In 2001 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de kabinetsnota “Nationaal Antennebeleid”. Doel van het nationaal antennebeleid is het stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenne-opstelpunten binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid. In het kader van het Nationaal Antennebeleid worden tot een bepaald formaat antenne-installaties als geheel bouwvergunningvrij beschouwd, onder de voorwaarde dat er een landelijk convenant is waarin de operators zich binden om extra waarborgen in acht te nemen voor het plaatsen van antenne-installaties. Het convenant wordt afgesloten tussen operators, rijksoverheid en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. In dit convenant worden afspraken gemaakt over het betrekken van bewoners bij de plaatsing van antennes op een gebouw. Een meerderheid van de bewoners dient met de plaatsing op een woongebouw in te stemmen. Daarnaast verplichten de operators zich aan burgemeester en wethouders een plaatsingsplan aan te bieden waarin zowel de geplande als de reeds bestaande antennes zijn genoemd. De tekst van het convenant is aan zowel de Tweede Kamer als de Europese Commissie aangeboden. Deze laatste moet goedkeuring aan het convenant geven, alvorens het convenant in Nederland kan worden getekend. Pas na tekening van het convenant zal de Algemene maatregel van bestuur (Amvb) met betrekking tot vergunningvrijheid van antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie in werking treden. Hieronder wordt nader ingegaan op de inhoud van deze Amvb.
Artikel 4.1
Nationaal Antennebeleid
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Wormerland houdende regels omtrent het Antennebeleid mobiele telecommunicatie