Naar hoofdinhoud
De uitvoeringsorganisatie beoordeelt allereerst of het resultaat wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing. Indien aangepaste of aanpasbare woningen beschikbaar zijn wordt uit doelmatigheidsoverwegingen de voorkeur gegeven aan verhuizen boven aanpassen van de huidige woonruimte van belanghebbende. Er geldt met andere woorden het primaat verhuizen. De voornaamste reden hiervoor is de hogere kosten van een woningaanpassing. De achterliggende gedachte bij dit uitgangspunt is dat zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen en de woningvoorraad wordt omgegaan. De uitvoeringsorganisatie maakt een onderscheid tussen: een tegemoetkoming bij een aanvraag voor een verhuis- en inrichtingskostenvergoeding (artikel 16 lid 1 van de Verordening); en een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten indien een woningaanpassing of een woonvoorziening van niet-bouwkundige of woontechnische aard is aangevraagd en deze voorziening niet als goedkoopst compenserende oplossing kan worden aangemerkt (artikel 16 lid 2 van de Verordening). Voor de bedragen van deze tegemoetkomingen wordt verwezen naar artikel 9 lid 1 tot en met 4 van het Besluit. Daarnaast is het mogelijk een tegemoetkoming te verstrekken aan een persoon die op verzoek van de uitvoeringsorganisatie, ten behoeve van een persoon met beperkingen, een woning vrijmaakt. Voor de bijdrage wordt verwezen naar artikel 9 lid 5 van het Besluit. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en inrichting geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst compenserende voorziening ook met andere factoren rekening gehouden. Welke factoren van toepassing zijn is afhankelijk van de individuele situatie van de cliënt. Bij het maken van een afweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte van de belanghebbende dan wel de belanghebbende aan te bieden naar een andere, beter geschikte woning te verhuizen wordt met onderstaande factoren rekening gehouden: Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimte (par. 4.2.1); Financiële afwegingen (par. 4.2.2); Volkshuisvestelijke afwegingen (par. 4.2.3); Termijn waarop het woonprobleem opgelost kan worden (par. 4.2.4); Verhuizen om medische redenen niet mogelijk (par. 4.2.5); Prognose ziektebeeld en te verwachten belemmeringen (par. 4.2.6); Sociale omstandigheden/mantelzorg (par. 4.2.7); Eigen woning (par. 4.2.8); Noodzaak tot verhuizen door inkomensachteruitgang (par. 4.2.9); Woonlastenstijging (par. 4.2.10).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel