Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Individuele voorzieningen inkopen met een pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2020 gemeente Utrecht

1. Op de aanvraag voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb is artikel 3, lid 4 tot en met 7, en artikel 4, lid 3 en 4 van overeenkomstige toepassing. 2. Als er sprake is van toekenning van een individuele voorziening, kan dit worden inkocht via een pgb. De jeugdige of zijn ouders dienen hiervoor een door het college hiervoor ter beschikking gesteld format in te vullen (dit wordt het pgb- aanvraagformulier genoemd) en dit in te leveren bij een Medewerker van het buurtteam. In dit aanvraagformulier staat: a. Welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders gezien de hulpvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; b. Hoe het beoogde resultaat bijdraagt aan de doelen in het gezinsplan c. Hoe de jeugdige of zijn ouders de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uitvoeren, of wie hiervoor is gemachtigd; d. Waarom de jeugdige of zijn ouders de jeugdhulp “in natura” niet passend vinden; e. Hoe de kwaliteit van de zelf in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; f. Een onderbouwde begroting. 3. Een Medewerker van het buurtteam stelt de benodigde omvang (hoeveelheid) van de individuele voorziening in uren of dagdelen vast aan de hand van de door de jeugdige of zijn ouders ingediende aanvraag als bedoeld in artikel 5 lid 1. 4. De hoogte van het pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen maal het tarief. 5. De tarieven als bedoeld in lid 4 zijn vastgesteld in het geldende Financieel besluit Jeugdhulp. 6. Een pgb kan alleen worden gebruikt voor de in de beschikking beschreven vorm, duur en omvang van jeugdhulp. Het geld/budget mag niet voor andere zaken worden gebruikt. 7. Het college kan een aanvraag voor een pgb weigeren. Reden hiervoor zijn: a. voor zover het pgb is bedoeld of wordt gebruikt voor andere kosten dan het leveren van de benodigde zorg. Onder andere kosten wordt o.a. verstaan kosten van: - tussenpersonen - belangenbehartigers (bijvoorbeeld mensen die ondersteuning geven aan de jongere of de ouders waarbij niet de zorg wordt ingekocht) - administratie - reis en verblijf van zorgverleners; b. indien aan de jeugdige of zijn ouders in de 3 jaren voorafgaand aan de datum van het gesprek, een pgb is verleend en de jeugdige of zijn ouders niet voldeden aan de gestelde of wettelijke voorwaarden aan het pgb; c. Als het college vindt dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders aanvragen niet of onvoldoende zal bijdragen aan het beoogde resultaat; d. als de aanvraag tot gevolg heeft dat één en dezelfde persoon meer dan 48 uur per week moet werken voor deze jeugdige en/of zijn gezin. Bij het vaststellen of deze 48 uur per week overschreden wordt, kunnen alle betaalde werkzaamheden worden meegewogen en kan ook betrokken worden de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden; e. als het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland. Het college kan wel toestemming geven voor individuele begeleiding tijdens de vakantieperiode; f. als de aanvraag alleen is gedaan voor vaktherapie en er geen individuele voorziening specialistische jeugdhulp is toegekend; g. als de aanvraag is gedaan voor vaktherapie en er een voorliggende voorziening is waar de jeugdige of zijn ouders geen beroep op hebben gedaan. h. als de beheerder van het pgb niet beschikt over de taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn om het pgb goed te kunnen beheren. i. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget ook de zorgverlener of directeur/ bestuurder is van de zorgorganisatie. j. als de hulpverlener en/of de organisatie waar de hulpverlener werkzaam is, niet aansluit bij de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en zijn ouders, en/of de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders en dit bezwaarlijk is bij het realiseren van gestelde doelen. 8. Het college kan nadere regels stellen voor de wijze van indienen van een verzoek zoals beschreven in artikel 5 lid 7 onder e en het afwegingskader voor een dergelijk verzoek. 9. Het college kent een pgb voor niet-professionele zorg vanuit het sociale netwerk alleen toe als: a. de jeugdige of zijn ouders motiveert waarom dit tot een zelfde of beter resultaat leidt dan de inzet van een professionele zorgverlener, en b. de persoon uit het sociale netwerk die de zorg verleent aangeeft dat de zorg aan de jeugdige of zijn ouders hem niet overbelast, en c. de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen verricht die aan een geregistreerde professional is voorbehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel