabel 4.1, worden gehanteerd om de parkeereis voor functies die niet voorkomen in bijlage B1 te bepalen.
4.3.2 Bijstelling grondslag voor wonen
In de nieuwe parkeernormen is de grondslag voor (reguliere) woningen op twee punten bijgesteld ten opzichte van 2008:
■ De differentiatie tussen koop- en huurwoningen is geschrapt. De verschillen tussen beide woningtypen blijken nauwelijks relevant voor de parkeerbehoefte als ook de woninggrootte wordt meegerekend.
■ Het woningoppervlak wordt uitgedrukt in bruto vloeroppervlak (bvo) van de woning achter de voordeur. Op deze wijze kan al in een vroeg stadium bij nieuwbouw- en functieverandering de parkeerbehoefte worden bepaald. Over de maat ‘bvo’ (oppervlakte achter de voordeur, gemeten conform de meetmethoden van NEN2580) bestaat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de maat ‘gebruiksoppervlakte’ (gbo), geen onduidelijkheid in de planfase. De parkeernorm zelf geldt per woning.
De minimum parkeernorm voor woningen tot 50 m2 bvo en voor woningen van 50 tot 75 m2 bvo vertoont een sterke sprong. Hoewel elke grens arbitrair is, is deze sprong noodzakelijk gebleken. Van de woningen groter dan 50 m2 bvo wordt namelijk een aanzienlijk groter deel bewoond door meer dan één persoon. Hiermee stijgt het autobezit.
Hoofdstuk › Paragraaf 4
Artikel 4.3
Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2008
Onderdeel van Beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto 2019 (Bijlage I Nota Stallen en parkeren)