Op grond van artikel 13 lid 1 van het Besluit is het persoonsgebonden budget bij een indicatie voor een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten gelijk aan het bedrag dat wordt verstrekt als tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorspelbaarheid van de verhuizing. Deze bedragen zijn te vinden in artikel 9 van het Besluit.
De uitvoeringsorganisatie biedt uitsluitend het bedrag van de tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten aan als persoonsgebonden budget. Het persoonsgebonden budget wordt niet verhoogd met een bedrag voor eventuele aanpassingen in de nieuwe woning, zoals bij de kostenvergelijking bij de afweging voor het primaat verhuizen in paragraaf 4.2.2 wordt beschreven. Bij een verhuizing zou immers sprake kunnen zijn van een volledig adequate woning, waar dergelijke aanpassingen al aanwezig zijn.
Een persoonsgebonden budget kan slechts worden toegekend indien de woning na aanpassingen voldoet aan het opgestelde programma van eisen en dus langdurig adequaat is voor de belanghebbende. Indien voor een belanghebbende een indicatie bestaat voor een rolstoeltoe- en doorgankelijke woning, kan een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als persoonsgebonden budget niet worden aangewend voor een stoeltjestraplift. Met een stoeltjestraplift wordt een woning immers niet rolstoeldoorgankelijk.
Het persoonsgebonden budget wordt slechts eenmalig verstrekt, aangezien er geen sprake is van afschrijving. Indien er immers verhuisd zou zijn naar een adequate woning is er ook geen sprake van afschrijving. Er is tevens geen sprake van instandhoudingskosten. Bij een verhuizing zou de uitvoeringsorganisatie ook geen kosten kwijt zijn aan instandhoudingskosten.
Het bedrag wordt beschikbaar gesteld aan de budgethouder. Binnen 3 maanden na toekenning dient de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan de uitvoeringsorganisatie plaats te vinden. De uitvoeringsorganisatie behoudt het recht op een controle in de woning van de belanghebbende.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6.3