Voor een succesvol participatietraject heb je niet alleen een goed ontworpen proces nodig, met heldere kaders, maar participatie vraagt ook wat van hou- ding en gedrag van alle deelnemers (samenleving, raad, college en organisatie). Inwoners geven bijvoorbeeld aan dat de gemeente niet echt luistert, hen niet als serieuze gesprekspartner benadert en geen terugkoppeling geeft.
Daarom hebben we 4 spelregels opgesteld, geïnspireerd door Delfts Doen (de Delftse participatie-aanpak voor de omgevingswet).
Spelregel 1: we bieden deelnemers in het participatietraject een gelijkwaardig gesprekspodium
Dat betekent dat belanghebbenden in gelijke mate de ruimte krijgen om hun input te geven en dat de inbreng van alle deelnemers wordt meegenomen. Denk aan: wanneer een deel van de belanghebbenden een rechtstreeks contact heeft met raad of bestuur, moeten ook andere belanghebbenden die mogelijkheid hebben.
Spelregel 2: we hebben elk onze eigen rol, lichten deze toe en zijn er op aanspreekbaar
Dat betekent bijvoorbeeld dat wanneer we verantwoordelijkheid nemen voor het proces van participatie (vaak is dat de gemeente, maar dat kan ook een initiatiefnemer zijn, zie kernvraag c) op p. 10) we ook aanspreekbaar zijn op de kwaliteit van dat proces. Of wanneer een dorpsraad aangeeft te kunnen adviseren over deelnemers aan een participatieproces, zij aanspreekbaar zijn op dat advies.
Spelregel 3: we zijn open naar elkaar over het proces en wat we van elkaar verwachten
Dat betekent dat we met elkaar delen welke stappen we in het participatie- proces zetten, met wie en wanneer (bijvoorbeeld wie uiteindelijk besluit en wat we met de inbreng van inwoners gaan doen). We spreken uit wat we van elkaar verwachten, zodat we ook verwachtingen aan elkaar kunnen bijstellen als dat nodig is.
Spelregel 4: we zeggen wat we doen en we doen wat we zeggen
Dat betekent dat deelnemers in een traject elkaar informeren over hun eigen acties (bijvoorbeeld wanneer zij actief medestanders gaan werven) maar ook dat we ons houden aan de afspraken die we binnen het participatietraject met elkaar maken (bijvoorbeeld de afspraak dat deelnemers - en dus ook gemeente - elkaar infomeren voordat ze naar de media gaan).
Het kan bijdragen aan het onderling vertrouwen in een participatietraject om samen met deelnemers de spelregels op te stellen. Bovenstaande spelregels kunnen dan als inspiratie dienen. Deze vier spelregels zijn altijd een leidraad voor de gemeentemedewerkers.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
De vier spelregels
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent participatie (De Edese participatie-aanpak)