1.. De hoogte van het PGB voor woonvoorzieningen en hulpmiddelen bedraagt in ieder geval niet meer dan het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende bijdrage waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten en is toereikend voor het inkopen daarvan.

2.. De hoogte van het PGB voor het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer wordt vastgesteld op bedragen op jaarbasis. Daarbij geldt dat het PGB toereikend is voor deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in artikel 4.8 van de verordening. Het college kan op het jaarbedrag dan ook een korting toepassen indien sprake is van:

  • - verblijf in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg;
  • - een samenvallende vervoersbehoefte;
  • - een beperkte (zelfstandige) vervoersbehoefte;
  • - andere aanwezige vervoersvoorzieningen of vervoersmogelijkheden.

3.. Het college stelt het PGB voor een woningaanpassing vast op basis van een programma van eisen. Daarbij kan het college bijkomende noodzakelijke kosten in aanmerking nemen.

4.. Het college kan de hoogte van het PGB vaststellen op basis van een offerte indien de geïndiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders.

5.. Het college stelt nadere regels over de omvang van de budgetperiode van hulpmiddelen.

6.. Het college stelt de bedragen als bedoeld in het eerste en tweede lid vast in het Financieel besluit.