1. Omschrijving
Er is sprake van verblijfzorg Jeugd als de jeugdige formeel niet thuis slaapt in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij sprake is van een overnachting. Het kan gaan om opvang in een pleeggezin, gezinsgerichte opvang of in een vorm van groepsopvang of gesloten jeugdhulp. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf, evenals crisisopvang. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische-, psychosociale- en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.
2. Afwegingskader
Arnhem ziet de Verblijfszorg voor Jeugd als noodzakelijk voor de opvang van jeugdigen die echt niet meer thuis kunnen wonen en als het echt niet anders (ambulant) kan. Wanneer er besloten is om een kind uit huis te plaatsen, wat een zorgvuldig genomen besluit is waarbij meerdere professionals hebben meegekeken, plaatsen we bij voorkeur in een gezinsgerichte setting.
• Verblijf wordt alleen ingezet als de jeugdigen echt niet meer thuis kunnen wonen.
• De veiligheid van kinderen staat altijd voorop.
• De inzet van (jeugd)hulp en begeleiding op basis van vrijwilligheid heeft altijd de voorkeur boven de inzet op basis van 'drang' of 'dwang'.
• Daar waar tot (mogelijke) uithuisplaatsing wordt overgegaan, wordt vooraf:
o alternatieven voor verblijf onderzocht, waaronder de inzet van intensieve ambulante begeleiding in de thuissituatie;
o afstemming gezocht met op verblijf deskundige professionals uit de eigen organisatie waarvan minimaal een gedragsdeskundige, dan wel met die van betrokken organisaties, zoals aanbieders van jeugdhulp met verblijf en in geval sprake is van een situatie waar de veiligheid een rol speelt met de Jeugdbescherming of Veilig Thuis (consulatie en advies).
• De beslissing wordt zoveel mogelijk samen met ouder(s) gemaakt.
3. Doelen van de transformatie op verblijf
Op basis van het regionaal transformatieplan jeugdzorg 2018-2020 zijn doelen geformuleerd voor verblijf.
• Minder kinderen worden uit huis geplaatst.
• Als een plek noodzakelijk is, dan zorgen voor de juiste plek (matched care).
• Bestuurlijke ambitie is om zo weinig mogelijk jeugdigen op terreinvoorzieningen te plaatsen.
4. Uitgangspunten
• Zorg zo dicht mogelijk bij huis bieden.
• Naast aandacht voor uithuisgeplaatst kind ook aandacht voor het achterblijvend gezin / systeem.
• Voorkomen van doorplaatsingen.
• Zorgen voor een doorgaande zorglijn voor 18min/18plus.
• Zorgen voor goede uitstroommogelijkheden.
• Aandacht voor nazorg.
5. Productsoorten
We onderscheiden 4 categorieën van Verblijfszorg Jeugd, waarvan twee gezinsgericht en twee niet-gezinsgericht. Pleegzorg en gezinshuizen zijn gezinsgerichte vormen van hulp, omdat de kinderen in een respectievelijk vrijwillige of ‘professionele’ gezinssetting worden opgevangen. Deze genieten – ook wettelijk – de voorkeur boven residentiele plaatsing. De overige twee categorieën, groepen en groepen op terrein, betreft professionele opvang in residentiële jeugdhulp. In de residentiële jeugdhulp leven kinderen en jongeren, vrijwillig of gedwongen, dag en nacht buiten hun eigen omgeving. Zij verblijven in groepen en worden begeleid door pedagogisch medewerkers. Het verblijf kan variëren van enkele dagen per week tot de hele week, voor een korte of langere periode.
Productsoorten
1. Pleegzorg
2. Gezinshuizen
3. Leef- en behandelgroepen
4. Verblijf op terrein (drie-milieu-voorzieningen) en gesloten jeugdzorg
5.1 Pleegzorg
Doel
Het hoofddoel van pleegzorg is om de jeugdige (0-21 jaar) voor korte of langere tijd een veilige plek te bieden. Tijdens de pleegzorgplaatsing wordt onderzocht of de jeugdige terug kan naar de ouder(s) en, zo ja, wat daar voor nodig is. Als terugkeer naar huis niet mogelijk is, is een pleeggezin vaak het beste alternatief voor het bieden van een veilige en stabiele leefomgeving waarin de jeugdige kan opgroeien.
Omschrijving
Pleegzorg kan in een vrijwillig of een gedwongen kader. In het vrijwillig kader wordt pleegzorg aangevraagd door ouders in samenwerking met de lokale toegang. In het gedwongen kader is er sprake van een ondertoezichtstelling of voogdijregeling en vraagt de instelling voor gezinsvoogdij de pleegzorgplaatsing aan. In dat geval is er ook een machtiging uithuisplaatsing van de kinderrechter nodig.
Pleegzorg is gericht op terugkeer naar het eigen gezin. Er wordt zoveel mogelijk samen gewerkt met de biologische ouders. De duur van de pleegzorg varieert mede afhankelijk van het perspectief. Dit perspectief moet in het belang van het kind zo snel mogelijk duidelijk zijn. Pleegouders en opdrachtnemer zorgen in samenwerking met ouders en evt. gezinsvoogd voor deze duidelijkheid.
5.2 Gezinshuizen
Doel
Het hoofddoel van gezinshuizen is om de jeugdige voor korte of langere tijd een veilige plek te bieden.
Plaatsing in een gezinshuis is altijd gericht op perspectief, zo snel mogelijke terugkeer naar de biologische ouders, tenzij overeengekomen is dat dit niet mogelijk is. Dit wordt samen met de jeugdige/ouders bepaald. Primair begeleiding richting zelfstandigheid of terugplaatsing naar huis.
Omschrijving
Een Gezinshuis is een gezinsvorm voor kinderen met complexe problemen, die vaak wat ouder zijn dan het gemiddelde pleegkind. In een gezinshuis wonen gezinshuisouders met meerdere geplaatste kinderen en soms ook eigen kinderen. Gezinshuisouders zijn beroepsopvoeders die 7 dagen per week 24 uur per dag hun beroep uitoefenen. De gezinshuisouders zijn zelfstandig ondernemer, gelieerd aan een zorgaanbieder/koepelorganisatie, of in dienst van een zorgaanbieder. Een gezinshuis biedt een vervangende gezinssituatie en biedt een stabiele opvoed- en opgroeiomgeving, waar nodig aangevuld met behandeling.
5.3 Leef- en behandelgroepen
Doel
Leef- en behandelgroepen zijn gericht op jeugdigen met een opvoed- of behandelvraag die niet in een pleeggezin, gezinshuis of eigen netwerk terecht kunnen. De jeugdige is niet in staat in een gezinsstructuur te functioneren. De jeugdige kan problematiek hebben op het gebied van gedrag, psycho-sociaal of een (licht) verstandelijke beperking. De jeugdige is in staat om (redelijk) zelfstandig te functioneren, gaat o.a. naar school, en verblijf is gericht op het zelfstandig wonen of terugkeer naar een gezinssysteem.
Omschrijving
Leef- en behandelgroepen betreft residentiele zorg. In leef- en behandelgroepen krijgen kinderen en jongeren met psychosociale- of gedragsproblemen hulp en begeleiding. Zij kunnen de hele dag en nacht bij de instelling verblijven. De instelling is dan de vaste woon- en verblijfplaats. Kinderen kunnen ook een deel van de dag bij de instelling verblijven en daarnaast bij hun familie zijn.
De term leefgroep wordt vaak gebruikt wanneer de hulp gericht is op opvoeden en opgroeien. In behandelgroepen is de hulp vaak gericht op de behandeling van specifieke problemen, bijvoorbeeld gedragsproblemen.
5.4 Verblijf op terrein (drie-milieu-voorzieningen) en gesloten jeugdzorg
Doel
Verblijf op terrein en gesloten jeugdzorg zijn gericht op kinderen met ernstige gedragsproblemen of een (licht) verstandelijke handicap, die (nog) niet in een gezinscontext of in de wijk kunnen opgroeien.
Of jeugdigen die een bedreiging in de ontwikkeling hebben, zodanig dat het gedragsrepertoire en schoolgang dermate verstoord zijn, dat dit naar verwachting toekomstige maatschappelijke participatie in de weg staat. Doorgaans hebben zij complexe problematiek en vaak al meerdere mislukte hulppogingen gehad. Het doel is het creëren van een beter toekomstperspectief.
Omschrijving
Verblijf op terrein betreft voorzieningen (woon-/behandelgroepen) op een instituutsterrein, ofwel een 'drie-milieu-voorziening' (behandeling, onderwijs en vrije tijdsbesteding op één locatie). De primaire doelgroep betreft hier kinderen met ernstige gedragsproblemen of een (licht) verstandelijke handicap, die (nog) niet in een gezinscontext of in de wijk kunnen opgroeien. Deze verblijfszorg voorziet in een therapeutische context bestaande uit een stabiele ontwikkelings- en opvoedingsomgeving. Naast deze therapeutische context ontvangen jongeren individuele behandeling, en indien nodig zorg voor de ouders en de verdere familiecontext.
De zorg kan open of gesloten worden aangeboden.
Bij JeugdzorgPlus is sprake van een gesloten verblijf, omdat de jeugdige een risico vormt voor zichzelf of hun omgeving. Hierbij is dient sprake te zijn van een rechterlijke machtiging.
6. Aandachtspunten
6.1 Samenwerkende Voordeuren
Vanaf juni 2019 werken de intakebureaus van aanbieders van jeugdhulp met verblijf in Centraal Gelderland met elkaar samen. Dat betekent dat professionals en zorgaanbieders een vraag voor plaatsing van een jeugdige opvatten als een vraag aan het collectief van aanbieders. Het motto is niet: 'kan mijn organisatie deze jeugdige helpen' maar 'waar en hoe kunnen we deze jeugdige helpen'. Met deze afspraak moet het voor verwijzers eenvoudiger worden om voor de jongeren de best passende plek te vinden (matched care). De verwijzer heeft uiteindelijk wel het laatste woord over de definitieve plaatsing.
Deze 'voordeurmedewerkers' hebben in beeld welke mogelijkheden de eigen en andere organisaties hebben, wat de beschikbare capaciteit is en wat eventueel wachttijden zijn. Deze medewerkers staan in verbinding met elkaar en kunnen elkaar benaderen voor overleg of advies. Onder verblijfszorg wordt verstaan alle gezins- en residentiele verblijfsvormen voor jeugdigen van 0 tot 23 jaar die vallen onder de Jeugdwet.
6.2 Cliëntoverleg Jeugdzorg met verblijf
Regionaal wordt gewerkt aan een Cliëntoverleg voor jeugdhulp met verblijf. Daar kunnen jeugdigen worden besproken met een (mogelijke) verblijfsvraag, zowel voor instroom, doorstroom als uitstroom. Na besluitvorming over de start en werkwijze van het Cliëntoverleg kan het College nadere richtlijnen vaststellen voor plaatsing in verblijf.
6.3 Machtiging voor gesloten plaatsing
Zie bijlage 5 Richtlijn Jeugdzorg: Jeugdbescherming en -reclassering.