Naar hoofdinhoud
Waar gaat het om? Sancties zijn onderdeel van de nalevingsstrategie. Deze sanctiestrategie geeft antwoord op de vraag: “hoe wordt in het Noordzeekanaalgebied opgetreden tegen overtredingen van regels”? De functie van sancties is dat een overtreder zich door repressief optreden van het openbaar bestuur genoodzaakt ziet om overtredingen te voorkomen of ongedaan te maken, ook wat betreft de effecten. Als de overtreder niet handelt, of bij ontbreken van een overtreder, kan het bevoegd gezag zelf optreden met een last onder bestuursdwang. Het doel van bestuursrechtelijk optreden is het beëindigen of voorkomen (van herhaling van) de overtreding. Sancties zijn bedoeld om naleving af te dwingen. Wat is de strategie? De keuze van een op te leggen sanctie geschiedt volgens de LHS. Bij de toepassing van de sanctiestrategie op concrete gevallen wordt bepaald wat de passende sanctie is, gelet op de ernst van de overtredingen en de kans op een tekort aan initiatief om de naleving zelf te herstellen. Bij de selectie van de sanctie wordt uitgegaan van uniforme criteria om de geschikte interventie mee te bepalen: Reëel uitzicht op herstel van situatie, weer voldoen aan regelgeving en einde aan overtreding? Aanleiding voor vergoeding van schade, indien niet of niet tijdig wordt hersteld? Aanleiding om economisch voordeel door de overtreding weg te nemen? Per opdrachtgever wordt aangesloten bij de door die opdrachtgever vastgestelde hoogte van op te leggen dwangsommen. Methodiek van de sanctie oplegging: Gedurende een handhavingstraject wordt een keuze gemaakt voor de juiste interventie(s). Vervolgens wordt bepaald of er verzachtende of verzwarende omstandigheden zijn, op basis van de interventiematrix uit de landelijke strategie. Bij elk segment in de matrix behoort één of meerdere interventie(s), zoals weergegeven in de tabel interventiematrix in de LHS. Per matrixvakje kunnen meerdere interventies gelijktijdig worden ingezet. Dat betekent dat bestuursrecht en strafrecht gecombineerd kunnen worden toegepast. Bij meerdere overtredingen na elkaar, of bij overtredingen die bewust zijn begaan en die ernstig zijn, kan dat leiden tot het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van een last onder bestuursdwang. Instrumenten: Keuze voor last onder bestuursdwang Bestuursdwang wordt toegepast bij spoedeisende en ernstige zaken, ongeacht of de overtreder wil meewerken. Als de overtreder per direct de situatie op kan en wil lossen, wordt hem die gelegenheid gegeven. Bij de inzet van bestuursdwang is de ernst leidend, waarbij gevaar (voor de omgeving) kan ontstaan, of wanneer de overtreder de overtreding niet ongedaan wil maken. Bij overige situaties wordt een dwangsom opgelegd of wordt gewaarschuwd. Voor de hoogte van de dwangsom in relatie tot de last wordt in de regio Noordzeekanaalgebied de interventiematrix uit de LHS toegepast. Komende tijd wordt nader verkend of er behoefte is aan een specifiekere leidraad. In alle gevallen kan sprake zijn van de toepassing van strafrecht, ongeacht de beslissing tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom. Bouwstop met (preventieve) last onder dwangsom Naast het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang kan bij de bouwactiviteit een bouwstop (met een last onder dwangsom) worden gegeven, met als doel om de bouw stil te leggen. Dit geldt voor de provinciale taken en ook voor gemeenten indien een gemeente ervoor kiest dit VTH-beleid van toepassing te verklaren op de bouwtaken. Het opleggen van een bouwstop heeft tot doel om de situatie (tijdelijk) als het ware te bevriezen. Het staken van de bouwwerkzaamheden voorkomt namelijk dat de illegale situatie in ernst en omvang toeneemt en bovendien voorkomt een bouwstop dat er geen extra kosten voortvloeien uit het aanpassen van het betreffende bouwwerk aan de geldende regels of het afbreken van het bouwwerk. In de praktijk is de stillegging een eenvoudig en effectief instrument, omdat direct kan worden opgetreden. Het stilleggen is een tussenoplossing, om vervolgens te bezien of het bouwen na verlening van de bouwvergunning kan worden voortgezet of dat het reeds gebouwde niet gelegaliseerd kan worden en moet worden verwijderd. Als een bouwstop heeft plaats gevonden door toepassing van een last onder bestuursdwang kan daarna, volgens vaste jurisprudentie, een (preventieve) last onder dwangsom worden opgelegd. Gelet op het doel van de bouwstop hoeft het bestuursorgaan geen onderzoek te doen naar de legalisatie mogelijkheden. Een mondelinge stillegging dient zo spoedig mogelijk schriftelijk te worden bevestigd (binnen 48 uur). Aangezien de bouw-opdrachtgever/vergunninghouder in juridische zin eindverantwoordelijk is voor het bouwen, dient het besluit in ieder geval aan hem te worden verstuurd. Om aan alle betrokkenen transparant te maken dat de toezichthouder een bouwstop heeft opgelegd, wordt de waarschuwingsbrief ook gemaild aan de betrokken (onder)aannemer(s). Ontwikkelingen Verkenning van de behoefte aan een specifiekere leidraad c.q. regionale uniformering van de hoogtes van de dwangsommen. Monitoring: De sanctionering is te monitoren op basis van toegepaste sancties, zoals opgelegde lasten, opgestelde processen verbaal, het aantal bouwstops en inningen van dwangsommen.

Rechtspraak bij dit artikel