1. De vaststelling van de subsidie vindt plaats door toepassing van de formules uit artikel 7 lid 2 en 3 en op basis van de informatie uit de eindrapportage en de controle daarop uit artikel 13 lid 3, 4 en 5.
2. Indien uit de controles genoemd in artikel 13 lid 4 en 5 blijkt dat (een deel van) het verleende subsidiebedrag niet conform de voorwaarden uit deze nadere regels verantwoord kan worden, zal de gemeente het betreffende bedrag terugvorderen.