Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Gesprekken

Onderdeel van Gesprekscyclus P&O

1. Er vindt minimaal 1x per jaar een jaargesprek plaats, ongeacht de functie/positie van de werknemer. Dit jaargesprek dient vóór de individuele periodiekdatum plaats te hebben gevonden en zijn vastgelegd. De leidinggevende is verantwoordelijk voor het tijdig inplannen van deze gesprekken. 2. Zonodig vinden tussentijds een of meerdere voortgangsgesprekken plaats. 3. In geval van onvoldoende functioneren vindt een verplicht functionerings-/verbetertraject inclusief periodieke gesprekken over de voortgang ervan plaats. In tegenstelling tot voorgaande gesprekken voert uitsluitend de leidinggevende de regie. Het opstarten van een functionerings-/verbetertraject is niet specifiek gekoppeld aan het jaargesprek, dit kan zonodig ook op elk ander gewenst moment worden geïnitieerd indien de situatie daartoe aanleiding geeft. Een functionerings-/verbetertraject heeft dan ook geen opschortende werking ten aanzien van het jaargesprek. 4. Indien de werknemer met pensioen gaat, vindt er een jaar voorafgaand aan dit pensioen geen beoordeling plaats, mits de beoordeling geen financiële consequenties heeft en/of er geen sprake is van een negatieve beoordeling. 5. De gesprekken vinden plaats aan de hand van het daarvoor vastgestelde verslagsformat zoals opgenomen in de bijlagen van deze regeling, gericht op de functievervulling en ontwikkeling van de werknemer en de te behalen resultaten. Hierbij zijn de gemaakte afspraken uit de afdelingsplannen, de beschreven werkzaamheden, competenties en resultaatgebieden uit het functieprofiel en functieloongebouw, de kernwaarden uit de visie op de organisatie, houding en gedrag leidend. 6. Hoewel het initiatief voor een gesprek primair bij de leidinggevende ligt, kan een werknemer eveneens een gesprek initiëren.

Rechtspraak bij dit artikel