Hieronder worden de handhavingsdoelen uit de VTH-nota 2015-2018 opgesomd, met daarachter een korte evaluatie.
Vergunningverlening
1.Waarborgen van een actuele vergunningsituatie.
Het informatiesysteem is aangepast zodat een overzicht gemaakt kan worden welke vergunningen actueel zijn op basis van de in VTH-nota genoemde criteria. Gebaseerd op dit overzicht is de actualiteit van de vergunning getoetst; deze toets is inmiddels voor bijna alle bedrijven uitgevoerd. Dit wordt in de komende planperiode gecontinueerd. Uit de toetsing is gebleken dat in sommige gevallen actualisatie nodig is. Voor deze situatie is een procedure tot actualisatie van de vergunning uitgevoerd of gepland.
Toezicht
2.Na controle, hercontrole en bestuursrechtelijke sancties voldoen alle geïnspecteerde bedrijven aan de voorschriften die tijdens de inspectie zijn gecontroleerd.
Bedrijven voldeden na hercontrole of bestuursrechtelijk optreden aan de voorschriften. Er zijn geen gedoogbeschikkingen met betrekking tot milieu afgegeven vanaf 2015.
Zie punt 6 voor een nadere analyse van het naleefgedrag.
3.Alle opslagtanks inspecteren ter voorkoming van bodemverontreiniging.
Tanks die in de afgelopen 4 jaren zijn aangetroffen bij een controle, zijn gecontroleerd op alle verplichtingen zoals gecertificeerde installatie- en gebruiksvoorschriften. Bedrijven zijn aangeschreven om de installatie te certificeren. Deze certificaten zijn ingediend en geregistreerd zodat deze data gebruikt kunnen worden bij latere controles. Tanks die niet konden worden voorzien van een certificaat zijn gesaneerd. Een deel van tanks is projectmatig gecontroleerd. Het project is beëindigd. Tanks worden in het reguliere handhavingsproces gecontroleerd.
In de periode 2015 tot en met 2017 zijn bij 271 bedrijven één of meer tanks gesaneerd. De kans op bodemverontreiniging door verouderde tankinstallatie is daardoor verkleind.
4.Toezicht op preventieve maatregelen bij luchtwassers en natte koeltorens.
Alle biologische, chemische en gecombineerde luchtwassers bij veehouderijbedrijven zijn gecontroleerd. Tijdens de controles is gebleken dat de gebruiksvoorschriften slecht worden nageleefd.
De actieve luchtwassers zijn nu allemaal voorzien van elektronische monitoring. Daarnaast hebben de bedrijven naar aanleiding van toezicht van de ODMH gedragsvoorschriften opgesteld met betrekking tot intern en extern onderhoud. Naar aanleiding van toezicht door de ODMH hebben de bedrijven gedragsvoorschriften opgesteld met betrekking tot intern en extern onderhoud.
Naar aanleiding van het slechte naleefgedrag, ziet de ODMH nu door speciale aspectcontroles actief toe op deze installaties. De bedrijven worden jaarlijks bezocht. Het eerste jaar betreft het een integrale controle, het tweede jaar betreft het een aspectcontrole voor de luchtwasser. Door deze controles is het toezicht op het beheer van de luchtwassers verbeterd, waardoor stikstofemissies zijn voorkomen.
In de komende planperiode wordt een toezichtplan opgesteld met betrekking tot andere stikstofbeperkende maatregelen bij veehouderijen, zoals stoppersmaatregelen, stalsystemen, beweidingsplannen, enz.
Bij negen bedrijven zijn natte koeltorens aanwezig. In de afgelopen planperiode zijn van al deze installaties de beheersplannen en risicoanalyses opgevraagd en beoordeeld. In de komende planperiode wordt een toezichtplan opgesteld. Daarnaast zijn alle bedrijven met natte koeltorens door andere milieurisico’s al ingedeeld in categorie 3 of 4 zodat deze tenminste eenmaal per twee jaar worden gecontroleerd.
5.Agrarische loonwerkers zijn gecontroleerd en worden tenminste eenmaal per twee jaar weer bezocht.
Loonwerkers worden ingedeeld in milieucategorie 3 of 4 waardoor deze bedrijven in de afgelopen planperiode zijn gecontroleerd.
6.Naleefgedrag wordt opgenomen in risicomodel
Het milieurisicomodel is in de afgelopen planperiode op enkele punten geactualiseerd. Er is echter nog geen sprake van een geïntegreerd risicomodel waarin alle milieuactiviteiten én het naleefgedrag zijn opgenomen.
Wel is in een pilottraject informatie vastgelegd over onder meer het naleefgedrag in een bonus-malus-systeem voor de categorie 3 bedrijven. In de periode 2015 tot en met 2017 zijn 32 (3,5%) bedrijven gesignaleerd als achterblijver, 789 (85%) als middenmoter en 107 (11,5%) als koploper.
De koplopers en achterblijvers zijn inmiddels bekend, maar dit heeft nog niet geleid tot aanpassing van de controlefrequentie.
Het naleefgedrag is nog niet opgenomen in het huidige milieurisicomodel.
In hoofdstuk 7 van deze nota is verder beschreven hoe het risicomodel geheel vernieuwd wordt.
7.Controle op alternatieve maatregelen om de ammoniakemissie te verminderen (Stoppersmaatregelen)
In 2016 en 2017 zijn 35 agrarische bedrijven binnen korte termijn gecontroleerd op de maatregelen van de Stoppersregeling. Het betrof gecombineerde bezoeken door toezichthouders en vergunningverleners. Hierdoor konden tekortkomingen efficiënt worden afgehandeld. De naleving was heel wisselend: diverse bedrijven waren te streng, andere hadden alternatieve maatregelen genomen. In veel gevallen zijn genomen maatregelen gelegaliseerd door intrekking van de vergunning of het indienen van een melding. Over het algemeen is de intentie van de veehouders goed en zijn bedrijven goed op de hoogte van de regels. In de komende planperiode worden deze bedrijven nogmaals gecontroleerd.
8.Tafel van elf
De voorlichting volgens de ‘tafel van elf’-methode is een methodiek waarbij de doelgroep uitgebreid wordt geanalyseerd, bedrijven veelal per branche. Doordat het aan de nodige detailinformatie ontbrak was het lange tijd lastig was om een goede doelgroep te kiezen. Uiteindelijk is gekozen voor de glastuinbouw. De uitwerking van de methode, in samenwerking met een hoogheemraadschap is nog in volle gang waardoor de resultaten van dit onderdeel niet geëvalueerd kunnen worden. Onderdelen van de ‘tafel van elf’-methode zullen terugkomen in de nieuw te ontwikkelen preventiestrategie.