-
Artikel 1 Begripsbepalingen
- - In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- - de wet: de Wet basisregistratie personen;
- - college: het college van burgemeester en wethouders;
- - Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- - ingeschrevene: de ingeschrevene als bedoeld in artikel 1.1 sub e van de wet;
- - toezichthouder: de op grond van het bepaalde in artikel 4.2 van de wet door het college benoemde ambtenaar;
- - boete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5:40 Awb en artikel 4.17 van de wet;
- - overtreder: degene die verwijtbaar niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 4.17 onder a van de wet dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan het bepaalde in artikel 4.17 onder b van de wet of een valse aangifte heeft gedaan;
- - gelegenheidsgever: de persoon als bedoeld in artikel 4.17 sub b van de wet.
- - De begripsbepalingen van de wet zijn op deze beleidsregels onverkort van toepassing.
Artikel 2 Doel, bevoegdheden en mandatering
- - De bestuurlijke boete is een bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, met als doel de overtreder te bewegen alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen, zoals bedoeld in artikel 4.17 van de wet.
- - Het college is op grond van het bepaalde in artikel 4.17 van de wet bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
- - Het college kan deze bevoegdheid mandateren.
Artikel 3 Algemene bepalingen
- - Per geconstateerde overtreding wordt slechts één bestuurlijke boete opgelegd.
- - Indien iemand gelijktijdig twee of meer zelfstandige overtredingen pleegt, wordt voor alle overtredingen een bestuurlijke boete opgelegd.
- - Een bestuurlijke boete wordt binnen drie jaar nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, opgelegd.
- - Als op grond van de wet aan meerdere personen een boete kan worden opgelegd ten aanzien van dezelfde overtreding, wordt de boete aan alle overtreders opgelegd. Alle overtreders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van de opgelegde boete.
- - Indien de overtreder vóór inning van de opgelegde bestuurlijke boete komt te overlijden, vervalt deze op de datum van overlijden.
Artikel 4 Boetebedrag
| Overtreding Migratie | Boete | Wetsartikelen |
| Het niet doen van aangifte uit het buitenland | € 325,- | Artikel 2.38, eerste, tweede en vierde lid Wet BRP |
| Het niet doen van aangifte van een nieuwe verblijfplaats binnen Nederland | € 325,- | Artikel 2.39 eerste lid Wet BRP |
| Het niet verstrekken van inlichtingen over een mogelijk adreswijziging | € 200,- | Artikel 2.47 Wet BRP |
| Het ten onrechte opgeven van een adreswijziging naar een briefadres terwijl er sprake is van een woonadres | € 325,- | Artikel 2.39 derde lid Wet BRP |
| Het niet geven van inlichtingen door de briefadresgever over de briefadresnemer op verzoek van het gemeentebestuur | € 200,- | Artikel 2.45 vierde lid Wet BRP |
| Het geven van gelegenheid tot de overtreding | € 325,- | Artikel 4.17 sub b Wet BRP |
| Overtreding Brondocumenten | Boete | Wetsartikelen |
| Het niet overleggen van brondocumenten betreffende de burgerlijke staat of nationaliteit in verband met vestiging uit het buitenland | € 200,- | Artikel 2.38 derde lid Wet BRP |
| Het niet overleggen van brondocumenten van feiten die zich buiten Nederland hebben voorgedaan en in de BRP opgenomen moeten worden | € 200,- | Artikel 2.44 Wet BRP |
| Het niet overleggen van brondocumenten betreffende burgerlijke staat of nationaliteit op verzoek van het gemeentebestuur | € 325,- | Artikel 2.46 Wet BRP |
| Het niet overleggen van een buitenlandse overlijdensakte | € 200,- | Artikel 2.51 Wet BRP |
| Overtreding Migratie en Brondocumenten | Boete | Wetsartikelen |
| Onjuiste aangifte met overlegging van valse documenten | € 325,- | Artikel 2.38, 2.39 en 2.43 juncto 2.45 Wet BRP |
| Overig | Boete | Wetsartikelen |
| Overtreder heeft eerder een overtreding begaan waarvoor de boete opgelegd kan worden (recidive) | € 325,- | Alle hiervoor genoemde artikelen |
Artikel 5 Verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden
- - Voor het opleggen van de boete moet er sprake zijn van verwijtbaarheid.
- - Het college kan van het opleggen van een boete afzien of kan een boete matigen indien de overtreder dit aannemelijk maakt op grond van:
- - de ernst van de overtreding;
- - de mate van verwijtbaarheid;
- - de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of
- - de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, het opleggen van de (volledige) boete onevenredig is.
- - Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien bijzondere omstandigheden van toepassing zijn, waarmee bij de vaststelling van deze beleidsregels geen rekening is gehouden.
Artikel 6 Mate van verwijtbaarheid
Omstandigheden die niet leiden tot een vermindering van de mate van verwijtbaarheid zijn in ieder geval:
- - het niet (voldoende) beheersen van de Nederlandse taal;
- - het niet op de hoogte zijn van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 4.17 van de Wet;
- - het niet in staat te zijn van het behartigen van de belangen, doordat wordt gesteld dat de overtreder tijdelijk niet op het adres heeft gewoond. Hieronder wordt ook begrepen tijdelijk verblijf in het buitenland, tijdelijk verblijf in instelling voor de gezondheidszorg, instelling op het gebied van kinderbescherming of penitentiaire instelling;
- - indien wordt gesteld dat er geen post is ontvangen door slechte postbezorging of gebreken aan of ontbreken van een brievenbus.
Artikel 7 Valsheid in geschrifte
- - Indien een tot aangifte verplicht persoon een valse of vervalste aangifte doet, zich uitgeeft voor iemand anders dan wel valse of vervalste documenten overlegt met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken is er sprake van valsheid in geschrifte.
- - Van valsheid in geschrifte wordt door de toezichthouder BRP namens het college aangifte bij de politie gedaan.
- - Indien er sprake is van valsheid in geschrifte kan niet direct een bestuurlijke boete worden opgelegd. Conform artikel 5:44 Awb wordt de overtreding eerst aan het OM voorgelegd. Afhankelijk van de reactie van het OM kan alsnog een bestuurlijke boete worden opgelegd.
Artikel 8 Slotbepaling
- - Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels bestuurlijke boete Wet BRP gemeente Asten 2019”.
- - Deze beleidsregels treden daags na publicatie in werking.