Toezichts- en handhavingsbevoegdheden van de gemeente

Binnen het taxistelsel wordt zowel toezicht gehouden en gehandhaafd op TTO- niveau als op het niveau van de individuele chauffeurs. Daarnaast organiseren TTO’s zelf toezicht en handhaving op de aangesloten chauffeurs; zij hanteren daarbij een intern controleprotocol en een maatregelenprotocol die onderdeel uitmaken van de TTO-vergunning.

Gemeentelijk toezicht wordt ingezet voor het controleren en handhaven van de Taxiverordening enerzijds en voor het handhaven van verkeersvoorschriften anderzijds. Toezicht op de verkeersvoorschriften kan worden uitgevoerd door buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s). Ook het toezicht op de Taxiverordening kan door BOA’s worden uitgevoerd. Hiervoor is het wel nodig vooraf een aparte instructie en/of opleiding te volgen. Gemeente Amsterdam heeft momenteel een gespecialiseerd taxiteam dat zich fulltime bezighoudt met het toezicht op de taxichauffeurs.

Voor de handhaving heeft de gemeente verschillende bestuursrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden. Het bestuur(srechte)lijke handhavingstraject en het strafrechtelijke traject kan naast elkaar als reactie op een overtreding worden gevolgd. De mogelijkheden zijn:

  • - Handhaving verkeersvoorschriften

    Buitengewoon opsporingsambtenaren zijn met betrekking tot de Wegenverkeerswet 1994 slechts bevoegd tot het verbaliseren van verkeer dat overlast veroorzaakt en niet tot het verbaliseren van verkeer dat de verkeersveiligheid in gevaar brengt. Zij mogen beperkt handhaven op rijdend verkeer. Dit betreft bijvoorbeeld rijden op de stoep of binnen een voetgangersgebied, negeren van D-borden (rijrichting), gebruik signalen/toeteren en onnodig geluid.

    De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften regelt het op administratiefrechtelijke wijze af kunnen doen van op zichzelf niet ernstige gedragingen in strijd met verkeersvoorschriften, gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Provinciewet of de Gemeentewet. In de volksmond wordt deze wet de Wet Mulder genoemd. De inning van de boetebedragen ligt buiten het strafrecht; de Algemene wet bestuursrecht en de Wegenverkeerswet 1994 zijn van toepassing.

    Bij een Mulder-gedraging wordt de betrokkene (in dit geval: de taxichauffeur) veelal niet geregistreerd. Het is niet van belang wie de gedraging verricht heeft, maar met welk voertuig deze gedraging verricht is (kentekenaansprakelijkheid). De beschikking waarbij een sanctie wordt opgelegd, heeft voorts het vermoeden van rechtmatigheid. Het opmaken van een proces-verbaal is onder de Wet Mulder niet nodig. Dat betekent dat de taxichauffeur moet bewijzen dat die beschikking niet deugt. Alleen beweren dat de gedraging niet heeft plaatsgevonden is niet voldoende. De betrokkene moet het bewijs aandragen.

  • - Bestuursrechtelijke handhaving Taxiverordening

    De Taxiverordening Amsterdam kan op grond van de algemene handhavingsbevoegdheid van de gemeente bestuursrechtelijk worden gehandhaafd met een waarschuwing, een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom, een schorsing of een intrekking van de vergunning. Ook uitsluiting van gebieden behoort tot de mogelijkheden. Wanneer een BOA een overtreding van de Taxiverordening waarneemt, wordt een Rapport van Bevindingen (RvB) opgemaakt. Hierin worden alle gegevens van de overtreding opgenomen. Deze gegevens worden gebruikt bij het bepalen van de te nemen maatregel en de partij die deze maatregel oplegt.

    De gemeente kent een algemene handhavingsbevoegdheid. Artikel 125 van de Gemeentewet bepaalt dat het gemeentebestuur bevoegd is tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Deze bevoegdheid mag worden uitgeoefend door het college, als het gaat om handhaving van een gemeentelijke verordening. Op grond van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht kan de gemeente in plaats van bestuursdwang ook een last onder dwangsom opleggen.

    De normen uit de Taxiverordening 2012 vallen onder deze algemene handhavingsbevoegdheid en kunnen aldus met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom worden gehandhaafd. In de artikelen 3.2 en 3.3 van de Taxiverordening zijn de mogelijke sancties verder uitgewerkt. Ook het schorsen en intrekken van een vergunning en het uitsluiten van gebieden is daarin expliciet opgenomen als maatregel.

    Naast deze algemene handhavingsbevoegdheid kent de gemeente ook een bijzondere handhavingsbevoegdheid. Artikel 154b van de Gemeentewet bepaalt namelijk dat het gemeentebestuur een bestuurlijke boete kan opleggen voor veel voorkomende en overlast veroorzakende lichte overtredingen die opgenomen zijn in de APV en de Afvalstoffenverordening. De overlastbepalingen in de APV mogen niet zien op gedragingen die bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 - en daarmee in de Taxiverordening - geregeld worden. Het opleggen van een bestuurlijke boete voor overtredingen van de Taxiverordening kan alleen als hiertoe in de Gemeentewet, artikel 154b, bevoegdheid wordt opgenomen.

  • - Strafrechtelijke handhaving Taxiverordening

    Verder bestaat er een strafrechtelijke handhavingsbevoegdheid op grond van de Wet op de economische delicten (WED), die direct leidt tot een geldboete.

    De Richtlijn voor strafvordering Wet personenvervoer 2000 bevat het strafvorderingsbeleid van het OM inzake overtredingen bepaald bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), die in artikel 1 van de Wet op de economische delicten (WED) als economisch delict zijn aangemerkt. Handhaving kan onder andere leiden tot een geldboete. In de richtlijn is tevens een recidivetermijn van 5 jaar vastgesteld. De handhaving op grond van de WED wordt uitgevoerd door de politie, door toezichthouders van de gemeente Amsterdam en uiteindelijk door het OM.

    Op grond van dit artikel uit de WED zijn tevens overtredingen van een aantal artikelen van de Taxiverordening Amsterdam strafbaar. Dit betreft overtredingen van onder andere artikelen 82a en 82b van de Wp2000, waarin verwezen wordt naar de gemeentelijke bevoegdheden zoals de Taxiverordening. Te denken valt aan het aanbieden van taxivervoer zonder Taxivergunning of TTO-vergunning. Dit geldt voor zover een dergelijke overtreding niet al ingevolge een andere wettelijke regeling als strafbare gedraging gesanctioneerd wordt, bijvoorbeeld omdat in het geheel niet aan de eisen aan een chauffeur in de zin van de WP2000 wordt voldaan.

Samenhang met aansluiting chauffeur bij TTO

Overtredingen die consequenties hebben voor de aansluiting van een chauffeur bij een TTO hebben consequenties voor de geldigheid van de Taxxxivergunning. In de Taxiverordening is in artikel 2.17 opgenomen dat in het geval de aansluiting wordt geschorst of wordt beëindigd (uitsluiting), de Taxxxivergunning voor een gelijke periode wordt geschorst c.q. van rechtswege vervalt.

Samenhang met ontheffing medegebruik lijnbusbaan/-strook

Overtredingen die consequenties hebben voor de geldigheid van de lijnbusbaan/-strookontheffing hebben consequenties voor de geldigheid van de Taxxxivergunning. In de Taxiverordening is in artikel 2.17 opgenomen dat in het geval de ontheffing medegebruik lijnbusbaan/-strook wordt geschorst of ingetrokken, de Taxxxivergunning voor een gelijke periode wordt geschorst c.q. van rechtswege vervalt. Het handhavingsbeleid van de ontheffing medegebruik lijnbusbaan/-strook is vastgelegd in het ‘Beleid voor medegebruik van de lijnbusbaan/-strook door taxi’s’.

Bezwaar, beroep en verzet

Tegen nagenoeg alle bestuursrechtelijke maatregelen, die hierboven worden genoemd, staat bezwaar en beroep open. Indien de betrokkene bezwaar indient, schorst dit de werking van het genomen bestuursrechtelijke besluit niet. De betrokkene kan dit toch via het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) vragen, door een voorlopige voorziening in te dienen. Door bezwaar en beroep kunnen door de gemeente genomen besluiten worden vernietigd.

Indien iemand een Mulderbeschikking is opgelegd, dan kan hij of zij in beroep gaan bij de officier van justitie. Hierop kan de officier van justitie beslissen om de beschikking in te trekken of te wijzigen of de zaak voor te leggen aan de kantonrechter. Het beroep wordt behandeld door het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).

Toezicht door ketenpartners

Ook de politie, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) en de Belastingdienst voeren toezicht uit.

Politietoezicht is onderdeel van de dagelijkse politietaak. De politie surveilleert op hotspots en hottimes om te voorkomen dat onregelmatigheden plaatsvinden. Naast het surveilleren kan ook worden gedacht aan het houden van bepaalde politieacties zoals voertuigcontroles. De uitvoering van deze taak gebeurt onder verantwoordelijkheid van de Burgemeester voor zover het gaat om handhaving van de openbare orde en valt onder verantwoordelijkheid van het OM als het gaat om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

De politie kan ook handhaven op de Taxiverordening en is bevoegd te controleren op de verkeersvoorschriften op de lijnbusbaan/-strook. Daarnaast controleert de politie op naleving van de regels zoals gesteld in en bij de Wegenverkeerswet 1994. Het handhaven van aspecten zoals te hard of door rood licht rijden is belegd bij de politie. Tot slot is de politie belast met het opsporen van strafbare feiten.

De ILT voert object(weg)inspecties uit. Kern daarbij is dat zij zich richt op handhaving van de Wet personenvervoer 2000 en het Arbeidstijdenbesluit vervoer. De RDW beoordeelt of een taxi aan de inrichtingseisen (zowel toelatingseisen als permanente eisen) voldoet - zoals boordcomputer, APK keuring en verzekering - en registreert het voertuig als taxi in het kentekenregister. De Belastingdienst houdt toezicht op fiscale regelgeving.