Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.5

Intrekking

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1994

Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrek¬ken, indien: de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoe¬den dat zij onjuist of onvolledig waren.

Rechtspraak bij dit artikel