1. De beoordeling wordt opgemaakt op een door de werkgever vastgesteld beoordelingsformulier dat als bijlage bij dit besluit is opgenomen. Dit gebeurt door op de beoordelingsstaat per gezichtspunt het oordeel in woorden weer te geven onder vermelding van concrete feiten en gedragingen. De beoordelingstekst wordt geïllustreerd met een score in de volgende betekenis:
A = zeer goed, de werknemer functioneert (ruim) boven verwachting en de aan de uitoefening van de functie gestelde eisen.
B = voldoende/goed, de werknemer functioneert naar behoren en voldoet aan de voor de uitoefening van de functie gestelde eisen.
C = matig, de werknemer voldoet niet geheel aan de voor de uitoefening van de functie gestelde eisen, het functioneren behoeft op onderdelen verbetering.
D = onvoldoende, de werknemer functioneert beduidend beneden de voor de uitoefening van de functie gestelde eisen, het functioneren moet op belangrijke onderdelen verbeterd worden.
2. De beoordelaar kan zich bij het opmaken van de beoordeling laten bijstaan en adviseren door een P&O-adviseur, waarbij deze geen verantwoordelijkheid draagt voor het resultaat van de beoordeling.
3. De beoordelaar kan bij het opmaken van de beoordeling, al dan niet op verzoek van de werknemer, informanten raadplegen.