Informatieplicht van de inwoner
Het op tijd delen van volledige en juiste informatie door de inwoner wordt in de Participatiewet nadrukkelijk bij de inwoner gelegd. Op basis van deze informatie wordt de uitkering betaald waar de inwoner recht op heeft. Klopt de informatie dan wordt een rechtmatige uitkering verstrekt. Klopt de informatie niet, of ontbreekt er informatie, dan is er volgens de wet sprake van fraude. In veel gevallen wordt dan niet de juiste uitkering betaald. De constatering van fraude kan leiden tot terugvordering of het opleggen van een boete.
Informatie door de gemeente
Als het om informatie delen gaat is er sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Ook de gemeente moet haar best doen. Het moet de inwoner klip en klaar zijn wat er van hem wordt verwacht. Dat betekent dat de inwoner zo helder mogelijk wordt verteld wat de regels zijn. Het is onderzocht dat ongeveer 18% van de Nederlanders laaggeletterd is. Daarnaast vestigen anderstaligen zich in Ede. Ook is de Participatiewet opengesteld voor nieuwe doelgroepen die op hun eigen niveau aangesproken willen worden. Overigens is geen enkele inwoner gebaat bij jargon, moeilijke woorden of afkortingen.
Alle (fysieke) klantcontacten dragen bij aan het informeren van de inwoner en daarmee wordt de natuurlijke naleving van verplichtingen positief beïnvloed. Mensen zijn verschillend en moeten op verschillende wijzen gevoed worden met informatie. Deze verschillen zitten bijvoorbeeld in de vorm van communicatie (digitaal, schriftelijk, mondeling), het denkniveau van de inwoner, de afstand tot de arbeidsmarkt die de inwoner heeft en de wijze van informatieverwerking. De ene persoon heeft behoefte aan schriftelijke informatie, de andere aan informatieve workshops en sommige mensen onthouden zaken door deze te doen (bijvoorbeeld door het oefenen met invullen van formulieren). Hier wordt rekening mee gehouden in de communicatie met de klant.
De informatie wordt daarom regelmatig bekeken of deze begrijpelijk genoeg is. Het gaat hier om informatie in de voorlichting, in beschikkingen, op de website of in de nieuwsbrief. Ook is het belangrijk dat de medewerker van de gemeente begrijpelijke taal gebruikt. In een gesprek regelmatig achterhalen of de informatie wordt begrepen helpt hierbij.
Regelmatig wordt bekeken of de informatie vanuit de gemeente begrijpelijk is.
Handhaving is een thema dat regelmatig terugkomt in informatie aan de inwoner.
Ontmoeting
De beste manier om informatie te delen is ontmoeting. Regelmatig contact met de consulent kan de inwoner motiveren om vragen te stellen bij onduidelijkheden en/of sneller inlichtingen te verstrekken. Ontmoeting kan door middel van voorlichting aan een groep. Of door middel van een één-op-één gesprek.
Voorlichting aan een groep is vooral georganiseerd in het aanvraagproces. Het één-op-één gesprek is de afgelopen jaren vooral gebruikt om de inwoner met een uitkering te wijzen op alles waar hij mogelijk recht op heeft. Dit gesprek is ook een gelegenheid om de inwoner informatie te vragen zodat de rechtmatigheid van de uitkering wordt bevestigd. Op deze manier kan de gemeente haar dienstverlening optimaal baseren op het kennen van haar inwoner. Ook blijft de inwoner zich bewust van wat van hem wordt verwacht. De inwoner krijgt ook de gelegenheid om in het gesprek de informatie aan te vullen of te herstellen. De checklist levensonderhoud die in het toegangsproces wordt gebruikt wordt voor deze gesprekken geschikt gemaakt. De checklist maakt gebruik van de kleuren van het stoplicht. Bij oranje en rood zal een vervolgonderzoek komen. Daarna wordt beoordeeld wat dit betekent voor het vervolg van de uitkering of een eventuele sanctie.
De gesprekken met de inwoner worden uitgebreid met vragen om vast te stellen dat de uitkering rechtmatig wordt verstrekt.
De checklist levensonderhoud wordt voor het één-op-één gesprek geschikt gemaakt.
Toetsing van verklaringen van de inwoner gebeurt door nader onderzoek in te stellen op basis van de uitkomst van de checklist levensonderhoud.
Informatie ophalen door een themacontrole
Een themacontrole is een uit eigen beweging bedacht onderzoek, zonder dat er een voorafgaand en redengevend feit, signaal, grond of vermoeden van fraude is vereist. We onderzoeken aan de hand van een thema of de hoogte van de uitkering voor een bepaalde groep cliënten nog steeds juist is. De themacontrole maakt deel uit van een gelaagde handhavingsaanpak. Voorbeelden van themacontroles zijn:
Meerdere auto’s op naam hebben staan
Kamerverhuur
Partiële inkomsten
Een themacontrole wordt zorgvuldig opgezet. Zo dient vooraf rekening gehouden te worden met uitspraken van de rechter. Een themacontrole mag bijvoorbeeld niet discrimineren. Als er alternatieven zijn, dan moet een afweging zijn gemaakt tussen de alternatieven. Waarom is de themacontrole het beste alternatief? Ook moet de vraag worden beantwoord: staat het belang in verhouding tot de mogelijke inbreuk.
Elk uitvoeringsjaar wordt 1 themacontrole uitgevoerd.
Automatisch ontvangen informatie
De gemeente ontvangt signalen van de Stichting Inlichtingenbureau. Dit bureau heeft op grond van de Wet SUWI de opdracht om gemeenten informatie te geven over wijzigingen in de status van inwoners. Het Inlichtingenbureau voorziet de gemeente van diverse signalen over bankrekeningen, het huishouden, het inkomen of vermogen van uitkeringsgerechtigden. Er kan samenloop zijn tussen meerdere inkomensbronnen, of tussen uitkering en door het rijk bekostigd onderwijs, de samenstelling van een huishouden kan wijzigen of het vermogen verandert, wat invloed op de uitkering kan hebben.
De signalen kunnen helpen zijn bij het opzetten van een thema-controle.
De veelheid van signalen vergt een gecoördineerde aanpak. Deze ontbrak de afgelopen jaren.
Bij de coördinatie worden de signalen geprioriteerd. Er wordt gekeken naar de tijd van afhandeling in relatie tot capaciteit en verwacht effect. Dit wordt verder uitgeschreven in het jaarlijks plan van aanpak.
Het signaal dat binnen een huishouden iemand 21 jaar wordt krijgt een vaste prioriteit. Het is gebleken dat inwoners niet er op alert zijn dat ze de leeftijdswijziging moeten doorgeven. Terwijl de gemeente door middel van een signaal de maand ervoor doorgegeven krijgt. Niet proactief hierop zijn kan leiden tot hoge terugvorderingen. En de kwalificatie “schenden inlichtingenplicht” zou hier bovenop tot een boete moeten leiden.
Op dit punt maakt de gemeente werk van de gedeelde verantwoordelijkheid rond het elkaar informeren: de inwoner krijgt een brief dat de uitkering na het bereiken van de leeftijd van 21 jaar zal wijzigen.
De aanpak van geautomatiseerde ontvangen signalen wordt gecoördineerd uitgevoerd.
Signalen over het bereiken van de 21-jarige leeftijd van iemand binnen een huishouden worden proactief opgepakt. Het huishouden wordt per brief geïnformeerd over het wijzigen van de uitkering.
Informatie over huwelijk, verhuizing of overlijden
Het volstaat als de inwoner de informatie over huwelijk/geregistreerd partnerschap -gesloten onder de Nederlandse wet, verhuizing of overlijden verstrekt aan burgerzaken. Hij hoeft deze informatie niet nog een keer aan zijn inkomensconsulent te vertellen. Een huwelijk gesloten onder een buitenlandse wet dient wel aan de inkomensconsulent te worden gemeld.
De tip van een inwoner
Inwoners kunnen de gemeente tips geven over mogelijke uitkeringsfraude. Dit kan bijvoorbeeld digitaal via een meldpunt op de website van Ede of telefonisch bij een medewerker fraudepreventie.
Alle tips worden onderzocht en beoordeeld of hieraan opvolging gegeven gaat worden.
Sociale recherche
Preventie. De inwoner goed kennen. Pro-actief handelen. Adequaat op signalen reageren. Een geslaagde gelaagde aanpak zorgt ervoor dat een mogelijke terugvordering beperkt zal blijven. Het is het waard om hier tijd en capaciteit in te investeren.
Het kan voorkomen dat uit vooronderzoek blijkt dat een berekende fraude de € 50.000,- overstijgt. In dat geval krijgt de aanpak een strafrechtelijk karakter. Een strafrechtelijk onderzoek kost relatief veel tijd en inspanning. Terwijl het met succes afronden ervan niet automatisch leidt tot de terugbetaling van het bedrag.
Als deze situatie zich voordoet wordt op dat moment de afweging gemaakt of het strafrechtelijk onderzoek met de eigen capaciteit wordt uitgevoerd of dat sociale recherche wordt ingekocht. De belangrijkste afweging is: waar is de eigen capaciteit het hardst nodig om zo effectief en efficiënt mogelijk het handhavingsbeleid uit te voeren.
Inzet van de eigen capaciteit aan sociale recherche of de inkoop ervan wordt per zaak afgewogen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3