**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning weigeren:
aan de woningzoekende die op grond van artikel 5 geen voorrang heeft gekregen;
als de burgemeester een negatieve woonverklaring heeft afgegeven;
als de woningzoekende of een tot zijn huishouden behorend persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
als niet aannemelijk is dat de woningzoekende de woonruimte binnen de beslistermijn, bedoeld in artikel 4, in gebruik zal nemen.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken:
als de houder van de vergunning of een tot zijn huishouden behorend persoon zich niet houdt aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden;
als de houder van de vergunning de in de vergunning bedoelde woonruimte niet binnen een gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
als de vergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens.
Artikel 10