Het BBV geeft in hoofdstuk V de artikelen 59 t/m 65 weer. In deze artikelen wordt aangegeven welke
investeringen onder welke voorwaarden geactiveerd mogen of moeten worden.
Wanneer is sprake van een investering?
Voor de beantwoording wordt eerst vastgesteld in welke gevallen activering plaatsvindt van uitgaven waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Niet alle uitgaven waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt worden immers geactiveerd. In het BBV worden vrijwel geen criteria gegeven voor de herkenning van vaste activa. Om consistentie te bereiken stellen we hierover het beleid vast in deze nota.
Voor het activeren van kosten zijn de volgende criteria relevant:
Er moet sprake zijn van het aanschaffen of vervaardigen van een duurzaam middel dat een duidelijke economische levensduur heeft, bijvoorbeeld de bouw van een school;
De uitgaven die verbonden zijn aan de aanschaf of vervaardiging van het duurzame middel dienen substantieel te zijn en hebben geen betrekking op het onderhoud van een bestaand actief;
Er moet sprake zijn van een toekomstige dekking van de geactiveerde uitgaven door opbrengsten die logischerwijs met de investering samenhangen of door binnen de begroting budgettaire ruimte beschikbaar te hebben voor de bij de investering behorende kapitaallasten;
Investeringen met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.
Investeringen die worden geactiveerd, moeten in de volgende categorieën verantwoord worden:
Immateriële vaste activa
Materiele vaste activa
Financiële vaste activa
Deze 3 activa categorieën worden hierna in paragraaf 3.2 t/m 3.4 behandeld.
De volgende uitgangspunten zijn voor het verlengen van de looptijd van investeringsbudgetten waarop nog geen uitgaven zijn gedaan van belang:
De raad beslist bij de jaarrekening of de looptijd van investeringen die ouder zijn dan 2 jaar en waar nog geen uitgaven op staan, open blijven staan in het volgende dienstjaar;
Indien het investeringsbudget bij raadsbesluit wordt afgevoerd en later alsnog moet worden uitgevoerd, dan neemt de raad hierover een nieuw besluit.