Naar hoofdinhoud
Naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank in de zaak ‘gemeente Haarlemmermeer versus KPN en Libertel’ kan het plaatsen van GSM-zendinstallaties kleiner dan 5 m niet meer als vergunningvrij worden aangemerkt. Volgens de uitspraak bestaat een GSM-zendinstallatie uit een antenne in enge zin (hierop doelt de Woningwet), een mast of sokkel en een techniekkast, die onverbrekelijk met elkaar zijn verbonden. Door plaatsing van deze combinatie van onderdelen acht de rechter, dat er sprake is van de toevoeging van een wezensvreemde functie aan een gebouw en derhalve van een verandering van ingrijpende aard, waardoor de vraag om bouwvergunning door gemeenten gerechtvaardigd is. Met de wijziging van de Woningwet per 1 januari 2003 is een nieuwe Amvb “vergunningvrije en licht-vergunningplichtige bouwwerken” in werking getreden, waardoor GSM antenne-installaties tot 5 m alsnog vergunningvrij worden, mits de antenne wordt geplaatst op een hoogte van ten minste 9 m en de techniekkast inpandig of ondergronds wordt geplaatst. Ook mag de techniekkast op een plat dak worden geplaatst als de kast maximaal 2 m3 groot is en minstens 1 m achter de dakrand staat. Ook worden antennes en antennedrager vergunningvrij als deze in totaal maximaal 5 m hoog zijn en minimaal 3 m van de grond geplaatst worden op een aantal in de Amvb genoemde bouwwerken. In elk geval wordt de plaatsing in, op, aan of bij monumenten alsmede in beschermde stads- of dorpsgezichten uitgezonderd. In deze gevallen behoort de procedure voor een lichte bouwvergunning te worden gevolgd. Licht-vergunningplichtig wordt ook de plaatsing van antenne-installaties op of aan een hoogspanningsmast, wegportaal, reclamezuil, lichtmast, windmolen, sirenemast, antenne-installatie of een vrijstaande schoorsteen, mits de hoogte gemeten vanaf de voet van de antenne of de antennedrager niet meer dan 40 m bedraagt. In het navolgende schema is de vergunningplicht per 01-01-2003 schematisch weergegeven. In de eerste kolom worden de maten en plaatsingsmogelijkheden van de bouwwerken opgesomd, waarna in kolom twee en drie valt af te lezen of het bouwwerk al dan niet vergunningvrij of licht vergunningplichtig is. Indien het te toetsen bouwwerk afwijkt van de voorwaarden in de eerste kolom, betekent dit dat het bouwwerk volledig vergunningplichtig is. antenne-installatie t.b.v. mobiele telecommunicatie vergunningsvrij licht-vergunningplichtig toetsten bp. vrijstelling op of aan bouwwerk: 1) hoogte antenne+drager ≤0,5 m 2) techniekkast inpandig, ondergronds, op de grond geplaatst en max. 0,2 m3 groot of op plat dak en max. 0,2 m3 groot en min. 1 m achter de voorgeveldakrand indien niet in, op, aan of bij monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht -in, op, aan of bij monument; -in beschermd stads- of dorpsgezicht op of aan bouwwerk: 1) hoogte antenne+drager ≥0,5 m 2) min. op 9 m hoogte geplaatst gemeten vanaf omliggend terrein 3) techniekkast inpandig, ondergronds of op plat dak en max. 2 m3 groot en min. 1 m achter dakrand 4) bedrading in/naast antennedrager of inpandig of in kabelgoot min. 1 m achter voorgevellijn 5) antennedrager bij plaatsing op dak: -aan of bij object op dak of; -in het midden van dak of; -afstand tot voorgeveldakrand ten minste som is van 18 : plaatsingshoogte -hoogte antenne+ drager <5 m -indien niet in, op, aan of bij monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht -hoogte antenne+drager >5m, maar <40 m; -in, op, aan of bij monument; -in beschermd stads- of dorpsgezicht in bebouwde kom met art.19 lid 3 vrijstelling van bp. te verlenen. Als in buiten-gebied art. 19 lid 1 op of aan een hoogspanningsmast, wegportaal, reclamezuil, lichtmast, windmolen, sirenemast, vrijstaande schoorsteen of een antenne-installatie (niet passend in criteria hierboven) mits: 1) hoogte antenne+drager ≤5 m; 2) antenne min. 3 m hoog geplaatst; 3) techniekkast inpandig, ondergronds of op de grond en niet groter dan 2 m3 indien niet in, op, aan of bij monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht -in, op, aan of bij monument -in beschermd stads- of dorpsgezicht Licht-vergunningplichtige bouwwerken worden getoetst aan het bestemmingsplan. Daarom is gelijktijdig met de aanpassingen aan de Woningwet ook artikel 20 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening aangepast. Hiermee kan de gemeente voor de bouw van antenne-installaties in de bebouwde kom tot 40 m hoog met toepassing van artikel 19, lid 3, WRO vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan. In de meest rechter kolom van de tabel is in één oogopslag te zien welke vrijstellingsprocedure bij een licht-vergunningplicht bouwwerk, dat niet in het bestemmingsplan past, gevoerd moet worden. Vergunningvrije bouwwerken worden niet preventief getoetst. Zij hoeven niet te voldoen aan de bebouwingsvoorschriften van het geldende bestemmingsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel