Naar hoofdinhoud
Soort bodemonderzoek Voor onverdachte (deel)locaties kan bij conserverende bestemmingsplannen worden volstaan met de BKK (inclusief nota bodembeheer) en vooronderzoek conform NEN 5725. Voor verdachte (deel)locaties dient een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 / NEN5707 te worden uitgevoerd (onderzoeksstrategie toegepast op verdachte deellocatie). Om de financiële haalbaarheid van een bestemmingsplan te toetsen is het verstandig om bij nieuwe gevoelige bestemmingen (zie paragraaf 3.1, tabel) een regulier onderzoek NEN 5740 uit te voeren. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem daadwerkelijk verontreinigd is, kan door de gemeente een aanvullend bodemonderzoek worden geëist (bijvoorbeeld herbemonstering, aanvullende analyses, of nader onderzoek conform NTA 5755 naar de omvang en ernst van de verontreiniging). Afbakening onderzoekslocatie Het vooronderzoek moet betrekking hebben op het gehele plangebied. Het voor verdachte deellocaties vereiste verkennend bodemonderzoek kan zich beperken tot de verdachte terreindelen en tot de verdachte stoffen. Het kan betekenen dat bij herontwikkeling al beschikbare gegevens worden betrokken indien deze actueel genoeg zijn of dat hiervoor in een eerder stadium al een keer een beschikking op grond van de Wbb is afgegeven. Zie paragraaf 3.4 voor de actualiteit van de beschikbare gegevens. Indien voor de ruimtelijke ontwikkeling in een later stadium een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en / of milieu noodzakelijk is, is het aan te bevelen het hiervoor benodigde onderzoek al uit te voeren voor de ruimtelijke procedure, om zo vertragingen te voorkomen. Dit geldt ook voor het bodemonderzoek dat wordt uitgevoerd vanuit andere wettelijke kaders, zoals de omgevingsvergunning voor het onderdeel werken (aanlegvergunning) en ontgronden.

Rechtspraak bij dit artikel