Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2

Nadere uitwerking artikel 4:6, eerste lid, onder b, van de verordening

Onderdeel van Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2019

Het gaat in dit artikel om de urgentiecategorie mantelzorgontvanger of -verlener. Het college kan een woningzoekende in deze urgentiecategorie op grond van artikel 12, derde lid, van de wet indelen, indien er geen sprake is van een afwijzingsgrond zoals vastgelegd in artikel 4:5, onder a tot en met l en de aanvrager: op meer dan 5 kilometer afstand woont van de mantelzorgontvanger of mantelzorgverlener in de mantelzorg relatie, waar de aanvraag op toeziet, en deze afstand een obstakel vormt tot het verlenen van de noodzakelijke mantelzorg; noodzakelijk moet verhuizen naar een locatie binnen 5 kilometer afstand van de mantelzorgverlener of mantelzorgontvanger, omdat de verleende zorg met de bestaande afstand een probleem vormt; kan aantonen dat er minimaal 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag sprake is van een bestaande mantelzorg relatie; de mantelzorg ontvangt of verleent voor tenminste 8 uur per week, verspreid over tenminste vier dagen per week; kan aantonen dat de mantelzorg situatie naar verwachting nog ten minste 1 jaar zal voortduren; kan aantonen dat de mantelzorg relatie tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger is gebaseerd op familiebanden of langdurige sociale omgang en niet voortkomt uit vrijwilligerswerk of zorgverlening tegen een financiële vergoeding betreft; kan aantonen dat de mantelzorgverlener en de mantelzorgontvanger beiden over zelfstandige woonruimte beschikken; kan aantonen dat de mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger beiden zelfstandig kunnen blijven wonen, wanneer de noodzakelijke mantelzorg wordt verleend; kan aantonen dat het betrekken van een zelfstandige woonruimte in Delft de enige manier is om ervoor te zorgen dat de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen; kan aantonen dat de voorliggende voorzieningen op grond van Wmo die zijn benut, zoals begrote of geleverde thuiszorg, in grote mate door de geleverde mantelzorg relatie worden verminderd; kan aantonen dat er naast de geleverde zorg op basis van de Wlz een reële noodzaak voor geleverde mantelzorg bestaat, of de mantelzorg relatie ertoe zal leiden dat deze geleverde zorg zal worden teruggedrongen; kan aantonen dat de verhuizing als oplossing kan worden aangemerkt als de goedkoopst compenserende voorziening. kan aantonen dat de mantelzorgverlener geen medische, fysieke of psychische problemen heeft en niet zelf afhankelijk is van mantelzorg om zelfstandig te kunnen wonen; niet in staat is om dit woonprobleem op te lossen met de toepassing van artikel 3:5 van de verordening, om zonder urgentieverklaring naar verwachting een woonruimte toegewezen te krijgen, door te reageren op het woningaanbod van Woonnet-Haaglanden; die eigenaar is van een koopwoning, deze koopwoning heeft verkocht en dit met documenten kan aantonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel